Website voor juristen

In memoriam (De heer) Bram

's Hofs arrest in de zaak van Moszkowicz tegen Kelder wijkt niet af van die van de kortgedingrechter. De uitspraak blijft precies dezelfde, alleen de motivering is op één enkel punt aangepast: de betiteling "maffiamaatje" vindt geen, althans onvoldoende, steun in het beschikbare feitenmateriaal." 

Het Hof stelt dus niet: die kwalificatie is in strijd met de feiten. Integendeel. Alleen dat is natuurlijk al dodelijk, met name voor een advocaat. Bovendien mag Kelder - of wie dan ook - alle andere kwalificaties handhaven: beroepsleugenaar, wordt betaald met zwart geld, schendt zijn geheimhoudingsplicht jegens zijn voormalige cliënt Endstra en heeft nauwe banden met de onderwereld. Over die bepaald niet alleen zakelijke contacten met de onderwereld stelt het Hof zelfs nog eens uitdrukkelijk: "In zoverre kan dan ook vastgesteld worden dat de door Kelder geuite beschuldiging voldoende steun vond in het toen beschikbare feitenmateriaal, waarvan een deel al in de openbaarheid was gebracht." Moszkowicz zegt: "Ik heb gewonnen, want ik mag geen maffiamaatje meer worden genoemd en juist dat hinderde mij in mijn beroepsuitoefening." Zelfs een serieuze krant als NRC Handelsblad ging daarin een eindweegs mee: Moszkowicz én Kelder hadden beiden iets gewonnen en verloren. Deze totale vertekening van de rechtswerkelijkheid is de media misschien niet te verwijten (er zijn nu eenmaal niet genoeg juridisch geschoolde journalisten die voldoende tijd hebben om echt te kunnen weten waarover zij moeten schrijven). Voor Moszkowicz zelf blijft over dat hij óf (wederom) willens en wetens liegt (om de voor hem zo belangrijke schone schijn op te houden) of zo slecht bij zijn hoofd is geworden dat hij zelfs dit niet meer door heeft. Waarbij buiten beschouwing wordt gelaten dat het Hof ook nog eens vaststelde dat Moszkowicz' eis te algemeen was verwoord: niet de eerste beroepsfout van deze "top-advocaat".

Zijn reputatie in de juridische wereld was al niet al te best, nog afgezien van al die al jarenlang roulerende verhalen, uiteenlopend van het uitblijven van enige prestatie zodra argeloze cliënten dik hadden betaald tot en met bedreiging van "in de weg lopende" advocaten en anderen. Misschien is dat mede een achtergrond van het rechterlijk oordeel over de schadelijkheid van Kelders uitlatingen: "Bovendien is voorshands onvoldoende aannemelijk geworden dat hem door onrechtmatig handelen van Kelder reputatieschade is toegebracht." Want: wat was er nog over van die reputatie voorafgaand aan Kelders acties? Overigens en ten overvloede: tegen al deze rechterlijke feitenvaststellingen kan Moszkowicz niet meer opkomen. Het is niet de betiteling "maffiamaatje" die Moszkowicz hindert in zijn beroepsuitoefening, het is zijn tot nu toe even ongehinderd als schaamteloos verraad van de beginselen van het beroep van advocaat. In de Gedragsregels is ten overvloede vastgelegd dat advocaten nooit en te nimmer de belangen van klanten met mogelijk tegenstrijdige belangen mogen dienen. Schending van confidentialiteit levert zelfs een misdrijf op. Advocaten moeten op hun woord kunnen worden geloofd. Bovendien moeten zij hun onafhankelijkheid hoog houden, niet alleen ten opzichte van de overheid maar ook ten opzichte van klanten. Allemaal beginselen, wetten en regels waaraan Moszkowicz kennelijk geen boodschap heeft.

En de beroepsorganisatie kennelijk al evenmin. Want al die beginselen, wetten en regels kunnen ook tuchtrechtelijk worden afgedwongen. Dat is een hoofdtaak van de beroepsorganisatie. Maar die zit inderdaad stil en laat zo de advocatuur verder verloederen, ten koste van al die bona fide advocaten en al die klanten die recht hebben op eerlijke rechtshulp. Tuchtrecht dient er toe om (een ambt of) een beroepsgroep op peil te houden, door wanprestanten en echte criminelen te waarschuwen of te schorsen, als het moet voor altijd. Tuchtrecht is dan ook geen strafrecht. Wie advocaat wil zijn, moet er rekening mee houden dat hij zich als advocaat moet gedragen en anders iets anders moet gaan doen. Dat is geen straf, in ieder geval niet voor de balie en de samenleving.

Maar niet alleen in de zaak-Moszkowicz gebeurt er tuchtrechtelijk: niets. Vrome of eigenlijk voze juristenpraatjes over het belang van strafrechtelijke rechtsbescherming in de tuchtrechtspleging winnen het van de wil de beroepsgroep én haar aanzien op peil te houden. Toegegeven moet worden dat Moszkowicz tot nu toe handig genoeg was om te voorkomen dat hij echt last kreeg met de schijn van criminaliteit. Het Openbaar Ministerie heeft (dan ook) al evenmin actie tegen Moszkowicz kunnen ondernemen. Het is het oude liedje: juristen zijn in niets zo goed als in het ontlopen van hun eigen verantwoordelijkheden, zeker als zij worden geacht elkaar aan te pakken.

In dit licht - of eigenlijk deze duisternis - is het optreden van Kelder nog belangrijker (en moediger!) dan het leek. Het gaat er niet om de reputatie van Moszkowicz nog verder te beschadigen. Dat hoefde door zijn eigen toedoen al niet meer. Het gaat niet om de persoon van Moszkowicz (of wat daarvan over is), het gaat om een fatsoenlijke advocatuur als wezenlijk onderdeel van de rechtspleging. Door Moszkowicz aan te pakken heeft Kelder daaraan tot nu toe - en dat in zijn eentje - meer bijgedragen dan de hele beroepsorganisatie. Maar het is nog niet te laat. Bovendien kan Moszkowicz er zelf voor kiezen om uit de advocatuur te stappen. Dan heeft hij in ieder geval van de beroepsorganisatie geen last meer. In de media (en in de onderwereld) zijn genoeg andere dingen te doen. - Hoe dan ook: het is zo langzamerhand te hopen dat het ook met Moszkowicz zelf goed afloopt.

Reactie (0)


Schrijf reactie. Reacties worden eerst door de webmeester van Mr. gecontroleerd alvorens deze geplaatst worden. Anonieme reacties worden niet geplaatst.

busy