Hendrik Kaptein

Gevaarlijke kritiek op de rechterlijke macht (en het OM)?

Het is al vaker gezegd: met het aanzien van de rechterlijke macht en hare leden gaat het niet goed. Gehoorzaamheid aan rechterlijke uitspraken is gelukkig nog steeds redelijk gegarandeerd, maar de rechter zelf gaat zwaar over de tong, om nog maar te zwijgen van de officier van justitie.

Aanleidingen daartoe zijn er genoeg. Media besteden aandacht aan (om een willekeurig boeketje te plukken uit deze bloempjes der vreugd): Haagse rechters die meer dan de schijn wekken een even bevriende als foute notaris (uit het kantoor van de landsadvocaat, het ging kennelijk om een “klusje” voor weer een ander “vriendje”) uit de wind te houden als het aankomt op betaling aan zijn slachtoffer, in de Chipshol-affaire lijkt het er op dat de Haarlemse rechtbank bij voortduring zo wordt heringericht dat Schiphol niet anders kan dan winnen, eerder was daar al (de doofpot van) het OHRA-schandaal te Arnhem (het plaatselijke Hof zodanig bemenst door OHRA-advocaten dat gedupeerde verzekerden op minder dan tien vingers konden uitrekenen dat zij toch weer zouden verliezen) en nog veel meer.

Ook in de academie zijn verontruste geluiden te horen, niet alleen van geleerde plaatsvervangers die de rillingen over het lijf lopen als zij eenmaal in aanraking komen met het productiegerichte cynisme dat kennelijk zelfs Hoven  (en nog hoger?) heeft aangetast.

Strafzaken met (meer dan) een luchtje droegen verder bij aan de kwade reuk waarin rechterlijke macht en OM zijn terechtgekomen. Vrij recent (om er maar enkele te noemen) waren daar de Puttense zaak (waarin al in eerste aanleg duidelijk had moeten zijn dat Dubois en Viets de daders niet kónden zijn), de Schiedamse parkmoord en de zaak van Lucia de B. In al die zaken leken officieren en rechters van feiten en bewijs niet al te veel notie te hebben (voor zover zij al te goeder trouw waren, hetgeen in meer dan één zaak zo langzamerhand wordt betwijfeld). (In zekere zin is hen dat ook niet in elk opzicht te verwijten. Opleiding in feitenkennis is en wordt aan rechters en andere juristen immers niet besteed. Dat is een ernstige misstand, en dat terwijl het overgrote merendeel van alle juridische conflicten te maken heeft met betwiste feiten, niet met betwist recht.)

“Dat zijn maar stofjes in een ongelooflijk veel groter geheel” zal worden geantwoord: “In Nederland hebben wij honderdduizenden strafzaken per jaar, en nog veel meer andere zaken, volmaakte rechtspraak bestaat niet, overal gaat wel eens iets mis, dus waar gaat het eigenlijk over? Nederland kent ook volgens gezaghebbend onderzoek nog steeds een van de beste rechterlijke machten ter wereld. Aandacht in de media voor sporadische fouten ondermijnt alleen maar vertrouwen, en dat is gevaarlijk.”

Dat is het paard achter de wagen gespannen. Vertrouwen wordt niet in de eerste plaats ondermijnd door publieke kritiek, maar door de fouten zelf, en door de weigering die volmondig te erkennen.

Anderzijds moet worden toegegeven dat burgers en instellingen er nog steeds op vertrouwen dat officieren van justitie en rechters niet al te veel fouten maken. Ook al zegt elke advocaat van zo’n beetje elke zaak: je weet maar nooit, toch kan er inderdaad nog steeds van worden uitgegaan dat rechterlijke uitspraken in Nederland blijven binnen redelijke marges van recht en rechtvaardigheid. Wat dat aangaat doet de beeldvorming de werkelijkheid van de rechtspraak inderdaad te kort en kan te veel publieke kritiek gevaarlijk zijn.

Publieke kritiek zou pas werkelijk overbodig zijn als OM en rechterlijke macht gemaakte fouten rap, ruiterlijk en royaal zouden erkennen, repareren en restitueren. En als ernstig zou worden geprobeerd om vergelijkbare misstanden voortaan te voorkomen. En dit zijn nu precies de punten waarop OM en rechterlijke macht aantoonbaar wél ernstig en stelselmatig in gebreke blijven. Kritiek daarop kan nog lang niet verstommen.

Het patroon is bekend: ontkennen, afschuiven, bagatelliseren (“overal worden fouten gemaakt”), opzet ontkennen (bijvoorbeeld de baas van het OM over het fatale geknoei in de Amsterdamse Hells Angels-zaak), en uiteindelijk zwijgen in alle talen. In ieder geval worden verantwoordelijken binnen het apparaat nimmer aangepakt, laat staan dat misstanden worden teruggedraaid dan wel dat slachtoffers daarvan ruimhartige schadevergoeding krijgen. Liegende en bedriegende officieren van justitie die zodoende onschuldigen langdurig laten opsluiten worden volstrekt ongemoeid gelaten en indien mogelijk bevorderd. Straf is en blijft toch iets voor minder “netjes” pratende (of praatjes makende) mensen van buiten het apparaat. Hervorming van dat zelfde apparaat is al helemaal uit den boze.

