Website voor juristen
Het verkoolde alfabet
vrijdag, 03 oktober 2008 door Gino van Roeyen
Goedemorgen Literatuurvrienden!
Uit genegenheid en bewondering geschreven voor procesondersteuning, Marc Janssen en Jan Stadig
Na de e-mededeling van procesondersteuning van deze week - 'lees de reader nieuwe werkwijze beslagrekstendag.'- las ik de rest van de week in Het verkoolde alfabet, het prachtige dagboek (dat het jaar 1990-1991 omvat) van Paul de Wispelaere, dat ik regelmatig uit mijn boekenkast haal als ik uitsluitend behoefte heb aan schone zinnen en genoeg heb van de 'vormtucht' van alledag. Ik vond veel van mijn gading in de notities die De Wispelaere in april 1991 aan het papier toevertrouwde.
Inspirerend vond ik zijn beschouwingen over de navolgende passage van Max Frisch in zijn dagboek 1946-1949 (over - zoals De Wispelaere dat noemt - 'een mogelijke betekenis van het schrijven ten opzichte van het vormloze in ons eigen innerlijk en in de wereld om ons heen'): 'Het menselijke bestaan, plotseling doet het zich leefbaar voor, geen problemen, we kunnen de wereld verdragen, zelfs de werkelijke wereld, de blik in de waanzin: die kunnen we verdragen in het absurde vertrouwen dat de chaos te ordenen is, in een vorm te gieten is, als een zin, en de vorm, waar die ook tot stand wordt gebracht, vervult ons met een machtig gevoel dat zijn weerga niet kent.' Maar die vorm is ook niet alles, zo onderkent ook Frisch - aldus De Wispelaere - want hij spreekt in hetzelfde dagboek ook zijn voorkeur uit 'voor de schets en het fragment, 'de ontbinding van overgeleverde eenheden, de nadruk die, smartelijk of uitdagend op het onvolmaakte wordt gelegd: "De schets als uitdrukking van een wereldbeeld dat niet meer of nog niet gesloten is; als schroom voor een formele totaliteit die voor de geestelijke uitsnelt en slechts geleend goed kan zijn."' De Wispelaere merkt terecht op dat beide gedachten waar zijn, 'in de mate dat zij elkaar tegenspreken', want: 'Ze zeggen iets essentieels over de paradoxale manier waarop vorm en vormloosheid zich bij de moderne schrijver en denker tot elkaar verhouden. Het kenmerk van die verhouding is dat zij niet vastligt maar open en beweeglijk blijft, dat zij niet steunt op de bevestiging van antwoorden, maar op het stellen van vragen die niet worden opgelost. In feite is de wisselwerking tussen chaos en orde, onzekerheid en zekerheid eigen aan het leven zelf, en in zoverre vertolkt de moderne schrijver scherper en onbevangener dan tevoren de persoonlijke ervaring van dat leven. Alle bewust leven is op de een of andere manier leven tegen beter weten in. En dat 'beter weten' kan zowel vorm als vormloosheid betreffen.'
