Website voor juristen

De eerste steen

Goedemorgen Literatuurvrienden!

De aannemerij was géén ver-van-mijn-bed-show in mijn vroege jeugd: een aangetrouwde oom van mijn moeder was een gewaardeerd plaatselijk aannemer, terwijl de broer van mijn vader de mooie dochter van een aannemer huwde. Vanzelfsprekend besefte ik toen niet dat ook het bouwen met recht was omgeven, en hoewel dat inmiddels natuurlijk wel tot mij doorgedrongen is, heb ik er nooit iets aan over gehouden in de stenensfeer. Alhoewel ik kan genieten van fraaie bouwwerken, en ook een mooi huis kan waarderen, zijn eigen stenen nog steeds niet voor mij weggelegd, zij het dat ik wel in ruime mate kan bogen op een aardige verzameling boeken, toch ook een soort stenen, maar meer geestelijk van aard (alhoewel echte stenen 'archaisch' genoeg nog steeds geacht worden een grotere waarde te vertegenwoordigen). Mijn liefde op kleuterschool en lagere school voor de archeologie (toen ik overigens ook aankondigde – op mijn vierde - Commissaris van de Koningin te willen worden – mind you!) én de slogan van de oom van mijn moeder 'De Bruin's huizen, er zijn geen betere' (zo ongeveer rond mijn twaalfde verhuisden wij nota bene naar diens bedrijfswoning, waarin aannemer De Bruin natuurlijk al zijn bekwaamheden had aangewend) ten spijt, heeft de rechtspraktijk rond grond, beton en cement mij niet naar zich toegetrokken. Dat heeft overigens niets te maken met het rechtsgebied, want dat is prachtig. Uren heb ik verpoosd (en kan ik nog steeds verpozen) in het recht rond de afgebroken onderhandelingen waarin de Gemeente Valburg aannemer Plas Bouwonderneming node zich te verdiepen, tot aan de Hoge Raad toe, toen Valburg nadat de aannemingsovereenkomst met Plas bijna beklonken was, uiteindelijk terugkrabbelde. Ook aanbestedingen zijn fascinerend, zowel als ze soepel lopen, maar meer in het bijzonder ook als een kink in de kabel komt, hetgeen vaak een kwestie van verkeerd gunnen is. Smullen doe ik tenslotte van auteursrechtzaken van (oud-)architecten om hun creaties te beschermen tegen de onverbiddelijkheid van de sloophamer. Aan slopen is geen kunst besteed, hetgeen kan verklaren dat dát werk in veel gevallen geen auteursrechtelijke bescherming geniet, hoe vaak ook geldt dat wie wil bouwen, eerst moet kunnen afbreken.

Mijn waardering voor het bouwrecht is kortom groot. Het is een vak voor stoere juristen, passend bij de allure van de aannemer en diens oppermannen, bestand tegen guur weer en wind. Een fraai voorbeeld van die allure – en van de mores rond het bouwen - trof ik aan in de novelle die vandaag in dit feuilleton centraal staat: De Eerste Steen van Monika van Paemel, mij in 1988 'ten geschenke aangeboden door uw boekverkoper ter gelegenheid van de Vlaamse Boekenweek 1988', meer in het bijzonder in de aartsvader van het daarin figurerende Vlaamse bouwersgeslacht, en in de vertellende hoofdpersoon - een afvallige kleinzoon die niet voor het bouwen in de wieg is gelegd ('..., maar ik, de eerstgeborene, de erfzoon, ben met het instinct van een zigeuner ter wereld gekomen. Een infiltratie uit Bohemen, via de vrouwelijke lijn. Donker, tenger en bijziend. Op mijn elfde moest ik al een bril dragen. Ik las me een ongeluk. ... Met Sinterklaas zette mijn merkwaardig verklede grootvader een buitenmaatse blokkendoos voor mij neer. Toen ik er niets mee uitrichtte begon hij aanschouwelijk onderwijs te geven. Hij stapelde de blokken op elkaar in Hollands verband, Vlaams verband, kruisverband... maar hoe merkwaardig zijn bouwsels er ook uitzagen, een duwtje volstond om ze te laten omvallen. 'Hij heeft het niet,' constateerde mijn grootmoeder met een hint van leedvermaak.'). De grootvader daarentegen is de ultieme belichaming van de bouw: aan de Belgische kust, waar het bouwersgeslacht ('Belgen worden met een baksteen geboren. Een van mijn voorouders heeft hier nota van genomen, en is een aannemersbedrijf begonnen. Na enkele generaties zat het metselen in ons bloed') 's-zomers naar toe trekt, dartelt hij met ontbloot bovenlijf en opgerolde broekspijpen in de golven, getooid met een platte strohoed ('een Tits'), schuin op zijn hoofd geplaatst, dampend uit zijn pijp alsof het de schoorsteen van een stomer was, ondertussen ''t Zijn mannen die pijpen kunnen smoren!' declamerend, en zo is het in de bouw en in het bouwrecht maar net, met dien verstande dat ook vrouwen daarin natuurlijk voor wat betreft het smoren van pijpen hun mannetje staan.

