Website voor juristen
Zwijgen is zilver
vrijdag, 09 januari 2009 door Gerritjan van Oven
Als er iets is met het oog op het zittingsgebeuren dat de strafrechter bij zijn opleiding krijgt ingepeperd dan is het wel het belang van het contact met de verdachte. De verdachte is de hoofdpersoon van de behandeling. Met hem of haar dient in de eerste plaats de discussie te worden gevoerd. En daarvoor is van belang dat verdachte en strafrechter ( die niet vanzelfsprekend dezelfde taal spreken) elkaar toch kunnen verstaan. Kortom: kommunikasie.
Dat lukt de ene rechter beter dan de andere en de ene keer lukt ‘t ook beter dan de andere. In één situatie lukt het in ieder geval niet: wanneer de verdachte zwijgt.
Dat mág hij doen. De verdachte hoeft niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Sterker nog voorafgaand aan iedere behandeling kunt U de rechter horen prevelen: " U hóeft geen antwoord te geven op vragen die U gesteld worden", waaraan dan vaak, hoopvol, wordt toegevoegd: "U mag dat natuurlijk wel".
Zwijgen door de verdachte gebeurt meestal in zwaardere strafzaken, waarin er geen zonneklaar bewijs ligt. Als iemand op heterdaad op een inbraak wordt betrapt heeft het weinig zin te zwijgen. Vaak ook gaat het om zaken van gedetineerde verdachten die wel moeten verschijnen; de niet-gedetineerde zwijgende verdachte zal zelden ter terechtzitting aanwezig zijn.
Ik schat het aantal zaken waarin de verdachte ter terechtzitting zwijgt op niet meer dan 5 %.
Voor de rechter is dat zwijgen door de verdachte vaak frustrerend. Hij bereidt zich op de terechtzitting voor, leest het dossier, formuleert voor zichzelf wat vragen maar wordt dan op de zitting geconfronteerd met een zwijgende verdachte. Geen communicatie.
Hoewel, letterlijk zwijgen komt vrijwel nooit voor. Verdachten zijn, net zoals de meeste mensen, sociaal zozeer geconditioneerd dat zij het onbeleefd vinden om op een vraag van de rechter domweg hun mond te houden. Zij zeggen dus liever: "ik beroep mij op mijn zwijgrecht". Of kortweg: "zwijgrecht".
Vaak wordt gezwegen op advies van de raadsman. De advocaat is bang dat de verdachte zich in de beantwoording zal verstrikken of een andere stommiteit zal begaan. Sommige advocaten willen so wie so niet dat hun cliënt spreekt.
Het zwijgen wordt dan tot in het absurde doorgevoerd ( zoals wanneer de voorzitter na de lunchpauze de verdachte vraagt: "Heeft U wat te eten gekregen in het cellencomplex? " Antwoord: "zwijgrecht ".
Nu is het zo dat je - volgens de wet - wel mag zwijgen maar dat dat toch effect kan hebben op de beoordeling van de zaak door de rechter. Niet het feit dát je zwijgt wordt meegerekend maar de omstandigheid dat - doordat je zwijgt - er geen redelijke verklaring komt voor een gebeurtenis die voor de verdachte bezwarend is. ( " U bent gezien toen U het huis uitkwam van het slachtoffer een kwartier nadat dat slachtoffer moet zijn vermoord. Wat deed U daar?"Antwoord: "ik beroep mij op mijn zwijgrecht".).
Dit verplicht de rechter of in ieder geval de officier van justitie, nadat de verdachte te kennen heeft gegeven de hele zitting te zullen zwijgen, toch nog hele reeksen vragen te stellen waarop geen antwoord komt. Maar de "geen redelijk antwoord "praktijk " vereist dat telkens geen antwoord wordt gegeven op een specifieke vraag.
Mooi theater.
Zeker als de verdachte eigenlijk heel gráág wil antwoorden maar dat niet mag van zijn advocaat. ( "Als U daar toen op dát moment uit die woning kwam en het slachtoffer was toen al dood dan moet U het dode slachtoffer toch binnen tenminste gezien hebben?"). De verdachte schudt zijn hoofd, draait zijn bovenlichaam, beweegt armen en benen. De raadsman - in ongemakkelijke houding naast zijn lessenaar over zijn tafel liggend - sist hem toe: "geen antwoord". Of - nog erger - wanneer het een buitenlandse verdachte betreft - wijst op zijn eigen gesloten mond. ( Is hier trouwens nog sprake van een raadsman of eerder van een bevelhebber van de verdediging ?).
Zo wordt het verdachte en rechter niet vergund wezenlijk contact te leggen. Zo'n terechtzitting heeft één van zijn functies verloren: die van communicatie.
Dames en heren verdachten: gelooft U mij:
Spreken is goud.
Reactie (1)
| < Vorige | Volgende > |
|---|
Gerritjan van Oven

Gerritjan van Oven is raadsheer in het gerechtshof in Den Haag (strafrechtspraak). Daarvoor was hij lid van de Tweede Kamer voor de PVDA en advocaat-generaal op Curaçao en in Amsterdam.
Alle blogs Gerritjan
- Verjaring
- Baudet - Lawson 1-4
- Rechters in dubio
- West-Indische perikelen
- De staatsgreep
- Guantanamo in Nederland?
- Na de verkiezingen
- The Quill
- Code noir
- De advocaat als regisseur van de zitting
- Het schizofrene Openbaar Ministerie
- Olga
- De plicht om daar te zijn
- Saban B. en Roman P.
- “Zo waarlijk helpe mij God almachtig”
- Taal en recht
- Bail
- De slapende rechter
- De Haan
- Zwijgen is zilver
- De beklagenswaardigste PG van het Koninkrijk
- Inter-actie




Nuttig artikel maar dan vanuit een andere hoek bekeken.