Website voor juristen
Monsters van de Balie
dinsdag, 18 september 2007 door Hendrik Kaptein
De balie heeft een beroerde reputatie, dat is genoegzaam bekend. In de Verenigde Staten eindigen advocaten steevast op de laatste plaatsen van integrity polls. In Nederland gaat het beter, toch wekt die slechte naam enig medelijden met al die nette advocaten en advocaatjes die braaf hun best doen, netjes hun uren schrijven en zich intussen voor hun arme (of in ieder geval ontrechte) klanten het vuur uit de sloffen lopen. Buiten hun eigen juristenkringetjes voelen zij zich ongemakkelijk, bang als zij zijn voor gangbare verwijten als: advocaten zijn handlangers van de misdaad, hoe kun je anders al die criminelen verdedigen? (Ontleding van de principiële grondeloosheid van deze en dergelijke verwijten kan in dit verband aan de lezer worden overgelaten.)
Beroepsethici en criminologen doen er nog schepjes bovenop. De moraal van de balie lijkt verworden tot ordinaire belangenbehartiging, ten gunste van advocaten (en cliënten als dat zo uitkomt). Criminologen stelden al in het rapport-Van Traa (tien jaar geleden) dat commercialisering van de balie leidt tot bewandeling van nog kortere, criminele wegen naar het grote geld. Dekmantels van confidentialiteit en even marginale als oncontroleerbare meldplichten maken advocaten tot aantrekkelijke handlangers voor min of meer georganiseerde misdaad.
Ook zo blijft de balie in het nieuws, want onlangs verscheen het rapport Toenemende verwevenheid tussen onder- en bovenwereld, product van het Project Nationale Veiligheid. Weer worden advocaten als criminele dienstverleners geafficheerd: "Dit komt voort uit de wetenschap (deels gebaseerd op het Nationaal Dreigings Beeld, NDB) dat de verwevenheid van sommige accountants, advocaten en notarissen vrij ver kan gaan." Dergelijke berichten kan de balie natuurlijk niet ongemoeid laten passeren. Landelijk deken Bekkers stelt zich dan ook als volgt te weer (in NRC Handelsblad, 17 september jl.):
Dit NDB van het KLPD dateert van juli 2004. In het rapport wordt verwezen naar advocaten die betrokken zouden zijn bij criminele activiteiten, of het gevaar dat advocaten lopen om bij die activiteiten betrokken te raken. Nergens worden die beweringen echter onderbouwd. De 'wetenschap' lijkt dus voornamelijk gebaseerd op gevoel, hoewel wetenschappelijk onderzoek voorhanden was. In datzelfde 2004 verscheen het rapport 'Professionele dienstverlening en georganiseerde criminaliteit, integriteitdilemma's van advocaten en notarissen' van VU-onderzoekers Francien Lankhorst en Hans Nelen. Zij komen wél met cijfers. Hun conclusie: over een periode van drie jaar zijn elf advocaten getraceerd over wie het vermoeden bestond dat ze verwijtbaar betrokken waren bij georganiseerde criminaliteit. In vijf gevallen leidt dat tot een veroordeling.
Waar gaat het dan nog over, sneert Bekkers, gegeven het totale getal van ruim 14.000 advocaten? Vage vooroordelen zijn slecht voor rechtsbedeling met hulp van die even integere als onmisbare balie! Retorisch is dat aardig, als redenering moet het lelijk mislukken. Want Bekkers doet hier niet veel anders dan bewijzen dat het Monster van Loch Ness toch bestaat (of juist niet). Dat gaat als volgt.
Het Monster van Loch Ness bestaat.
Hoezo?
Nooit is bewezen dat het niet bestaat!
Dat klinkt aardig, maar het spiegelbeeld daarvan gaat als volgt:
Het Monster van Loch Ness bestaat niet.
Hoezo?
Nooit is bewezen dat het wél bestaat!
Dergelijke argumenten komen niet verder dan drogredelijk beroep op onwetendheid, in de trant van: als argumenten voor het tegendeel van een stelling niet zijn gegeven, dan kan die stelling voor waar worden aangenomen. Een bekende variant daarvan leidt tot de slotsom dat niemand iets op zijn kerfstok kan hebben zolang hij niet is veroordeeld. Maar wie niet is gepakt, slaagt misschien beter in het verhullen van belastend materiaal en dus argumentatie ten gunste van daderschap en schuld dan minder fortuinlijke anderen. En dat is precies het drogredelijke van Bekkers' verweer tegen rapportages waarin wordt gewezen op gevaren van een te criminele balie: "Er zijn zegge en schrijve elf of eigenlijk maar vijf foute advocaten gepakt, dus met al die andere 13.989 advocaten is niets aan de hand en houd eens op met die schadelijke verdachtmakingen!"
Wél is waar dat mensen en dus ook advocaten moeten worden behandeld als waren zij onschuldig, zolang het tegendeel niet is bewezen. Dat is geen drogredelijk beroep op onwetendheid, want daarmee wordt niets gezegd over feiten. Onschuldpresumpties en aannamen van goede trouw zijn normen, verboden van enige sanctie zonder aangetoonde schuld. Bekkers heeft dus hooguit gelijk in zijn verwijt dat de balie zonder stellig bewijs in een kwaad daglicht wordt gesteld.
Hoewel? Zijn er niet meer dan genoeg aanwijzingen die zouden moeten aanzetten tot actie? Te veel wijst er op dat meer dan elf advocaten niet goed bezig zijn en dat weet Bekkers natuurlijk net zo goed. Het beeld wordt er niet beter op als doordringt dat juist advocaten beschikken over ruime mogelijkheden om criminele (neven-)activiteiten af te schermen, niet alleen onder dekmantels van confidentialiteit. Werk moet eindelijk gemaakt van het opschonen van de balie, hoe veel of weinig foute advocaten er ook los rondlopen. De NOvA moet niet zielig blijven doen over reputatieschade, maar eindelijk eens "de balie monsteren" (door hervorming van regelgeving, consequente tuchtrechtspleging en nog veel meer) en de monstertjes en monsters in de advocatuur onschadelijk maken. Tot heil van de naam van de balie én van de kwaliteit van de rechtsbedeling.
Reactie (0)
| < Vorige | Volgende > |
|---|



