Website voor juristen

Notariaat eindelijk aan de praat? Of toch euthanasie op sociale indicatie?

Eindelijk is het zo ver: de minister is van plan om confidentialiteit van notarissen aan banden te leggen. Politie, justitie en de belastingdienst krijgen inzage in notariële dossiers. Notarissen krijgen er voor terug dat het Kadaster hen op de hoogte stelt van ongebruikelijke prijsstijgingen. Ook kunnen zij WOZ-waarden van woningen te weten komen. Want fiscale en andere fraude met onroerend goed moet worden tegengegaan. Het gaat om een weinig transparante branche ter waarde van zo'n 1000 miljard, waarin pakkansen laag zijn.

Deze plannen leefden al langer, nu lijken ze vaste vorm te krijgen. Geheimhouding is mooi, maar mag geen dekmantel zijn voor misdaad. Daarmee zijn notarissen de afgelopen jaren te vaak in het nieuws geweest, nog afgezien van alle mogelijke vergrijpen die in het duister zijn gebleven.

De KNB (eertijds broederschap, nu beroepsorganisatie, maar nog wél koninklijk) lijkt over het plan confidentieel te zwijgen, na eerder heftig te hebben geprotesteerd tegen pogingen tot beperking van notariële criminaliteit: kennelijk dringt eindelijk door dat wie wordt geknipt stil moet zitten. Toch zullen nogal wat notarissen en anderen aankomen met de bekende bijl aan de wortel: wordt confidentialiteit van vertrouwensambten en -beroepen aangetast, dan worden die ambten en beroepen zelf onmogelijk gemaakt. Verwezen wordt naar de geldende rechtspraak, voortbouwend op het Notaris Maas-arrest (1985). Daarin stelde de Hoge Raad: het maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk en zonder angst voor openbaarmaking van vertrouwelijke feiten kan wenden tot vertrouwensberoepsbeoefenaren is groter dan het belang van de waarheidsvinding.

Dat is een merkwaardige afweging. Rechtspleging dient uiteindelijk tot niets anders dan rechtsverwerkelijking. En er is geen recht in casu zonder de feiten van het geval. Notarissen, advocaten en andere juridische geheimhouders moeten daaraan meewerken. Anders hebben hun ambten en beroepen geen zin. Zo beschouwd is des Hogen Raads afweging een categoriefout. Vrije toegang tot vertrouwensberoepsbeoefenaren is geen waarde op zich, hooguit een middel tot waarheidsvinding en dus tot rechtsverwerkelijking.

Niemand minder dan monumentaal rechtsgeleerde Jeremy Bentham stelde dan ook in Rationale of Judicial Evidence (1827, nog steeds een onvervangbaar standaardwerk): confidentialiteit van juristen anders dan die van rechters en vervolgende ambtenaren is niets anders dan obstructie van rechtspleging. Fataal is dan ook vergelijking met niet-juridische beroepsbeoefenaren. Natuurlijk moeten medici zwijgen. Mensen kunnen zich immers schamen voor hun aandoeningen. Anders dan bij rechtshelpers staan rechten van derden daarbij in het algemeen niet op het spel. Maar rechtshelpers worden medeplichtigen van hun cliënten, zodra zij feiten die rechten van derden vestigen onder de pet houden. Volgens David Luban, schrijver van het terecht bekende Lawyers and Justice (1988) is dit zelfs het kernprobleem van de advocatuur en aanverwante vakken, waaronder in ieder geval het notariaat.

Inderdaad is er zo langzamerhand meer dan de schijn dat confidentialiteit door te grote delen van het notariaat eerder wordt gezien als een "voorrecht" om onwelvoeglijkheden ten eigen nutte verborgen te houden dan als een plicht om eerlijke cliënten zo goed mogelijk te bedienen. Klassiek is Robinsons The Laundrymen (1996), waarin wordt uitgelegd dat advocaten en notarissen hoofdrollen spelen in witwassen en alle criminaliteit die daarmee samenhangt. In criminele sferen zijn vertrouwensberoepsbeoefenaren favoriet: zij hoeven immers niet te getuigen.

Hoe heeft het ook in Nederland zo ver kunnen komen? Het notariaat kent toch tuchtrecht, ter bewaking van de kwaliteit van maatschappelijk wezenlijke dienstverlening? De KNB had toch zelf orde op zaken kunnen stellen? Dat verhaal is bekend. Nog niet zo lang geleden schaarde die KNB zich onomwonden aan de kant van kennelijk criminele notarissen te Rotterdam en omstreken. Confidentialiteit ten gunste van even criminele cliënten was kennelijk belangrijker dan opsporing en bestraffing van misdrijven.