Aan zee tooit de grootvader zich volgens de hoofdpersoon met Leopold II-allures: 'Hij bond zijn snor op, gaf zijn visie op instapdecolletés, en dreigde ermee zijn geld in het casino te gaan verspelen', hetgeen door zijn grootmoeder als schone schijn wordt afgedaan. Op terrasjes zit 'haar halve trouwboek' met zijn rug naar zee niet duimen te draaien, maar 'duinen te verkavelen': 'In gedachten sloopte hij de fin de siècle-paleisjes, en de pseudo-Normandische villaatjes, en verving ze door een skyline waarbij het justitiepaleis van Brussel een negerhutje was.' Daarbij is zijn definitie van de functie van de wet meesterlijk kort: 'De wet is een dik boek, ga je erop zitten, lijk je wat groter.'

Zo'n grootvader bouwt natuurlijk ook zandkastelen, maar deze doet dat daarenboven met de – vermaledijde – concurrentie – en Holland - in het achterhoofd: 'hij groef een kuil en voorzag die rondom van wallen, en torens, en plantte een vlaggetje op de top van zijn citadel. Vanchter de borstwering stond hij het opkomend tij af te wachten. 'De muren van Verdonck' – dat was de concurrentie – 'blijven overeind dank zij de kwaliteit van het behangselpapier!' Hij verdedigde zijn fort hardnekkig, en gaf zich pas over wanneer het water als bij springtij zijn bouwput overstroomde. 'Holland vergaat!' Hij kon dit spelletje met evenveel vreugde alle dagen van de vakantie overdoen, en was teleurgesteld dat ik hem niet bijstond. Het leek me dwaas een droom op los zand te bouwen. Normale grootvaders lazen de krant en deden een middagdutje.'

De kiem van de bouwallergie van de hoofdpersoon moet hier zijn gelegd. Dat staat er overigens niet aan de weg dat het bouwbloed wel door zijn aders stroomt. Samen met het ongeluk dat hij zich las stelt het hem in staat ook het bouwen beeldend onder woorden te brengen: 'Bouwen is een probaat middel om de leegheid van het bestaan te vullen. Het vaderhuis ter vervanging van de moederschoot, het eigen nest als symbool van zelfstandigheid, de grafkapel met vooruitzicht op altijd durende eigendom, van stulp tot piramide: de mens wil zich geborgen weten.' Mooie woorden maken de bouwer echter niet: 'Speculeren en calculeren. Plannen ontwerpen en bestek becijferen. Ambtenaren omkopen en terreinen bouwrijp maken. Opdrachtgevers in de maling nemen. Overuren dubbel aanrekenen en in de winst delen. 'Ieder is dief in zijn eigen stiel!' Hoog- of laagbouw. Sociale woningen of villa's met strodak. Kantoor- en flatgebouwen. Kerken en scholen. Alles kon. 'U vraagt, wij bouwen!' De wereld was niet langer rond maar vierkant, of rechthoekig als een baksteen. Ik was te fijn gebouwd en volgens de metselaars bang mijn handen vuil te maken. Toen ik mijn eerste steen had gemetseld legde ik het truweel neer en klom een ladder op om het uitzicht te bewonderen.'