Al associërend komt De Wispelaere dan aan bij een analyse door K. Schippers van een gedicht van Hans Faverey, waarin 'de onmogelijkheid wordt uitgedrukt om een vaas met chrysanten weer te geven.' K. Schippers: 'Er is geen vast standpunt van waaruit de bloemen kunnen worden bekeken. Een hoofd is nooit in rust, bewegende ogen kiezen steeds een ander begin, midden, eind. De reeks chrysanten, vaas, tafel en raam is daardoor nooit definitief, steeds weer afhankelijk van ogenblikken.' De Wispelaere: 'In een commentaar bij dit verontrustende inzicht vond Faverey zelf dat er gelukkig in de voortdurend wisselende waarneming, tijdens de informatieverwerving, wel constanten bestaan, want anders werden de mensen gek. Al bestaat er geen vast punt, toch heeft de mens er uit zelfbehoud behoefte aan, en daarom is hij een meester in het creëren van zulke illusies. (In zoverre lijken het vaste punt, God en de politieke utopie als druppels water op elkaar.). In het gegeven voorbeeld verweert de mens zich tegen de onvastheid en verbrokkeling van zijn zintuiglijke ervaring door middel van een abstracte voorstelling, een idee. En dat idee ontleent hij, bewust of niet, aan een beveiligend denksysteem. Maar de tegenovergestelde houding komt evengoed voor. Iedere verliefdheid maakt inbreuk op een gevestigde orde, bij iedere passie stort de mens zich in een chaos, die hij als een blinde bevrijding uit verstarde levenspatronen beleeft.' Om het helemaal af te maken voegt De Wispelaere daar nog wat wijsheden uit het dagboek van Witold Gombrowicz en uit De Kappellekensbaan van Louis Paul Boon aan toe: 'Vooral in zijn Dagboek maar ook in ander werk gaat Witold Gombrowicz grimmig tekeer tegen alle verschijnselen, zowel het tussenmenselijk verkeer als de ideologieën, de wetenschap, de filosofie en de kunst, waarin vormtucht de ontwrichtende maar vitale en dynamische impulsen aan banden legt en verstikt. En de dubbele, tegenstrijdige vrees voor zowel versplintering door twijfel als voor de dood door definitieve zekerheid, loopt als leidmotief door Louis Paul Boons Kappelekensbaan. De sterk verbrokkelde opbouw van deze grootse roman geeft het beeld te zien van een auteur wiens behoefte aan artistieke vorm en vastheid onder en door het schrijven stelselmatig wordt tegengewerkt en ondermijnd zowel door het weifelmoedige, piekerende denken als door de onstuitbare stroom van het leven zelf.'
Wat één zin van procesondersteuning al niet kan uitlokken! Nu kwam deze naar aanleiding van een vraag van mij over de zin van de postberichten die ons - na het afscheid van de procureur - zo wat dagelijks kennelijk moeten worden toegezonden. Een nette vraag, lijkt me, maar kennelijk overbodig, gezien de 'lees de reader'. Zo kwam het - denk ik - dat mijn oog viel op bijvoorbeeld de volgende notitie van De Wispelaere in april 1991: 'Driemaal daags in het medianieuws, bij het opstaan, eten, slapen gaan: de eredienst op de beurs, de heilige Dow Jones, Sancta Nikkei, de stijging van het Bruto Nationaal Produkt, de daling van de rentevoet', maar nu ik dit zo schrijf, kan het natuurlijk ook gewoon komen door de financiële ellende die dezer dagen over de wereld wordt uitgestort. Ook voor wat betreft de keuze van de volgende statements van De Wispelaere sluit ik een causaal verband met de reader-zin niet uit: 'Wie hoeft er nog na te denken? Druk op de knop en de waarheid wordt u kant en klaar toegeworpen.', 'Wat vraagt het volk? Het vraagt wat het door de commerçanten krijgt toegegooid.', 'Onze Lieve-Vrouw is onlangs verschenen in een blauw-witte Porsche.','We hebben het goed, we voelen ons lekker, de vetpotten walmen in de straten.', 'Vieze nestbevuiler, zeggen ze. Maar waar anders zou ik moeten kakken? Het ligt al overal vol stront.'
Gelukkig - maar misschien ook niet - nam De Wispelaere me aan het begin van april 1991 ook nog mee naar een galerie, waar hij twee prachtige beeldjes van Chadwick opneemt om ze bewonderend tegen het licht te houden:
'Mooi hè, maar die kunt u niet betalen, meneer.'
'Dat weet ik,' zeg ik, 'daar denk ik ook niet over. Maar hoeveel kosten ze dan?'
'Achthonderdduizend het stuk,' zegt hij. 'Weet u, vroeger waren dokters, advocaten, notarissen, hoogleraren, magistraten en zo mijn beste klanten. Mensen met smaak en verstand van kunst, echte liefhebbers, maar die hebben geen geld meer. Weet u wie tegenwoordig mijn klanten zijn?'
