Website voor juristen
Priesters, vrouwen, dokters & andere monsters
vrijdag, 16 januari 2009 door Gino van Roeyen
Goedemorgen Literatuurvrienden!
Ooit probeerde ik op een Grieks strand - het zal op het Griekse eiland Zakynthos geweest zijn - na te veel shots in de vroege middag aan een buitenbar van een strandtent, waar benevens het inschenken van te veel shots in de ochtend/vroege middag (een aantal Nieuw-Zeelandse hardrockers namen het onverhoedse voortouw met een nog dronken-van-de-vorige-nacht barkeeper als katalysator) de bescherming van de Caretta-Caretta zeeschildpad hoog in het vaandel stond, aan een zeer wel gevormde danseres - moderne dans - van Italiaanse afkomst, woonachtig te Lecce - een Venus in de ware zin van het woord - het arrest Chelouche/Van Leer uit te leggen. Hoe ik daar bij kwam is mij nog steeds een raadsel, maar het IPR moet in die tijd té diep in mijn geest en gestel hebben gezeten. Het was overigens geen makkie kan ik u verzekeren, omdat Venus niet of nauwelijks Engels sprak en ik geen Italiaans. Ze was niettemin één en al oor daar onder de gloeiende Griekse zon. Haar woordenboek Engels-Italiaans was een handig hulpmiddel, maar werkelijk wonderen - vermoed ik - deden haar lichaamstaal - gaat er iets boven gebarentaal? - en de ook door haar - naar ik begreep tegen haar gewoonte in, want ze was eigenlijk een aperitivo non-alcoholico - genuttigde shots. Ondertussen lag haar Italiaanse vriend - een Adonis die geenszins in de schaduw stond van deze Venus en ook zo de catwalk op kon, zij het dat hij had gekozen voor het veilige bestaan van bankemployee, dat hij enkel doorbrak met bokstrainingen en deelname aan amateur bokswedstrijden - naast ons in kennelijke slaap zijn diepgebronsde, gespierde torso te laven aan de zon, hard geraakt door de shots die hij - eveneens aperitivo non-alcoholico - niet gewend was tot zich te nemen. Al snel werd echter bevestigd dat schone schijn bedriegt, toen Adonis, als uit de dood herrezen (vlak voor het ogenschijnlijk slapen gaan had hij nog als een ware flipper in het water gesparteld), plotsklaps met een diepe stem, vanuit liggende positie, enigszins lijs en met een brede grijns, sprak: 'Vaffanculo Gino, you are boring!' Vaffanculo, vaffanculo, hoorde ik herhalen in mijn hoofd. Wat een prachtig woord was dat? Alleen in het Italiaans kunnen woorden zo klinken, en ik herhaalde vaf-fan-cu-lo, zo'n fraai woord had nog nooit iemand aan mij gericht. Vrijwel direct daarna dacht ik wel dat de schoonheid van klank van het woord niet strookte met de betekenis, waarvan ik vermoedde dat die zo iets zou zijn van 'rot toch op, joh', maar nee, de letterlijke betekenis was toch wel wat straffer. Onze Italiaanse vriend wist me uiteindelijk te vertellen dat het zoiets was als wat ik nu op een engelstalige etymologie wiki over vaffanculo aantref: vaffanculo is 'slang' voor 'va a fare in culo' hetgeen zo veel betekent als 'go away and have a sexual intercourse into the anus'. Dat klinkt natuurlijk in de verste verte niet zo mooi als vaffanculo. Maar wees gerust: het gebruik verbroederde, want de Italiaan dook - om het goed te maken? - een paar dozijn, overheerlijke ricci uit zee, die verser-dan-vers genuttigd werden.
