Website voor juristen

Inter-actie

De zogenaamde ‘rechtspraaklezing' (georganiseerd door de Raad voor de Rechtspraak) werd op 13 november uitgesproken door Gabriël van den Brink, hoogleraar bestuurskunde in Tilburg (hoogleraar bestuurskunde? Weet die iets van rechtspraak? Nu ja, niet zeuren: ‘professor is professor') onder de titel ‘De rechter als bruggenbouwer'.

Van den Brink betoogt in die lezing dat er een kloof bestaat tussen burger en recht, dat de burgers harder optreden willen tegen de (gegroeide) criminaliteit en dat leken gemiddeld een zwaardere strafmaat in hun hoofd hebben dan rechters. Het vertrouwen bij burgers ( hoog- of laagopgeleid) neemt af. Van den Brink wil die kloof overbruggen. Niet door juryrechtspraak. Maar door de "wereld van het recht" opener te maken. Hij pleit voor "rechters die de straat toelaten" en "publieke interactie aangaan".

Zo gezegd, zo gedaan. Het professorale oordeel kan men toch niet aan zich laten voorbijgaan.

En zo toog ik, de volgende zaterdagmiddag, een zeepkist onder de snelbinders, naar een van de vele parken die Den Haag rijk is. Op naar de publieke interactie!

Er liepen wat mensen rond, sommigen voetbalden. Ik ging op mijn zeepkist staan en riep: "Ik ben rechter. Ik wil graag met jullie over de rechtspraak praten. "Een aantal mensen naderde de zeepkist. Eén vroeg: "Waarom wil je dat?" Ik zei ( à la van den Brink): "Omdat ik mijn eigen vonnis uit wil leggen. En omdat ik de publieke verbeelding serieus wil nemen." (De derde reden van Van den Brink, "een beter realiteitsbesef ontwikkelen", slikte ik nog net op tijd in).

Er kwam een tweede man naar voren. Hij zei: "Twee maanden geleden moest ik om 9.30 uur als getuige bij het gerechtshof komen. Maar ik werd pas om half twaalf binnengeroepen. En toen zag men van mijn getuigenis af. Twee uur gewacht! Voor niks!" Ik zei: "Nee, niet voor niks. Je was als getuige opgeroepen maar toen het zover was vonden alle partijen het niet meer nodig. Na de behandeling was duidelijk geworden dat het toch vrijspraak zou worden of toch een veroordeling. En toen was je verklaring niet meer nodig." "Daar heb ik wat aan", zei de man. Hij liep mokkend weg.

Er kwamen nog een paar mensen bij staan. Er was een vrouw bij die riep: "Mijn zoon is vermoord door een klasgenoot. Maar bij de terechtzitting mocht ik alleen maar even binnenkomen om als slachtoffer een verklaring af te leggen. Verder mocht ik niet eens bij de zitting zijn. Het ging toch om mijn zoon." Ik zei: "Ja, maar de dader - (ik sprak nu maar even niet over de verdachte) - was waarschijnlijk minderjarig en dan is de zitting waarin hij terecht staat gesloten voor het publiek omdat dat beter voor hem is." De vrouw riep: "Publiek! Maar het is toch mijn zoon", maar inmiddels kwamen er al weer andere mensen naar voren.

Deze publieke interactie was een ongehoord succes. Een meisje riep: "Waarom heb je eigenlijk zo'n gekke zwarte jurk aan als rechter?" Ik zei: "Omdat ik daar niet als mezelf zit, als persoon zogezegd, maar als rechter, als onpartijdige." Zij riep: "En hoeveel beur je nou zogezegd als onpartijdige?"

Ik begon mij steeds ongemakkelijker te voelen.

Toen kwam er weer een man, wiens gezicht mij vaag bekend voorkwam. Hij had een grote knuppel in zijn hand. Misschien dat hij net wat honkbal had gespeeld in dit park.

Hij zei: "Twee maanden geleden ben ik door jouw hof veroordeeld. Voor mishandeling van mijn vriendin. Honderd uur werkstraf, godverdomme. Terwijl ik het niet eens gedaan had. Ze had het bloed onder mijn nagels uitgetreiterd. En die uitspraak, dat heb jij gedaan. Ik herken je gezicht!" ( Ik vroeg mij af hoe Gabriël dat zou hebben opgelost).

Ik herinnerde mij de zaak opeens weer heel goed. Die vriendin ging inderdaad niet vrijuit. Zij had hem zelf ook geslagen. En daarom was ik zelf ook voor een lagere straf geweest. Maar mijn standpunt in raadkamer was even vurig als vergeefs geweest. Ik zei tegen de man: "Ja, maar je moet begrijpen dat we met zijn drieën rechtspreken en dat we tot één uitspraak moeten komen. Enne, nou ja: die uitspraak was dus in jouw geval dat je schuldig was."

De - inmiddels verder aangezwollen - menigte begon op te dringen. De man met de knuppel voorop. Er lag een verbeten trek op zijn gezicht.

De interactie was kennelijk teneinde. Ik haastte mij, met achterlating van de zeepkist, naar mijn fiets. Over mijn schouder riep ik nog: "Ik moet nu weg. Maar via Mr.-online zal ik graag verder met jullie inter-acteren."

Reactie (0)


Schrijf reactie

busy