Website voor juristen

Kuttasjes

De om vele redenen genant slechte ex-parte beslissing inzake Louis V./Plesner van de Haagse Voorzieningenrechter van 27 januari 2011 is onlangs gelukkig vernietigd. Ik geef hier, met vol respect, een deel van de motivering weer:

Tegenover het grondrecht van Louis Vuitton tot ongestoord genot van haar exclusieve rechten op het gebruik van het model staat het naar vaste jurisprudentie van het EHRM in een democratische samenleving in hoog vaandel staande grondrecht van Plesner om haar mening te uiten via haar kunst. Hierbij geldt dat kunstenaars een aanzienlijke bescherming genieten ten aanzien van hun artistieke vrijheid, waarbij kunst in beginsel mag “offend, shock or disturb” (vgl. EHRM 25 januari 2007, RvdW 2007, 452, Vereinigung Bildender Künstler tegen Oostenrijk, r.o. 26 en 33). Daarbij is voorts van belang dat het gebruik door Plesner voorshands is aan te merken als functioneel en proportioneel en dat het niet een louter commercieel doel dient. Naar voorlopig oordeel is aannemelijk dat de intentie van Plesner met “Simple Living” niet is (of was) om in commerciële zin mee te liften op de bekendheid van Louis Vuitton. Zij gebruikt veeleer de bekendheid van Louis Vuitton om haar maatschappijkritische boodschap over te brengen als vermeld onder 2.5 hiervoor en beeldt bovendien naast de tas ook een ander luxe/showbusiness beeld af in de vorm van een in roze gestoken chihuahua. Evenmin is gesteld noch anderszins gebleken dat Plesner op enig moment heeft gesuggereerd dat Louis Vuitton betrokken zou zijn bij de problemen in Darfur (hetgeen onjuist zou zijn). Los van de vraag of in deze op modelrechtelijke leest geschoeide zaak mee zou kunnen wegen dat mogelijk een deel van het publiek na het zien van “Simple Living” zou kunnen denken dat Louis Vuitton (of, zo voegt de voorzieningenrechter toe: een in roze gestoken chihuahua) bij de problemen in Darfur in enige zin betrokken is, acht de voorzieningenrechter zulks niet aannemelijk geworden en heeft Louis Vuitton daarvan ook geen bewijs overgelegd, terwijl voor nadere bewijslevering in dit kort geding geen plaats is. De omstandigheid dat Louis Vuitton een zeer bekende onderneming is waarvan sommige producten een aanzienlijke bekendheid genieten, die zij ook zelf via advertenties en affichering met beroemdheden aanwakkert, brengt bovendien mee dat Louis Vuitton zich in sterkere mate dan andere rechthebbenden kritisch gebruik als het onderhavige dient te laten welgevallen.

De vraag blijft: wat heeft voornoemde ex-parte rechter bezield? Hoe matig moet je kennis van (Europees) recht zijn om tot een zo’n ingrijpende, eenzijdige, slecht gemotiveerde, foute beslissing te komen? Begrijp me goed, ik heb groot respect voor de Nederlandse rechtspraak en ik denk dat we het hier magistratuurlijk heel erg goed doen. Het kan altijd zo zijn dat een beslissing in hoger beroep of anderszins overhoop gegooid wordt. Maar de ex-parte procedure in IE-zaken, die zo nieuw en onontgonnen is, verdient een veel prudentere rechter dan de persoon die op 27 januari, vast niet in ruil voor een mooi tasje, het grootkapitaal in de rechtspersoon van Louis V. gelijk gaf. Aan de andere kant, in deze tijden is het mooi dat die wél kundige latere rechter het belang van kunst in een democratische samenleving nog even onderstreept. Ik durf wel te beweren dat het belang van kunst in een democratische samenleving nog groter is dan het belang van heftig overgeprijsde tasjes voor dames die met die tasjes hun accessoirelijst van te grote zonnebril, blingkettingen, Manolo Blahniks, designjurkjes en kutlikkertjes completeren.

Reactie (0)


Schrijf reactie. Reacties worden eerst door de webmeester van Mr. gecontroleerd alvorens deze geplaatst worden. Anonieme reacties worden niet geplaatst.

busy