Straf(proces)recht

Wat ruist er in de verhoorkamer?

Een van de meest hilarische scenes in de beste misdaadserie ooit– ‘The Wire’ van HBO – gaat over een verhoorsituatie waarin twee medeverdachten in verschillende verhoorkamers tegen elkaar worden uitgespeeld, waarbij rechercheur Bunk zijn ondervragingstechnieken toont.[1] De rechercheur impliceert in het verhoor van de verdachte dat diens medeverdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd en die daarvoor is beloond met fastfood, waarna andere rechercheurs die medeverdachte nietsvermoedend al etend  voor de verhoorkamer langs laten lopen met zijn fries. De verdachte zelf wordt later aan een leugendetector gekoppeld en slaat door, niet beseffende dat het gaat om een kopieerapparaat dat in afgestemde volgorde kopietjes maakt van A4-tjes met daarop ‘true’ en ‘false’.

De scene doet denken aan een recent arrest van de Hoge Raad waarin de zogenoemde ruisstrategie als opsporingsmethode is gehanteerd.[2] De politie had twee medeverdachten van een woningoverval met geweld beiden op de mouw gespeld dat naast de daadwerkelijk weggenomen buit daarbij ook een envelop met € 1.200,- was gestolen. De verdachten werden tegelijkertijd in vrijheid gesteld en kregen vanaf het politiebureau een taxi naar huis aangeboden, niet wetende dat zij werden gechauffeerd door een opsporingsambtenaar en dat hun gesprek op de achterbank werd opgenomen. Het gesprek vormde de koppeling van de verdachten aan het delict en het bewijs dat zij wel degelijk de overval hadden gepleegd. De raadsman betoogde dat dit in strijd was met de verklaringsvrijheid en de beginselen van een goede procesorde. Het OM erkende de ruisstrategie en zette uiteen waarom die wel door de beugel kon: de bevoegdheid kon worden ontleend aan art. 3 Politiewet, er was een machtiging door de zaaksofficier en de inzet was proportioneel en subsidiair. Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde de inzet toelaatbaar vanwege de ernst van het feit, de beperkte misleiding, de machtiging, de uitgebreide verslaglegging en controlemogelijkheden, en het ontbreken van andere succesvolle opsporingsmethoden.[3] De Hoge Raad liet dat oordeel over een kleine leugen met grote consequenties in stand. Verontrustend met het oog op Bunks motto: “The bigger the lie, the more they believe”.

Patrick van der Meij is strafrechtadvocaat en partner bij Cleerdin & Hamer Advocaten en research fellow bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie aan de Universiteit Leiden.

[1] Vindbaar op YouTube met de zoekslag ‘Bunk’s interrogation techniques’.

[2] Hoge Raad 9 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:18.

[3] Gerechtshof Amsterdam 26 juli 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2997.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Patrick van der Meij

Patrick van der Meij

Patrick van der Meij is strafrechtadvocaat en partner bij Cleerdin & Hamer Advocaten en research fellow bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Recente vacatures

Recente vacatures