Bovendien is tuchtrecht tegen notarissen (en advocaten) niet meer dan folklore. Natuurlijk zijn er lastige klanten die rechtshelpers in bagatelzaken voor de tuchtrechter proberen te slepen. Maar als het echt ergens over gaat geeft diezelfde tuchtrechter niet thuis. Tuchtrecht staat hoe dan ook machteloos als notarissen met criminele cliënten onder één confidentieel hoedje spelen. Dan zijn er immers geen klagers. Komt toch iets ernstigs aan het licht, dan zijn opgelegde sancties lachwekkend. Een Haagse notaris hielp een hebzuchtige familie welbewust bij de beroving van een tijdelijk opgenomen familielid. Het ging om tonnen aan onroerend goed, nota bene ook nog om een eigen woning. Sanctie: tijdelijke schorsing. De stelende notaris is gewoon weer aan het werk. Collega's zeiden: wat zielig! Dat hem het moest overkomen, het is zo'n aardige man! Ook hier blijkt het zelfreinigend vermogen gering. Groepssolidariteit is kennelijk belangrijker dan integriteit.

De minister grijpt dan ook terecht in. De vraag is alleen of hij ver genoeg gaat. Zijn ferme taal doet denken aan een andere beperking van confidentialiteit: de waarheidsplicht van art. 21 Rv. Partijen in het civiele geding moeten alle feiten voorleggen aan de rechter. Maar wie dwingt hen er toe? Dat geldt ook voor notarissen. Kwade trouw in samenspanning met cliënten kan gewoon buiten beeld blijven, zolang het spel zorgvuldig genoeg wordt gespeeld. Foute notarissen vinden ongetwijfeld middelen en wegen om kwade zaken te blijven doen. Voor de hand ligt natuurlijk dat in sferen van onroerend goed nog meer zwart en anderszins fout geld al dan niet contant of in het buitenland onder de toonbank gaat.

Dezelfde overheid die nu het notariaat wil zuiveren heeft aan die criminaliteit even onbedoeld als fors bijgedragen. Europa eiste liberalisering van dienstenmarkten. Voor het notariaat is dat onder andere vertaald in vrije tarieven. De notaris is niet langer ambtenaar met één enkele taak: het dienen van het algemeen belang door onpartijdige rechtsverwerkelijking. Voor hedendaagse partijnotarissen is het recht niets anders dan hulpmiddel of hindernis in verwerkelijking van cliënten- en eigen belangen. Dan zijn pakkansen belangrijker dan de plichten van het ambt, voor zover het notariaat dat nog is. Verkeerde concurrentie, faillissementen en criminaliteit waren de niet echt onverwachte gevolgen.

Papieren inperking van notariële confidentialiteit is niet genoeg. Het notariaat is toch niet meer aan de praat te krijgen. Is het niet beter om ons doodziek notariaat te verlossen uit zijn uitzichtloos lijden en sociaal geïndiceerde euthanasie te plegen? Een ambt dat in ieder geval wordt geacht de juridische grenzen van commercie te bewaken maar zelf verwordt tot commercie en criminaliteit is ten dode opgeschreven. Notariële kerntaken kunnen beter worden waargenomen door ambtenaren met een vast salaris. Vergeten wordt wel eens dat andere min of meer beschaafde landen ons notariaat niet kennen. Tenminste rechtshistorisch interessant zijn bovendien de civielrechtelijke rollen van het Openbaar Ministerie. Principieel zouden notarissen deel kunnen uitmaken van datzelfde OM, wettelijk belast als het is met de rechtspleging in het algemeen. Maar dat andere openbare lichaam vertoont ook al tekenen van ontbinding.

Waar moet dat heen? We weten het niet, op één elementair gegeven na. Eerlijk duur het langst. Hoe het notariaat ook wordt ingericht, beroepseer moet meer waard zijn dan graaien naar het grote geld, aangedreven door narcistische ijdelheden van juristen en anderen die tenminste voor zichzelf zonder de schijn van rijkdom kennelijk te weinig voorstellen. Er zijn al plannen om aan nieuwe notarissen strengere eisen te stellen. Psychologisch onderzoek zou er deel van kunnen uitmaken, zoals bij toelating tot de rechterlijke macht allang gebeurt. Psychotherapie als verplicht onderdeel van de permanente opleiding zou voor velen van die foute praatjesmakers professioneel én persoonlijk meer kunnen opleveren dan welk strenger toezicht dan ook.

Eerlijk notariaat kan alleen van binnenuit komen. De bewakers van de rechtsorde kunnen niet nog eens uitputtend worden bewaakt. Notariaat is een blijft een vertrouwensberoep, of eigenlijk: vertrouwensambt, voor zover dat geen tautologie is. /Dat vertrouwen heeft niet te maken met geheimhouding en vals gejammer over afschaffing er van, maar met fatsoenlijke uitoefening van de juridische kerntaak, ten behoeve van de rechtsgenoten en niet tot meerdere eer, glorie en vooral geld voor de notaris. Alleen zo kan het notariaat, hoe ook hervormd, weer aanzien krijgen.

Reactie (0)


Schrijf reactie. Reacties worden eerst door de webmeester van Mr. gecontroleerd alvorens deze geplaatst worden. Anonieme reacties worden niet geplaatst.

busy