Nieuws

Rechtspraak blijft tegen publicatie alle uitspraken

De Rechtspraak, in de persoon van Ronald Philippart, president van de rechtbank Maastricht en voorzitter van de redactieraad van rechtspraak.nl, blijft zich verzetten tegen online-publicatie van álle rechterlijke uitspraken. Deze houding staat lijnrecht tegenover de opvatting van steeds meer wetenschappers die vinden dat dit juist noodzakelijk is voor volledige transparantie van en een goede publieke controle op de rechterlijke macht.

Dit ontleent Mr. aan uitlatingen van een aantal sprekers van het debat ‘De rechtspraak on-line?’ dat de Universiteit Leiden op 13 oktober organiseert. Jaarlijks wordt nog geen twee procent van de twee miljoen uitspraken op rechtspraak.nl gepubliceerd. Volgens Philippart is een groot deel van die miljoenen uitspraken gewoon bulk: “Veel verstekzaken, incassokwesties en andere kleine standaard zaken. Je moet je afvragen of de wens om alles ongeselecteerd te publiceren, spoort met de maatschappelijke kosten die daaraan verbonden zijn. Het heeft geen zin om al dat soort uitspraken bekend te maken voor een betere externe controle. Dat is met een kanon op een mug schieten. Daarnaast is het van belang dat de kwaliteit van de site, die door bezoekers hoog wordt gewaardeerd, op peil blijft. Die kwaliteit komt onder druk te staan als alles ongefilterd op de site wordt geplaatst.”

Interessant

De online-publicatie van uitspraken is een initiatief van de Rechtspraak zelf. Zij bepaalt dan ook wat interessant is om te openbaren. Dat doet zij aan de hand van bepaalde selectiecriteria waaronder publicitaire aandacht, belang voor het openbare leven, gevolgen voor toepassing van regelgeving en interesse van belanghebbenden. Doordat de Rechtspraak zelf selecteert, kan volgens de Leidse hoofddocent Laurens Mommers een vertekend beeld ontstaan van datgene wat bij de rechterlijke instanties aan de orde is. “Dat kunnen we niet met zekerheid vaststellen, want we hebben geen vergelijkingsmateriaal. Maar het risico dat onwelgevallige uitspraken achter worden gehouden bestaat. We weten niet wat voor interessante dingen we uit de achtergehouden zaken zouden kunnen afleiden. Haal daarom in ieder geval die selectie uit handen van de rechterlijk macht en bedeel deze toe aan een onafhankelijk orgaan.”

Philippart vindt dat de Rechtspraak juist heel goed in staat is om uit te maken welke zaken belangrijk zijn. “Ik vind de angst dat onwelgevallige zaken worden achtergehouden ongefundeerd en het uitsluitend op die angst gebaseerde voorstel om de selectie dan maar door anderen te laten doen is in dat licht niet goed te begrijpen. We moeten alleen al vanwege de beperkte middelen een economische afweging maken tussen voor wat ooit voor de wetenschap van belang kan zijn en welke maatschappelijke kosten daarmee gemoeid zijn.” Mommers is het daar niet mee eens: “Ik bespeur vaker bij rechters dat ze vinden dat ze dat zelf prima kunnen, maar zij moeten hun eigen werk niet willen beoordelen. Bij de selectie spelen er namelijk allerlei vragen en belangen waar wij als controleurs van de rechterlijke macht geen zicht op hebben. Misschien verloopt alles keurig, maar dat weten we niet.”

Controle

Hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans (Universiteit Leiden) wijst ook op het belang van de controle: “Het is niet zo dat uitspraken alleen maar bedoeld zijn om tussen partijen een geschil op te lossen. Er wordt ook recht ontwikkeld en dat moet net als alle andere overheidsoptreden controleerbaar zijn. Als bijvoorbeeld een gemeentebestuur bepaalde besluiten niet bekend zou maken, zouden de rapen gaar zijn. Waarom is dat zo veel idioter dan wat de rechterlijke macht nu doet? Overigens is wettelijk bepaald dat uitspraken in beginsel in het openbaar moeten worden gedaan, maar als het gaat om publiceren dan wordt daar ineens heel restrictief mee omgegaan. Dat is enorm paradoxaal.”
“Bij die wettelijke regel is gedacht aan een in de rechtszaal in het openbaar uitgesproken uitspraak. De impact daarvan is niet te vergelijken met het publiceren van een uitspraak op internet. Dat is veel indringender door het immense bereik van het net en het feit dat gegevens in beginsel eindeloos beschikbaar blijven”, aldus Philippart.