Weg wil de hoofdpersoon uit de bouw: 'Geen bouw- maar een jachtvergunning' en zo trapt hij de wereld rond 'als een hamster in zijn molentje. Zozeer op zoek dat het een vlucht leek. Het leven moest en zou zich ergens, onverwacht, aan mij openbaren.' Zo gemakkelijk laat de familie hem echter niet gaan: 'Voor zover de bouw de maat der dingen was, ging alles opperbest. Wat niet uit de breedte kon, werd uit de hoogte gehaald. De horizon begon op de tiende verdieping, maar dan was het uitzicht ook grandioos. Flatgebouwen leken met verlichte ramen op kristallen luchters. Met wat goede wil was het elke avond Kerstmis. Wie het kon betalen bouwde, of kocht, met gegarandeerd uitzicht, bijvoorbeeld op zee. Stilte werd een meerwaarde. Grondprijzen rezen de pan uit. Geen enkel landschap was tegen de expansiedrift bestand. De boeren kwamen in opstand, maar tropische hapjes werd op grote schaal, en gekoeld, ingevoerd. Rijst verdrong de aardappel. De landgenoten waren niet langer blank, maar ze hadden nog niets in de gaten. Het ideaal bleef een huis met een tuintje voor en achter. Er waren veel bijeenkomsten, feestjes en etentjes, iedereen wilde iedereen zijn prachtige woning laten bewonderen. Het was niet uitzonderlijk dat paren hun huwelijk uitzaten, alsof ze levenslang hadden gekregen. Niet omwille van de kinderen, maar omwille van het huis dat ze samen hadden geschapen. Al keken ze elkaar niet meer aan, de meubels werden gewreven, de muren geschilderd. Wat je had dat kende je, wat je ervoor in de plaats zou krijgen moest je maar afwachten. Het was 'Heiderust', 'Ten Lande', of 'Residentie Manderlay', niemand kwam op het idee zijn verzameling stenen 'Stuk Verdriet' te noemen. Als dat mij ooit zou overkomen zou ik het 'Nooit Gedacht' dopen.'

Zo blijft de hoofdpersoon zoeken naar zijn eigen huis, zijn uiteindelijke bestemming, die hij na een tot mislukking gedoemd huwelijk met een binnenhuisarchitect (' Een onfeilbare smaak voor dingen. Het moeilijkste was ruimte in een kamer te creëren zonder dat het leegte werd'), niet vindt in Berlijn, noch in Jeruzalem. Uiteindelijk – 'Drie maanden al verknoeide ik mijn leven met advertenties die een hemel op aarde beloofden, maar ik kreeg mezelf niet onder dak. Makelaars prezen als bordeelhouders marmer en eik aan, in panden die je bij de eerste aanblik tot wanhoop dreven' - keert hij terug naar 'de oude hoofdstad der Nederlanden', waar hij dan toch zijn gading vindt: 'Daar stond het, schots en scheef, hoog en smal, al eeuwenlang op mij te wachten. Ik vergat op slag dat ik eigenlijk een kasteel had gewild, ver weg in de bergen, met een ophaalbrug, en niet te genaken. Of een constructie van staal en gewapend glas, in een landschap zo vlak dat geen mens het ongezien kon betreden. Of, als het echt niet anders kon, een flat, zonder adres en hoog in de wolken.'

'Dag huis,' zei ik.

'En het huis zei niets, maar wachtte af',

BANNING N.V.

Gino van Roeyen

Reactie (0)


Schrijf reactie. Reacties worden eerst door de webmeester van Mr. gecontroleerd alvorens deze geplaatst worden. Anonieme reacties worden niet geplaatst.

busy