Het allermooiste is nog dat het OM wél een eigen televisieprogramma begint, “om een evenwichtiger beeld te geven dan in de media naar voren komt”. Het wordt echt een bedrijf: fouten doen er niet toe, als je maar goed overkomt. Public relations first, zolang het product maar “verkoopt” doet de kwaliteit er van minder toe.

Dergelijk narcistisch ontwijkgedrag, kennelijk gedreven door angst voor gezichtsverlies, is niet alleen contraproductief, maar (mede daarom) een veel ernstiger aantasting van publiek vertrouwen in justitie en rechterlijke macht dan fouten als zodanig. Want wat ziet het publiek? Justitie en rechterlijke macht worden geacht om fouten af te rekenen, bijvoorbeeld door schuldigen te straffen. Maar als die schuldigen zich binnen het apparaat bevinden, (waren en) zijn zij zelf immuun voor recht en rechtvaardigheid. Gewone mensen en instellingen kunnen strafrechtelijke en andere aansprakelijkheid niet uit de weg gaan door te beweren dat zij geen schuld hadden, zelfs niet als dat blijkt te kloppen. Waarom de rechterlijke macht dan wél? Wie bewaakt de bewakers? Kennelijk niemand.

Tja, gewone mensen hebben toch ook moeite met het bekennen van aansprakelijkheid en schuld? Die liegen en bedriegen toch ook als dat lijkt te helpen om hen zelf uit de wind te houden? Zal hierop te horen zijn. Ongetwijfeld, maar dat is op zich al kwalijk genoeg en maakt het gedrag van OM en rechterlijke macht er niet beter op. Die bestaan kennelijk voor een te groot deel uit diezelfde te gewone mensen.

Dat wijst op een ander probleem: hoe OM en rechterlijke macht te bemensen met de juridische én morele elite? Veel wijst er op dat het daarmee niet helemaal goed gaat. Trekt het apparaat de verkeerde mensen aan, verdwijnt die elite naar elders? Moet er beter worden betaald? Misschien is het toch meer een kwestie van betere en strenge selectie, en vooral: van bredere en betere opleiding, niet alleen in meer feitenkennis maar met name ook in de moraal van het ambt. Het gaat niet om productie en public relations, het gaat om recht en rechtvaardigheid.

Misschien moeten er gewoon weer wat minder, en betere, rechters komen, die werken met eenvoudiger procedures, waarin het weer in de eerste plaats gaat om verwerkelijking van materieel recht en rechtvaardigheid, in plaats van om werk- en statusverschaffing in het besloten gezelschapsspel voor juristen. (Als het zo doorgaat, zal het met die status trouwens snel zijn afgelopen, hetgeen al die wél deugende officieren en rechters in ieder geval niet verdienen.)

Die obsessie met procedures, ten ongunste van de eigenlijke zaak, is de zaak van Lucia de B. (en nu bijna ook haarzelf) fataal geworden. Intussen kan in die zaak niet alleen recht worden gedaan door de Hoge Raad, maar nu in de eerste plaats door de minister van justitie. Dat kan haar immers in vrijheid stellen (alle misplaatste Karman- en andere arresten over executieplichten ten spijt). Al die juristen mogen dan nog jaren “doorprocederen”, ver weg van de eigenlijke werkelijkheid.

Hoe dan ook, wij hebben en houden (hopelijk) een redelijk uitstekend gerechtelijk apparaat, maar publieke kritiek er op is nog lang niet overbodig (al rijst wel eens de vraag of er binnen dat apparaat ooit naar wordt geluisterd). – Volgende keer dan ook iets over nog een foute rechter, in de zaak van jawel, alweer: Lucia de B. De Taartvrouw, wie zou zij zijn?

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Wilt u op de hoogte blijven van het laatste nieuws, de laatste loopbaanwijzigingen en de laatste vacatures? Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de laatste updates.

Meld u direct aan >

Over de auteur

Hendrik Kaptein

Hendrik Kaptein

Dr. Hendrik Kaptein is rechtsfilosoof aan de Universiteit van Leiden. Hij publiceerde onlangs bij Ars Aequi het boek ‘Kwade Zaken? De moraal van het juridisch beroep.’ Exclusief voor Mr-online houdt hij een weblog bij waarin hij zijn visie geeft op actuele onderwerpen in de wereld van het recht.

Reactie toevoegen

Klik hier om een reactie achter te laten

Hendrik Kaptein

Hendrik Kaptein

Dr. Hendrik Kaptein is rechtsfilosoof aan de Universiteit van Leiden. Hij publiceerde onlangs bij Ars Aequi het boek ‘Kwade Zaken? De moraal van het juridisch beroep.’ Exclusief voor Mr-online houdt hij een weblog bij waarin hij zijn visie geeft op actuele onderwerpen in de wereld van het recht.

Recente vacatures

Recente vacatures