Website voor juristen

Het begon in Schotland. De damesbadkamer van de camping in Durness stond vol vrouwen in pyama’s en trainingspakken. Ze waren ontzet. Een meerderheid voor Brexit! Hoe moest dat nou met Schotland? De vorige avond was iedereen rustig gaan slapen, gerustgesteld door de polls die een meerderheid voor Remain hadden beloofd. Het waaide flink, die nacht aan de noordkust. Een paar uur later was de ontreddering compleet. Niks Remain, Brexit! Niemand die kon zeggen hoe het verder moest. Een van mijn Engelse neven ging kijken of hij Nederlander kon worden omdat zijn moeder Nederlandse was geweest. Mijn Engelse nichtje, dat met een Duitser getrouwd is en in München woont, riep dat ze Duits wilde worden – een hele stap voor iemand uit Engeland. Een paar weken later beviel ze van een tweeling. Hun grootouders in Engeland verzuchtten dat hun nieuwe kleinzoontjes tenminste EU-burgers zouden zijn.

 

ODR2016 liet met een digitaal toegangskaartje en het conferentieprogramma in een app op je smartphone zien dat het ze ernst is met digitalisering. De vijftiende ODR (Online Dispute Resolution) Conference was op 23 en 24 mei in Den Haag, in de prachtige vergaderzaal van het Vredespaleis. Er wordt in de ODR veel geëxperimenteerd, en uit al die experimenten valt veel te leren. En nu de vergadering in Nederland was kon de Nederlandse rechtspleging flink uitpakken: over wat al gerealiseerd is, waar aan gewerkt wordt, en over de plannen voor de toekomst. Dat maakte veel indruk: volgens een deelnemer is de toekomst van de digitale geschiloplossing in het Nederlands. Hier een kleine collectie souvenirs van de conferentie.

 

Schulden zijn hot, maar eerst nog even dit: Are you from Holland? Your Rechtwijzer is terrific!

 

De Hoge Raad is net in Den Haag verhuisd naar het Korte Voorhout. Een strategische hoekplaats: naar het noorden uitzicht op het Malieveld waar het morrend landvolk vandaan komt, en naar het oosten op het Ministerie van Financiën. Daar komt het geld vandaan. Laatst liep ik er tegen de avond langs. Prachtig gouden licht stroomt door de glazen pui de straat op. Zes groen uitgeslagen rechtsgeleerde heren kijken je aan: Cornelis van Bijnckershoek, Ulrich Huber, Hugo de Groot, Simon van Leeuwen, Johannes Voet en Joan Melchior Kemper. Maar wat staat daar in die lange gang op de muur? Het is een spreuk: Ubi iudicia deficiunt, incipit bellum.

 

Eindelijk gebeurt waar ik al heel lang op zit te wachten: de rechters nemen het initiatief om de kwaliteit van de afhandeling van zaken zelf te verbeteren. Niet dat er de afgelopen tien jaar niks gebeurd is: integendeel. Het bestuursrecht kreeg de Nieuwe Zaakbehandeling, de comparitie na antwoord en na aanbrengen in hoger beroep waren allemaal initiatieven om de kwaliteit en de geloofwaardigheid van de rechtspraak te verbeteren. Maar nu hebben de strafrechters professionele standaarden geformuleerd die er kort gezegd op neer komen dat de rechters baas in eigen zaak worden. Er worden ook niet meer van die belachelijk lange zittingsdagen en overvolle zittingsagenda's geaccepteerd. Ik kan me nog goed herinneren dat zuchtend en met schouderophalen werd geaccepteerd dat zittingen doorgingen tot in de avond, en er daarna nog haastig geraadkamerd moest worden.

 

Begin december was ik even terug in Tbilisi, de hoofdstad van Georgië. Ik was er elf jaar niet geweest, en er is veel veranderd. Er komt nu drinkbaar water uit de kraan. Het plaveisel is gerepareerd. Het is veilig op straat, en gezellig in de stad.

 

Gefeliciteerd, Mr. Magazine, met het tienjarig bestaan.

Zo’n mijlpaal is meestal een aanleiding om vooruit en ook terug te kijken. Eerst maar even terug. Eind 2008 ben ik zelf als blogger bij mr-online.nl begonnen. Als ik me goed herinner was dat ook het begin van mr-online, de digitale spruit van Mr. Magazine. Hoewel mijn blogs nooit veel ophef hebben veroorzaakt was er binnen mijn rechtbank wel discussie over de vraag of en hoe je als rechter in de publiciteit kon treden. De of-vraag is inmiddels volmondig positief beantwoord. Het is goed voor de rechtspraak dat er rechters in de openbaarheid actief zijn. De hoe-vraag is interessanter. Binnen de rechtspraak zijn we het er wel over eens dat optreden in de openbaarheid het aanzien van de rechtspraak niet mag schaden. Dat geeft wel wat beperkingen maar daar heb ik zelf eigenlijk nooit last van gehad.