Website voor juristen

Misdadigers binnen het Openbaar Ministerie?

Lucia de B. is nog steeds niet vrij, ook al wijst alles er op dat er nog geen begin van wettig en overtuigend bewijs tegen haar bestaat. Rechters meenden ten onrechte iets van statistiek te snappen en ook het toxicologisch "bewijs" in deze zaak is op zijn zachtst gezegd twijfelachtig. Herziening of niet, de strafrechtelijke molens worden zo langzaam mogelijk draaiend gehouden. Het beginsel moet zijn dat afwezigheid van wettig en overtuigend bewijs leidt tot onmiddellijke invrijheidsstelling. Straf tegen (mogelijk) onschuldigen is immers flagrante schending van de rechtsorde. Maar bij de Hoge Raad verdwaalt en verdwijnt die moraal van het verhaal in de traagheid en duisternis van regels en regeltjes. En het niet toe kunnen geven van eigen falen? Rechters zijn ook maar mensen.

Al te menselijk blijkt wederom het Openbaar Ministerie. In de zaak van de Schiedammer parkmoord is herhaaldelijk gesteld dat (hoge) vertegenwoordigers van het OM hebben gelogen (kennelijk om een gewenste veroordeling te bewerken). Nu stelt Ton Derksen publiekelijk dat het OM ook in de zaak van Lucia de B. heeft gelogen en bedrogen (zie ook zijn eerdere en evenmin geruststellende boek over deze zaak). Als na eerdere aantijgingen blijft het op deze loodzware beschuldigingen zijdens het OM: overdonderend stil. Dat doet toch denken dat die beschuldigingen grond hebben. Smadelijker aantijging is voor het OM immers nauwelijks denkbaar.

Het heeft iets angstwekkends. Fundamenteel voor een rechtsstaat is de tegenoverstelling, strijd zelfs, tussen misdaad en recht. Tegenover de kwade trouw van criminaliteit hoort te staan de integriteit en waarheidsgetrouwheid van het staatsapparaat. Recht en waarheid moeten het winnen. Die grote woorden klinken nog holler als het OM kennelijk alleen nog in "winst" is geïnteresseerd, ten koste van onschuldigen of van wat dan ook. Dan verwordt de strafrechtspleging tot een hoe dan ook oneerlijk conflict tussen criminelen, een strijd om de waarheid waarin strijd de enige waarheid is. (Zo dreigt Spong toch gelijk te krijgen, met zijn bekende boutade dat de mensen achter de tralies niet beter of slechter zijn dan het al dan niet gebefte tuig dat er buiten weten te blijven.)

Dat is allemaal erg genoeg, ook voor al die officieren van justitie die waarheid en recht wél hoog in het vaandel voeren. Het wijst bovendien op fundamentele rechtsongelijkheid. Als u of ik iemand opsluiten (zelf zou ik behalve die liegende officieren nog wel een paar kandidaten weten), dan kunnen wij rekenen op forse gevangenisstraf. Maar (bijvoorbeeld) een advocaat-generaal die te kwader trouw haar best doet om een onschuldige achter de tralies te krijgen overkomt: helemaal niets. Sterker nog: voor zover bekend heeft niemand van die liegende en bedriegende "dienaren" van het OM tot nu toe enig nadeel van deze samenspanning tot wederrechtelijke vrijheidsberoving mogen ondervinden. Quis custodiet custodes. Ongetwijfeld houden OM en ministerie de meest fantastische juridische redenaties gereed om te demonstreren dat niemand ter zake een strobreed in de weg kan worden gelegd (gelijk de juridische spitsvondigheden op grond waarvan Lucia de B. vast blijft zitten). (Intern zullen deze en dergelijke zaken - als in het ambtelijk apparaat wel vaker gebruikelijk - zijn afgedaan door betrokkenen te bevorderen.) Hier blijkt nog eens wat al zo vaak is gezegd en geschreven, overigens zonder enige uitwerking op het justitieel apparaat: wat je op je kerfstok hebt is minder belangrijk dan je maatschappelijke positie. - Overdreven? Dat is tenminste te hopen, al neemt het verontwaardiging over dergelijk onrecht niet weg.

Bovendien hebben de rijken en machtigen nu eenmaal betere advocaten dan Jan met de pet. Maar daaraan is misschien toch iets te doen (om dit verhaal niet helemaal hopeloos te laten eindigen). Want er iets vreemds aan de hand met rechtsbijstand in strafzaken. Dergelijke bijstand is een grondrecht, maar diezelfde bijstand wordt verleend door advocaten in een min of meer vrije markt van uurtarieven. Die ongerijmdheid kan radicaal worden opgelost: bevorder strafadvocaten tot ambtenaren met een salaris vergelijkbaar met dat van officieren van justitie. Rechtsbijstand in strafzaken is immers een publieke taak. Hét bezwaar daartegen is natuurlijk dat verdachten staat tegenover diezelfde overheid, vertegenwoordigd door het OM. De overheid kan hen niet beschermen tegen de overheid. Of toch wel? Als de overheid niet langer de vijand is van verdachten (zoals het gedrag van het OM kennelijk in meer dan een enkele zaak liet zien), dan kan diezelfde overheid zich in een andere rol volledig achter de verdachte (als medeburger) stellen. De vraag blijft natuurlijk wél hoe het dan moet met de (wettelijk verankerde) onafhankelijkheid van advocaten. Geruststellend in ieder geval op dit punt is dat dit plan voorlopig niet zal worden uitgevoerd. (Bovendien: waarvan zouden Moszkowicz en zijn gelijken hun patserige pretjes moeten betalen, als ook zij zouden worden bevorderd tot ambtenaar? Of krijgen zij bijzondere bijklusregelingen? Daar komt nog bij dat advocaten, ambtenaar of niet, net zo min mogen liegen als officieren van justitie.)

Overigens: als bekend is het Nederlandse strafproces tenminste op papier zo ingericht dat advocaten niet eens nodig zijn (afgezien van cassatie). Rechter én OM worden immers geacht ook de rechten en belangen van verdachten in het oog te houden. Maar dat is steeds meer schijn. De strafrechter wordt lijdelijker, het OM partijdiger (mede door verkeerd begrepen invloeden uit de Anglo-Amerikaanse strafrechtspleging) en af en toe inderdaad regelrecht vilein. In dergelijke sferen zijn goede strafadvocaten onontbeerlijk. In ieder geval is voor die liegende officieren van justitie te hopen dat zij te zijner tijd goede advocaten krijgen. Het zijn immers ook maar mensen. Zelfs zij hebben recht op het eerlijke proces dat zij anderen niet gunden.

Reactie (0)


Schrijf reactie

busy