Verbazen mag de schoonheid van Italiaanse scheldwoorden niet (op de zojuist genoemde wiki trof ik als sprekende voorbeelden onder andere 'Vai a dar via il culo', 'Ma v'a a vendere il culo' en 'Ma fatti dare nel culo' aan), zeker niet als ik de tekst op de achterzijde van het boek van vandaag - het door Poggio de Florentijn in 1450 gepubliceerde Liber Facetarium, in Nederlandse vertaling van de onvolprezen Gerrit Komrij, gepubliceerd onder de titel 'Priesters, vrouwen, dokters & anders monsters' (tweede druk, 1979; de eerste druk verscheen in 1968 onder de titel 'Groot grollenboek, boerten en verhalen uit de vijftiende eeuw') - mag geloven: 'Het is een bekend verhaal dat de scheldwoorden die thans nog in Italië gebruikt worden, zijn uitgevonden door de humanisten in hun roemruchte, verbeten pennegevechten. Pioggio de Florentijn, 1380-1459, heeft daar een groot aandeel in gehad. De invectieven van Poggio werden in zijn tijd al gelezen. Dit elkaar proberen te overtreffen in boertige verhalen, diefstal, overspel en knapenschenderij, is een trek van het Italiaanse humanisme waarvan wij ons thans nauwelijks een voorstelling kunnen maken. Want welke kardinaal of bisschop schrijft thans nog bewust pornografische schotschriften? De stof voor zijn 273 zeldzame historische anekdoten in het in 1450 voor het eerst verschenen Liber facetarium ontleende Poggio grotendeels aan de gesprekken in het bigiale, de leugenkeuken of het lasterkabinet in het pauselijk paleis waar een vrolijk gezelschap hoogwaardigheidsbekleders na gedane arbeid pikante conversatie placht te voeren. Veel van zijn boerten en verhalen, anekdoten en boutades, realistische en sterke verhalen, stak Poggio - die als copiist, vertaler, filosoof, archeoloog, theoloog, taalkundige, verzamelaar en etnograaf werkzaam was - op tijdens het lichtzinnige en langdurige concilie van Konstanz dat een einde moest maken aan de strijd tussen twee of drie pausen. De motieven zijn meestal seksueel, zelden of nooit religieus. Domme hoorndragers, huichelachtige heremieten, geile biechtvaders en monniken, valse notarissen en rechters, ongeletterde doktoren en debiele boeren bevolken deze boerten. Vóór vijftienhonderd bestonden er van het boek al zesentwintig drukken.'
Dat kon ik natuurlijk niet laten liggen en zo las ik met genoegen een aantal boerten over rechtszaken, advocaten, notarissen en rechters, waarvan ik er graag een paar uitdrukkelijk onder uw aandacht breng. Ik moet daaraan nog wel een 'God' vooraf laten gaan, niet - om bij het thema aan te sluiten - een vloek, maar een 'God, wat kan die man toch schrijven!' (in dit geval beter gezegd 'ver-talen', ook al zou men het misschien nog beter 'her-ijken' noemen): alle lof - vooral ook het Lof der Zotheid - voor Komrij die eerder in dit feuilleton figureerde met zijn 'Patentwekker' en van wie ik gisterenavond nog in NRC een schitterende 'boutade' las over het design van Jurgen Bey's 'Tree-trunk bench' (lezen, Literatuurvrienden!). Daar gaan we:
'CIV Vergelijking van Carlo van Bologna naar aanleiding van een notaris
Toen wij met een paar mensen, onder wie zich ook enkele secretarissen bevonden, zaten te dineren in het paleis van de Paus, kwam het gesprek op de onwetendheid van mensen wier enige geleerdheid en wijsheid bestaat uit vast voorgeschreven, traditionele formules, en die er geen enkele reden voor weten aan te voeren waarom het zo is en niet zus, maar alleen maar weten te zeggen dat hun voorouders het hun zó en niet anders hebben overgeleverd. Carlo van Bologna, een zeer joviale man, vertelde: 'Dit soort mensen lijkt sprekend op een zekere notaris (en hij noemde diens naam), een stadgenoot van mij. Bij hem kwamen eens twee mannen op bezoek om hem een koopcontract tussen hen te laten opstellen. Hij pakte zijn pen, en vroeg hun toen hij begon te schrijven hoe hun namen waren. De één zei dat hij Johannes heette, de andere Philippus. Meteen daarop antwoordde de notaris dat de akte (want zo is immers de notaris-term) tussen hen niet opgesteld kon worden. Zij vroegen naar de reden daarvan en kregen te horen: 'Indien de verkoper niet Conrad heet en de koper Titius,' (want dit waren de enige namen die zich op zijn formulier bevonden) kan dit contract niet worden voorgesteld of rechtsgeldigheid verkrijgen.' Of zij nu antwoordden dat ze toch slecht hun namen konden veranderen: hij bleef strak en stijf bij zijn mening, daar nu eenmaal formulieren zo en niet anders waren opgesteld, en hij zond de beide mannen weg omdat zij geen lust bleken te hebben hun namen te veranderen. Zij zochten een andere notaris en lieten deze naargeestige man, die van mening was dat hij valsheid in geschrifte pleegde wanneer hij de namen, die al op zijn formulier waren geschreven, enigszins veranderde, alleen achter.'
