Ondernemingsrecht

Van 403-verklaring tot Jinek-garantie

Veel commotie de afgelopen week over het intrekken van de 403-verklaring door Shell Nederland BV voor haar 50%-deelneming NAM per 8 juni 2017. Geen Europese regel dwong haar daartoe. Geschrokken van de reacties heeft Shell die verklaring tijdens een uitzending van Jinek op 30 januari jl. vervangen door een mondelinge garantie. Wat is het verschil, wilden Tweede Kamerleden weten tijdens een hoorzitting op 2 februari.

De 403-verklaring maakte Shell hoofdelijk aansprakelijk voor alle uit rechtshandelingen voortvloeiende schulden van de NAM. Gewoonlijk gaat het dan om contracten. De garantie zal Shell op schrift stellen wanneer het komt tot een akkoord met de Staat en ExxonMobil over wie welk deel van de aardbevingsschade uiteindelijk draagt. De garantie voor de nakoming van de verplichtingen van de NAM geldt dan tegenover de Staat, niet tegenover de gedupeerden. Deze kunnen hieraan geen rechten ontlenen. Dat gold wel voor de ingetrokken 403-verklaring. Voor degenen met wie de NAM tot 8 juni 2017 schikkingen heeft getroffen, blijft dit zo. Aan schikkingen van na die datum is Shell niet gebonden.

Ondertussen heeft de Staat zich via het Schadeprotocol van minister Wiebes aangediend als betaaladres voor de gedupeerden. De Staat betaalt vrijwillig de schuld van de NAM (art. 3:30 lid 1 BW) en moet vervolgens maar zien of zij haar geld (gedeeltelijk) terugkrijgt. Zeker waar de NAM de (omvang van de) door de Staat betaalde schuld betwist, kan dit tot flinke geschillen leiden. Denk aan geleden en nog te lijden immateriële, psychische schade, waartoe de NAM weliswaar is veroordeeld (ECLI:NL:RBNNE:2017:715), maar van welk vonnis zij in hoger beroep is gegaan. Bekrachtigt het hof dit vonnis, dan hangt boven de NAM een door de rechter naar billijkheid vast te stellen schadeclaim van mogelijk draconische proporties (art. 6:106 lid 1 onder b BW). Ik vrees daarom dat een draagplichtconvenant nog wel even op zich kan laten wachten.

Inmiddels is ook de samenwerkingsovereenkomst tussen onder andere de Staat en de NAM uit 1963 geopenbaard. Artikel 25 daaruit schrijft voor dat alle geschillen tussen partijen “ontstaan naar aanleiding van deze overeenkomst” worden beslist door arbitrage volgens het Reglement van het Nederlandse Arbitrage Instituut (NAI). Ik voorzie een mooie omzetstijging voor het NAI in de komende jaren.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Steef Bartman

Steef Bartman

Steef Bartman is advocaat bij Bartman Company Law, hoogleraar ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden en hoofdredacteur van het tijdschrift European Company Law

Recente vacatures

Recente vacatures