Website voor juristen
Kantoortijden en fatale termijnen (levend of dood)
maandag, 05 november 2007 door Hendrik Kaptein
In Texas zijn veel dingen anders dan hier. "Na vijven zijn wij gesloten" was enkele weken geleden het antwoord van rechter Sharon Keller, aan advocaten die op de laatste dag van de beroepstermijn, 17.20 plaatselijke tijd, opkwamen tegen uitvoering van de doodstraf tegen hun cliënt Michael R. Het beroep werd dan ook niet ontvangen, Michael Richard is alsnog (wél "op tijd") geëxecuteerd, scherprechter Sharon ("Killer") Keller staan nog heel wat (tucht)procedures te wachten, al zal zij daarvan gegeven de locale rechtscultuur niet al te veel last hebben.
Overigens waren de advocaten aanvankelijk niet eens van plan om in beroep te gaan. Maar het Supreme Court had in de tussentijd nieuwe besluiten genomen over de rechtmatigheid van dodelijke injecties. Daarom leek het op de valreep toch zin te hebben om juridische actie te ondernemen. Pech was wél dat op het beslissende moment de computers het niet deden. Zo konden de stukken pas na "sluitingstijd" worden bezorgd. Al zijn dergelijke kantoortijden in geen statute of limitations te vinden. Ook waren op die dag na 17.20 en overigens als gebruikelijk allerlei rechters en anderen gewoon op kantoor en (wél) aan het werk.
Kennelijk vond Keller dat Richard dood moest en zo kwam het haar goed uit om fatale termijnen uit te leggen in termen van kantoortijden. Statistisch stelt die ene executie overigens niets voor. 37% van alle doodstraffen in de Verenigde Staten wordt in Texas voltrokken. Plaatselijke rechters (bijna allemaal Republikeinen) proberen hun verkiezing (!) te verzekeren met televisiespotjes waarin zij nog veel meer doodstraffen beloven. Van het Supreme Court hebben zij steeds minder last. Dat wordt immers sinds jaar en dag gedomineerd door conservatieven als Antonin Scalia. Hij stelde "Mere factual innocence is no reason not to carry out a death sentence properly reached." (in Herrera v. Collins, 1993). Wie het nu nog niet koud om het hart wordt kan bedenken dat Keller zelfs aan dat "properly reached" niet toekwam. Wat rijst is de angstwekkende sfeer van opportunistisch proceduralisme, waarin materieel recht er alleen toe doet als dat zo uitkomt.
Dergelijk kras misbruik van vormen en bevoegdheden is in Nederland uitgestorven. Hoewel? De Puttense zaak liet zien dat onze eigen Hoge Raad weinig tot niets onbenut liet om de kennelijk onschuldige Viets en Dubois toch nog jaren vast te laten zitten (om gezichtsverlies te voorkomen?): eerst de (uiterlijke) vormen (die overeenkomstig Scalia's adagium werden geacht niet te zijn geschonden), dan de mensen die ten onrechte vastzitten. Nu is daar Lucia de B.: van het bewijs klopt werkelijk helemaal niets (typisch geval van rechters die menen dat zij alles beter weten dan de rest van de wereld, statistiek incluis), maar ja, herziening kan natuurlijk niet zo maar en termijnen zijn nu eenmaal termijnen.
Het is ook een kwestie van sfeer. Juristen neigen er toe om het spel serieuzer te nemen dan de knikkers (tenzij met dat spel iets te winnen valt natuurlijk, dan mag ook in Nederland worden gelogen, zoals een procureur-generaal in de zaak van de Schiedamse parkmoord liet zien). Zo was er nog niet zo lang geleden een wat ijdele maar verder wel aardige (overigens in de wetenschap verder onbekende) professor in de rechten die zijn gehoor voorhield "dat je het vak toch eigenlijk alleen in de praktijk kon leren", met uitweiding over zijn kennelijk nogal hoge rechterlijke functie, "en dat hij nu pas doorkreeg wat strafrecht eigenlijk was, als je eenmaal in het Hof zat, begon je te snappen hoe al die procedures werkten."
Onwillekeurig moest ik weer denken aan Thomas Paine. Zijn bon mot parafraserend kan de jurist worden vergeleken met: "... een ongevoelige aristocraat die zich alleen maar opwond over decorum en tradities en geen oog had voor het leed van mensen van lagere komaf, een man die zich zorgen maakte over het gevederte, maar de stervende vogel vergat." (Al zijn niet alle juristen aristocraten en niet alle rechtsgenoten stervende vogels.) Kennelijk leeft professor in zijn eigen liturgisch gezelschapspel van gebefte standen en rangen. Groter en echter is de gewone wereld, die van de rechtsgenoten. Die zijn in materieel recht geïnteresseerd, niet in poppenkast van procedures en vormen, met alle nogal eens ontrechtende gevolgen van dien.
De ijdele vroomheid van uiterlijke schijn lijkt belangrijker dan materieel recht. Die juridische pathologie keert in alles terug. Zo wond diezelfde professor zich op over het betaalde reisje van Willems naar Amerika: "je moet volkomen onafhankelijk blijven! Volkomen terecht, die berisping!" Nog afgezien van het wantrouwen jegens de geestelijke en morele onafhankelijkheid van Willems dat er uit spreekt: weer ging alles over vorm, niets over inhoud. Het is niet meer dan een zoveelste voorbeeld, maar toch. (Inderdaad is Mohr, collega van Willems in de Ondernemingskamer, naar aanleiding van die commotie voortijdig opgestapt. Hij vond het allemaal mooi geweest, en terecht.)
Natuurlijk is er geen recht zonder formeel recht. Formeel recht biedt principiële voordelen: zekerheid, dwang tot nadenken en eerlijke geschillenbeslechting. Toch dient het maar één enkel doel: materiële rechtsverwerkelijking. Al kunnen procedures natuurlijk nodig zijn om vast te stellen wat dat materiële recht in casu is. Zelfs dat "vergat" Sharon Keller. Hoe dan ook (al was het maar om met een vermaning een eind te maken aan deze potpourri van verontwaardiging over verzuim van materieel recht): blijf vormvast, maar bedenk altijd waartoe die vormen eigenlijk dienen. Juristen zijn er niet voor zichzelf (en nog veel minder voor de verwerkelijking van hun eigen al dan niet dodelijke overtuigingen, binnen verkeerde procedurele speelruimten), maar voor mensen. Al die rechtsgenoten hebben niets met vormelijkheden, zolang zij krijgen waarop zij recht hebben. Om echt tot slot een echtere professor te citeren: Daartoe is het recht op aarde.
Reactie (0)
| < Vorige | Volgende > |
|---|