'CVIII Over een advocaat die van een procederende klant vijgen en perziken had gekregen
Toen wij eens onze gal uitstortten over de ondankbaarheid van het soort mensen, dat maar al te graag bereid is om de anderen de kastanjes uit het vuur te laten halen, maar dat het achterwege laat om zich daarvoor dankbaar te betonen, vertelde Antonio Lusco, deze zeer humane en geestige man: 'Vincenzo, één van mijn vrienden, die de advocaat was van een steenrijke maar gierige man, had deze bij talloze gelegenheden in zijn processen verdedigd, maar er nog nimmer enige beloning voor teruggekregen. Ten slotte geschiedde het dat hij gevraagd werd om de man te verdedigen in een vrij ernstig proces dat deze was aangedaan. Op de voor zijn pleitrede vastgestelde dag (en ziedaar, op dezelfde dag had de cliënt wat vijgen en perziken naar zijn advocaat gezonden) verscheen hij op het gerechtshof. De tegenstanders gooiden hem van allerlei voor zijn voeten, maar hij deed aan één stuk door geen mond open, en hij antwoordde met geen enkel woord, hoezeer zij hem ook uit zijn tent probeerden te lokken. Menigeen verwonderde zich daarover, en toen de cliënt informeerde wat deze zwijgzaamheid te betekenen had, antwoordde hij: - 'De perziken en de vijgen die u mij gezonden heeft hebben mijn lippen zo aan elkaar geplakt, dat ik geen woord uit kan brengen.'
'CXIV Over een hoer die zich beklaagde over de wandaad van een barbier
Er is een overheidsbureau in Florence, waar de zogenaamde ambtenaren van de goede zeden zetelen: hun voornaamste taak bestaat daarin, dat zij recht spreken over de publieke vrouwen en er zorg voor dragen dat deze in de gehele stad kunnen opereren zonder gehinderd te worden. Op een goede dag kwam er een hoer naar hen toe om zich te beklagen over de belediging en de schade die haar door een barbier waren aangedaan. Zij had hem in het badhuis bij zich ontboden, opdat hij haar schaamdelen kaal zou scheren, maar hij had haar met zijn scheermes zo'n jaap in haar kut gemaakt, dat zij meerdere dagen geen enkele man binnen kon laten. Zij beschuldigde hem daarom ervan haar bedrijfsschade te hebben toegebracht, en eiste een vergoeding voor de verloren gegane winst. - De vraag is aan u: hoe zal het vonnis luiden?'
'CLXXXIX Over een notaris die souteneur werd
Er was een Franse notaris in Avignon, zeer bekend bij de Romeinse Curie, die in liefde ontbrandde voor een publieke vrouw en zijn beroep van notaris in de steek liet om als souteneur in zijn levensonderhoud te voorzien. Op de eerste januari, het begin van een nieuw jaar, trok hij zich een nieuwe jas aan, en schreef op de mouw daarvan met zilveren letters in het Frans: De bien en mieux, van goed naar beter. Hij was van mening dat het beroep van souteneur veel beter was en veel eerbaarder dan dat van notaris.'