Ik kijk hem hoofdschuddend aan. Hij knijpt zijn ogen half dicht achter zijn brilleglazen en perst smalend zijn lippen op elkaar. 'Een fabrikant van plastic vuilniszakken en een groothandelaar in vis,' zegt hij. 'Die kijken niet op een paar miljoen. Zwart geld, dat nog een stuiver op moet brengen. Verder interesseert het ze geen moer. Maar zij hebben de poen.'
En omdat ik hem zwijgend aan blijf kijken:'Misschien kun je het zo bekijken,' zegt hij, 'die dokters en zo, die lui die gestudeerd hebben, vroeger hadden die alles, geld en prestige, maar het eerste zijn ze kwijt.'
Ik sta voor hem, als een levende weegschaal, met een beeldje van Chadwick op de palm van elke hand.
'En eigenlijk niet,' verbetert hij zichzelf, 'prestige hebben ze ook niet meer.'
Voorzichtig zet ik de beeldjes weer terug en streel ze met een verliefde vingertop.
'Ze zijn gereserveerd,' zegt hij.
Ik vraag niet voor wie. Ook niet hoeveel hij er zelf aan verdient.
Tsja. Laat ik in schoonheid eindigen met wat mijmeringen van De Wispelaere, kijkend naar de Ronde van Vlaanderen in april 1991, waar hij tussen de gepothelmde wielrenners, die een een aanslag plegen op wat zij wezenlijk zijn ('de helden van de bereden grond, de ruwe stenen, de weerbarstige wegen op aarde. Waar is de tijd van de gewone witte petjes met een zwarte stofbril boven de klep? Coppi, Bartali, Bobet met zo'n glanzend plastic struisvogelei op hun kop? Bespottelijk, dat zouden die godenzonen nooit geduld hebben. En Anquetil, blootshoofds, zijn blonde haar zelf gestroomlijnd door de strakke wind in de tijdritten. Zo was het onvergetelijk mooi.'), gelukkig ook nog wat opstandige uitzonderingen ontwaart ('die zich tot de menselijker worsthelm hadden beperkt, en het waren niet de geringsten. Onder hen de als gebeeldhouwd op zijn fiets zittende jonge Italiaanse kampioen Franco Ballerini, die sober en aantrekkelijk in het geel reed, en de overwinnaar Edwig van Hooydonck. Een adembenemende vijftien kilometer lange solorit naar de eindstreep. Mijn hart bonsde van bewondering en heimwee.')
Op de worsthelm!
BANNING N.V.
Gino van Roeyen
Reactie (0)
| < Vorige | Volgende > |
|---|
Gino van Roeyen

Gino van Roeyen is IE advocaat bij Banning. Sinds 2006 verzorgt hij iedere vrijdagochtend - uitzonderingen daargelaten - voor al zijn kantoorgenoten een per e-mail verspreid feuilleton over literatuur en recht "Literatuur op vrijdag". Mr. wordt vanaf heden ge-cc-t, zodat u ook van de pennevruchten van Van Roeyen kan genieten.
Alle blogs Gino
- The deposition
- The New Year Party
- Die dunkle Seite des Mondes
- Het olografisch testament
- Ex Parte SANTA CLAUS
- De borst van Chelito
- Disheveled Nymphs
- Nachrichten aus Berlin
- Arabinesque-at-Law en De Nederlandsche Rechtstaal
- God en de gekkenrechter
- About Boston
- Een voorval uit de rechtspraktijk
- De rechtzetting
- Onverwacht weerzien
- De literaire kring
- Plum Pudding à la Charles Dickens
- Aardbeien
- Weemoedt
- Het leugenverhaal
- High Fidelity
- Witness
- Relaas van een moord
- De dief
- Ernest Staas, Advocaat
- Le loup plaidant contre le renard par-devant le singe
- Het gevang in de hemel
- Serendipity
- Mutsaers' sprankelende creativiteit
- Roeshoofd hemelt
- Hommage aan Martin Bril
- The Strangest Case of All Time?
- The Liar
- Aan de schrijvers
- Tjielp Tjielp ofwel t.t.
- Der Kluge baut vor?
- Stukken van mensen
- Sex, Lies and Litigation
- Nur
- Moord op de boodschappenjongens
- Law or justice