‘Non-equality of arms’

Doordat niet alle rechtspraak openbaar is, kan geen goed juridisch wetenschappelijk onderzoek worden gedaan naar bijvoorbeeld jurisprudentielijnen in lagere rechtspraak. Een ander probleem van de niet-openbaarheid is rechtsongelijkheid. Mommers: “Doordat rechtbanken en bijvoorbeeld grote bedrijven, die veel procedures voeren, toegang hebben tot meer uitspraken dan andere partijen kan er kennisasymmetrie ontstaan.” Philippart erkent dit probleem: “Rechtbanken hebben inderdaad toegang tot meer uitspraken dan advocaten doordat zij de interne kennissite Porta Iuris kunnen raadplegen. Op het moment dat een rechtbank gebruik maakt van bestanden waarin uitspraken worden bewaard en gebruikt, waartoe anderen geen toegang hebben, moet je goed nadenken of dat gelukkig is.”

Kosten en privacy

Privacy van betrokken partijen en hoge kosten lijken de meest belangrijke argumenten tegen volledige publicatie. Philippart: “Indien alles met naam en toenaam op de site wordt geplaatst dan leidt dat mogelijk tot heel ongewenste effecten als met die zaken aan de haal wordt gegaan op een manier die niet de bedoeling kan zijn. De Rechtspraak vindt daarom dat alle uitspraken vóór publicatie geanonimiseerd moeten worden. Maar met de hoeveelheid uitspraken die de Rechtspraak produceert, is dat heel tijdrovend. Daarvoor bestaan wel technische ‘tools’, maar het bedienen daarvan blijft mensenwerk. Dat leidt tot heel hoge kosten die de Rechtspraak niet kan betalen. Daarvoor zou een aanvullende financiering moeten komen. Maar als er categorieën zaken worden gemist op de site dan zijn wij er altijd toe bereid om daarnaar te kijken.”
“Het is niet aan de Rechtspraak om te bepalen of elke uitspraak geanonimiseerd moet worden. Daar kan zij een standpunt in hebben, maar het gaat om een afweging tussen controleerbaarheid van de rechterlijke macht en privacy van de procespartijen die de wetgever of de maatschappij zal moeten maken”, aldus Mommers. Dat bepaalde categorieën wel standaard zouden moeten worden geanonimiseerd, zoals jeugdkwesties, vindt de docent voor de hand liggend. “Niet alles moet ongeclausuleerd online worden gezet, maar er moet wel goed worden nagedacht of de huidige praktijk nog van deze tijd is. De groei van technologische mogelijkheden legt een druk op wat je als overheid en rechterlijke macht aan transparantie moet doen. Hierdoor worden de vereisten aan datgene wat je doet opgeschroefd en dat lijkt mij niet meer dan terecht. De Rechtspraak moet gebruik maken van die mogelijkheden om de transparantie te maximaliseren.”

Wettelijke vastlegging

Uit onderzoek is gebleken dat wereldwijd de openbaarheid van rechtspraak op verschillende manieren is geregeld. “Opvallend is dat Nederland hierin heel voorzichtig is. In vergelijking met andere landen hebben wij eigenlijk geen echte openbaarheidscultuur. Landen als Roemenië, Denemarken en Portugal hebben zelfs aparte wetgeving voor openbaarheid van rechtspraak”, aldus Voermans. Volgens Mommers zou de wetgever de rechterlijke macht moeten verplichten tot in beginsel volledige online-publicatie van alle rechterlijke uitspraken. Voermans: “Er zijn wel wat wettelijke bepalingen over fysieke openbaarheid (openbaarheid van zitting en uitspraak), maar over het document is vaak niets geregeld. Als je de stap naar volledige online-openbaarheid wil maken, maar er zo veel weerstand is, moet je inderdaad denken aan een wettelijke regeling.”

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. Nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meld u direct aan >

Recente vacatures

Recente vacatures