Website voor juristen

Gino van Roeyen

Iemand, niemand en honderdduizend

Goedemiddag Literatuurvrienden!

Met het boek van vandaag - Luigi Pirandello's Iemand, niemand en honderdduizend (1926, oorspronkelijke titel Uno, nessuno e centomila) - heb ik wat afgeworsteld. Sterker nog: worstel ik nog steeds! Maar worstelen met taal en tekst doet goed, is mijn overtuiging. Is er iets mooiers dan een lezer van een boek de laatste pagina te laten omslaan en hem achter te laten met het gevoel niets dan wel niet veel van het gelezene te hebben begrepen? De schrijver die dat doel bereikt, zo is mijn overtuiging, schiet zijn doel niet voorbij, maar bereikt dat fascinerende hogere doel dat alle grote kunst kenmerkt: het onbegrijpelijke, het ongrijpbare, het onbereikbare, het ondoorgrondelijke, kortom: abracadabra. En Iemand, niemand en honderdduizend staat vol van abracadabra, hetgeen al begint bij die intrigerende titel, want hoe kan iemand, niemand en honderdduizend zijn? En wie is die iemand, die kennelijk niemand, maar ook honderdduizend kan zijn? En wie of wat zijn die honderdduizend? Welkom in de wondere wereld van hoofdpersoon Vitangelo Moscarda, 'Gengè' voor zijn lieve, maar zeurderige vrouw Dida, die hem op zekere dag, terwijl hij voor de spiegel 'in zijn neus' staat te kijken, door een terloopse opmerking ('Ik dacht dat je stond te kijken hoe scheef hij staat') aanzet tot een waanzinnige zoektocht naar het eigen 'ik', want tot dan is Vitangelo zich niet bewust van enig neusgebrek. Vitangelo heeft daarvoor alle tijd, want gewerkt hoeft er niet te worden: Vitangelo's overleden vader, een kennelijk wat als vrekkig teboekstaande bankier, heeft een vermogen nagelaten waar je U tegen kan zeggen, terwijl de bankzaken in de goede handen zijn van twee betrouwbare vrienden Sebastiano Quantorzo (directeur) en Stefano Firbo (juridische zaken). Het neusgebrek doet Vitangelo vurig verlangen naar een ongebruikelijke manier van alleen zijn, namelijk niet zonder zichzelf, maar met een vreemde om zich heen: 'Echt alleen zijn kun je alleen in een omgeving die voor zichzelf bestaat en die voor jou geen kenmerken en ook geen stem heeft, waarin jij dus de vreemde bent.'

vrijdag, 30 mei 2008 door Gino van Roeyen
 

Eerste liefde

Goedemiddag Literatuurvrienden!  

'Nooit zal ik de eerste weken vergeten die ik op het zomerhuis doorbracht. Het weer was prachtig; de negende mei waren wij er uit de stad heen gegaan, juist op de dag van de heilige Nikolaas. Ik wandelde soms in de tuin van het zomerhuis, soms in het buiten Neskoesjnoje of ook wel langs de stad; ik nam dan een of ander boek mee, het leerboek van Kajdanov bijvoorbeeld, maar sloeg het zelden open; vaker zegde ik gedichten voor mij heen, waarvan ik er een massa uit mijn hoofde kende. Mijn bloed gistte en mijn hart deed pijn, zalig en dwaas tegelijk; ik verwachtte aanhoudend iets, was ergens voor beschroomd, verwonderde mij over alles en was een en al ontvankelijkheid; mijn fantasie speelde en scheerde rond steeds dezelfde voorstellingen zoals vroeg in de morgen zwaluwen rond een klokkentoren; ik raakte in gedachten verzonken, werd melancholiek en huilde zelfs; maar door mijn tranen en droefheid, nu eens opgeroepen door de welluidendheid van een gedicht, dan weer door de schoonheid van de avond, brak als een jonge spruit in de lente het blijde gevoel van jong, bruisend levend heen.' Prachtig passend bij het fraaie lenteweer van deze week, vond ik deze passage uit het verhaal Eerste liefde van I.S. Toergenjev, waarin Vladimir Petrovitsj, een man van een jaar of veertig met zwart, enigszins grijzend haar, terugblikt op zijn ongewone eerste liefde die hij in de zomer van 1833 op zijn zestiende beleeft met prinses Zinaïda Aleksandrovna, dochter van vorstin Zasekina.

dinsdag, 13 mei 2008 door Gino van Roeyen
   

Rode handen

Goedemiddag Literatuurvrienden!

Alhoewel ik weet dat velen van u genieten van een verplichte vrije dag, toch maar thuis achter de tekstverwerker gaan zitten, om voor u deze aflevering te componeren. Vandaag aandacht voor de roman Rode handen (2006) van de Deense schrijver Jens Christian Grøndahl. Dit is het eerste wat ik las van Grøndahl, maar na lezing kan ik de quote van Arnon Grunberg, die uitgever Meulenhoff op de linkerflap van het omslag opneemt ('Ik ben, vrees ik, verslaafd aan Grøndahl'), beter op waarde schatten.

zaterdag, 03 mei 2008 door Gino van Roeyen
   

Do you want me to write a fraudulent opinion?

Goedemorgen Literatuurvrienden! 

Niets, helemaal niets, is er mis met werken van schrijvers als John Grisham, David Baldacci, Dexter Dias en Scott Turow, die met legal thrillers al jaren wereldwijd succes boeken. Toch heb ik de legal thriller tot op heden buiten dit feuilleton gehouden. Niet om een principiële reden overigens, want ik ben absoluut een fan van het genre, maar omdat legal thrillers vandaag de dag zo voor het grijpen liggen: het zou een koud kunstje zijn om dit feuilleton daarmee nog jaren gaande te houden, en dan is de lol er al snel af. Dus vooralsnog geen legal thrillers in dit feuilleton.

vrijdag, 25 april 2008 door Gino van Roeyen
   

Behoefte aan Freihältebedürfnis

Vorige week, deze middag, bevond de familie Van Roeyen - en petit comitée - zich in zonnig Wenen op het terras van het Gloriette Café, gelocaliseerd in het Schönbrunner Schlosspark. Vanaf deze verhoging zag ik velen van U zo'n kleine zeshonderd kilometer westwaarts de besneeuwde pistes en stemmige en scabreuze lokalen van het Oostenrijkse Ischgl een approved by Banning toekennen. En of dat nog niet genoeg was, was ook nog een Banning troepenbeweging waarneembaar in ons eigen A'dam, waar een aantal van U met de Bossche draak in het hart grachtengordelden.

maandag, 21 april 2008 door Gino van Roeyen
   

Pagina 9 van 9