'CCLVI Over een rechter in wiens huis een varken olie morste
Een rechter, die in een proces tussen twee mannen te beslissen had, ontving van één van hen een kruik olie als geschenk, die gegeven werd in de hoop en de verwachting dat de rechter zijn oordeel ten gunste van hem zou vellen. Toen de ander dit in de gaten kreeg, zond hij de rechter een vet varken en liet vragen of hij in zijn voordeel wilde beslissen. De rechter deed zijn uitspraak ten gunste van het varken. Toen de ander dit ter ore kwam, ging hij zich bij de rechter beklagen, omdat die zijn woord gegeven en olie ontvangen had. 'Er kwam,' antwoordde hij, 'een varken mijn huis binnen. Het beest zag de olie en brak de kruik, zodat de hele inhoud over de vloer ging. Zo komt het dat ik u vergeten heb.' Typerend antwoord voor een omkoopbaar iemand.'
'CCLVIII Over 'Messer Perde il Piato'
Enrico de Monteleone, een zaakbepleiter bij de Romeine Curie, was een zeer oud man, en weinig geschikt voor dit beroep: vandaar werd hij in de volksmond ook Messer Perde Il Piato genoemd, hetgeen zoveel wil zeggen als Mijnheer die zijn processen verliest. Op een zekere dag vroeg iemand hem, waarop hij er bij elke zaak die aanhangig gemaakt werd steeds weer onderdoor ging. Hij antwoordde: 'Omdat er geen mens bij me komt die me om de verdediging vraagt in een proces waarin het gelijk aan zijn kant staat, zodat het onvermijdelijk is dat ik bij zo'n onrechtvaardige zaak steeds aan het kortste eind trek.' Geestig antwoord van een onkundig man.'
Voor alle zekerheid tot slot: over de antwoorden op de onder CXIV genoemde casus wordt niet gecorrespondeerd!
Sei il primo mio pensiero che la mattina mi sveglia,
BANNING N.V.
Gino van Roeyen
Reactie (0)
| < Vorige | Volgende > |
|---|
Gino van Roeyen

Gino van Roeyen is IE advocaat bij Banning. Sinds 2006 verzorgt hij iedere vrijdagochtend - uitzonderingen daargelaten - voor al zijn kantoorgenoten een per e-mail verspreid feuilleton over literatuur en recht "Literatuur op vrijdag". Mr. wordt vanaf heden ge-cc-t, zodat u ook van de pennevruchten van Van Roeyen kan genieten.
Alle blogs Gino
- The deposition
- The New Year Party
- Die dunkle Seite des Mondes
- Het olografisch testament
- Ex Parte SANTA CLAUS
- De borst van Chelito
- Disheveled Nymphs
- Nachrichten aus Berlin
- Arabinesque-at-Law en De Nederlandsche Rechtstaal
- God en de gekkenrechter
- About Boston
- Een voorval uit de rechtspraktijk
- De rechtzetting
- Onverwacht weerzien
- De literaire kring
- Plum Pudding à la Charles Dickens
- Aardbeien
- Weemoedt
- Het leugenverhaal
- High Fidelity
- Witness
- Relaas van een moord
- De dief
- Ernest Staas, Advocaat
- Le loup plaidant contre le renard par-devant le singe
- Het gevang in de hemel
- Serendipity
- Mutsaers' sprankelende creativiteit
- Roeshoofd hemelt
- Hommage aan Martin Bril
- The Strangest Case of All Time?
- The Liar
- Aan de schrijvers
- Tjielp Tjielp ofwel t.t.
- Der Kluge baut vor?
- Stukken van mensen
- Sex, Lies and Litigation
- Nur
- Moord op de boodschappenjongens
- Law or justice



