Website voor juristen
De Taartvrouw, of: wie tart het gezag?
woensdag, 20 februari 2008 door Hendrik Kaptein
Maandag 11 februari, op de weg terug van Leiden naar Amsterdam, rond 22.00 te Schiphol. De trein stopt, lost en laadt reizigers, vervolgt brommend en fluitend zijn weg in de halfduistere tunnel en de helverlichte nacht. Op de eerste verdieping der pluche klasse is een stiltecentrum ingericht, aangekondigd en opgelegd door veelzeggende teksten en tekeningen van zwijgende mensen en telefoons. Desgevraagd en dadelijk beëindigt een kennelijk aardige man met snor zijn omfloerste telefonie, onderwijl een verontschuldiging fluisterend. Het acoustisch universum is aan de geluiden van de trein.
Totdat twee agentjes van politie duidelijk hoorbaar plaatsnemen en hunne conversatie op luide toon voortzetten. Op vriendelijke verwijzing naar het stiltegebod der spoorwegen riposteert de grootste mond, met verdere stemverheffing: "Wij zijn aan het werk, gaat u rustig uw krantje lezen." De ander aarzelt zichtbaar, maar kan uiteindelijk niet achterblijven bij de stoerheid van zijn kleine kale ambtgenoot. De politie is er immers om de burgerij terecht te wijzen, en niet omgekeerd. Aan het werk zijn zij kennelijk niet, eerder heeft het iets van ontspanning. (Moest iets worden gevierd, naar aanleiding waarvan de dienst deze beide blaagjes met biljetten der eerste klasse heeft bewapend?) Tot in Amsterdam Centraal genieten wij hun gekwaak, zinledige doorbreking van de stilte van de rijdende trein. De tegen zo veel brutaliteit machteloos rappellerende medereiziger blijft niets ander over dan hen nog op het perron mee te delen dat ambtenaren die worden geacht de regels te handhaven maar daaraan zelf lak hebben als dat zo uitkomt (nog) niet geschikt zijn voor de dienst. Dreigen met verhaal heeft natuurlijk helemaal geen zin. De pakkans voor dit soort delicten is werkelijk verwaarloosbaar klein. Tot slot in de tram naar huis bedenk je je weer hoe schandelijk weinig politiemensen verdienen (afgezien van het "management" natuurlijk, maar dat is tegenwoordig overal zo). En hoe zinloos dit soort ergernis is.
Wie bewaakt de bewakers? Zo komen wij op de Taartvrouw, als aangekondigd in de vorige column. (Nee, niet de Tarotvrouw, zoals sommige correspondenten dachten.) Wie eigenlijk alleen 's avonds laat televisie kijkt, ziet vaak slechts flitsen voorbijgaan (alsof je nog in de trein zit). Zo passeerden de laatste beelden van een terechtzitting waarin (nogmaals) veroordeling van Lucia de B. werd uitgesproken. Een voor de oppervlakkige toeschouwer wat verwaten ogende presidente van meer dan gemiddelde leeftijd en omvang was doende met het uitspreken van de filippica. Dat Lucia de B. zeer ernstige feiten had gepleegd, dat zij eindelijk moest inzien hoe moreel afschuwelijk en verwerpelijk haar misdaad was geweest, etc.
Vooropgesteld zij dat in ieder geval de subjectieve goede trouw van deze rechter hier niet in het geding is. Maar toch: zij maakte twee kapitale fouten, nog helemaal afgezien van schuld of onschuld van Lucia de B. De eerste is van bewijsrechtelijke aard, de tweede uiteindelijk een staatsrechtelijke kwestie. Bewijsrechtelijk leerzaam is nog altijd de bijkans versleten anekdote over politierechter Abspoel. Advocaat: "Mijn cliënt is onschuldig!" Abspoel: "Mooi, dan hebben we de dader. Bode! Oppakken die advocaat." (Abspoel redeneerde als volgt: afgezien van objectiveerbare alibi's kan uitsluiting van daderschap en schuld van de oorspronkelijke verdachte door de advocaat alleen berusten op des advocaten eigen directe daderwetenschap en dan blijft alleen de advocaat zelf als dader over.)
Wees niet te stellig, dat geldt ook hier. De wijze rechter gaat nooit verder dan de volgende stelling: gegeven alles wat mij binnen de perken van de telastelegging en de wet is geworden moet ik bewezen verklaren dat u deze moord heeft gepleegd (en mede daarom krijgt u 15 jaar, bijvoorbeeld). Dat is categorisch iets anders dan het doen van categorische uitspraken over een historische werkelijkheid, in de trant van: u heeft die moord gepleegd. De rechter is er immers zelf niet bij geweest. Dat berust niet alleen op het beginsel dat de rechter moet weten dat zij zich toch in de feiten van het geval kan vergissen, hoe onwaarschijnlijk dat ook kan zijn. Het berust ook op fundamentele bescheidenheid jegens de historische werkelijkheid. En dus ook jegens de verdachte, die - indien compos mentis - wél weet of hij het wél of niet heeft gedaan.
De wijze rechter onthoudt zich dus van elke stellige uitspraak over de historische werkelijkheid, zelfs als die schijnbaar volledig kan worden achterhaald. De rechter die wél stelt hoe het vroeger was, loopt de kans gewoon te liegen of op haar best toneel te spelen en teksten uit te spreken die alleen kunnen passen in dat soort fictie. Zo zijn wij terug bij de Taartvrouw: zij voerde een stukje op. Dat geeft niet, zolang mogelijk onschuldige verdachten daarvan niet de dupe worden en daarover gaat het, niet alleen in de zaak van Lucia de B.
Dan de zedenpreek, in het verlengde van de historische stelligheid. Die deugt evenmin, ook niet uit een oogpunt van machtenscheiding. Want alleen het Openbaar Ministerie vervolgt en bestraft, zo volgt uit de wet en uit het stelsel, uit naam van het geschonden algemeen belang. De strafrechter stelt al dan niet pro-actief de grenzen, meer niet. Strikt genomen is een strafrechtelijke veroordeling dan ook niets anders dan een machtiging aan de staat om te doen wat werd gevraagd, bijvoorbeeld executie van straf. Als er al zedenmeesters in de strafrechtspleging mogen zijn, dan zijn het de officieren van justitie, als vertegenwoordigers van het algemeen belang dat wij allen zijn. De (onpartijdige) strafrechter past in ieder geval geen eigen moreel oordeel. Anders wordt het helemaal een slecht toneelstuk.
Net als die voorstelling van die stoere agentjes. Af en toe spreekt, roept en zwaait het volk uit de zaal, wanhopig pogend om de ambtenaren uit hun eigen toneelstuk in de werkelijkheid terug te halen. Te vaak tevergeefs. Ter zitting hoefde de Taartvrouw natuurlijk helemaal niets te vrezen. De agentjes kwaakten even rustig door. De petitie ten gunste van heroverweging van de zaak van Lucia de B. heeft tot nu toe niets opgeleverd. In en buiten de voortrazende treinen van politie, justitie en rechterlijke macht kan de burgerij roepen wat zij wil, het maakt niets uit. Zij zijn er om ons terecht te wijzen, en niet omgekeerd.
Maar toch: er zijn en blijven ijverige ambtenaren van politie en justitie. Zo lees je ook weer in de trein dat het ternauwernood overlevende slachtoffer van een moeder-kind zelfdoding per rolstoel in voorarrest werd gereden, zodra zij ontwaakte uit haar coma. Haar baby is omgekomen. Volgende keer meer over de vraag wie hier echt wakker moet worden.
Reactie (0)
| < Vorige | Volgende > |
|---|



