Website voor juristen
The Man Who Ate Death
vrijdag, 12 september 2008 door Gino van Roeyen
Goedemiddag Literatuurvrienden!
Vorig jaar verbleef ik korte tijd in Belgrado voor het verzorgen van een aantal lezingen over outsourcing en IP. Gedurende een paar vrije uren ging ik in het centrum van Belgrado op zoek naar literatuur van Servische schrijvers, vertaald in een voor mij begrijpelijke taal (bijvoorbeeld Engels; het Servisch ben ik niet machtig). Een uitvloeisel van een hobby die ik me sedert een aantal jaren heb aangemeten om bij buitenlandse bezoeken 'inheemse' literatuur te vergaren. Engelse vertalingen bleken in Belgrado echter niet voor het oprapen, ook al was er aan boekenwinkels geen enkel tekort (gelukkig). Na een bezoek aan winkel A – waar ik het niet kon laten om Anja Drulovic's Tito's Cookbook te kopen, een hebbeding, waarin in woord, beeld en originele recepturen verslag wordt gedaan van de gastronomische avonturen van Tito in het bijzijn koning(inn)en, sjahs, tycoons, bekende actrices – stuitte ik in winkel F op hét schot in de roos: 'The Man Who Ate Death – An Anthology of Contemporary Serbian Stories', geselecteerd door Mihaljo Pantić (Belgrade: Serbian P.E.N. Centre, 2006 – ISBN 86-84555-01-5). Nog fascinerender vond ik dat 'The Man Who Ate Death' de titel was van een verhaal van Borislav Pekić (vertaald door Christina Pribichevich-Zorić), waarin ik bij vluchtig doornemen - bij en na aankoop - woorden en zinsneden ('Palais de Justice', 'In the name of the French people', 'judgement') aantrof die er op wezen dat dit verhaal ook in dit feuilleton zou kunnen belanden, en dat is een goede inschatting gebleken.
In het wat mij betreft fenomenale 'The Man Who Ate Death' onttrekt Pekić ene Jean-Louis Popier aan de vergetelheid, het voorland van eenieder die niet a priori de geschiedenisboeken haalt: '(...) people whose lives are but a ripple in the water. Invisible, inaudible, unreal, they leave no print in the sandy desert of humankind. We do not know whence they came into our midst, and when they depart, we know not why or where they have gone. While the gods walked the earth, that is how we recognized them. When they left us, of all their powers the only legacy they left people was the ability to live, but not to be', aldus de schrijver in de openingspassage van het verhaal. Popier – door de schrijver 'poetically' aangeduid als 'the man who ate death' – komt op het pad van de schrijver – zo lijkt het – in het kader van een historisch onderzoek naar de Franse revolutie. Niets vindt hij over Popier in gezaghebbende bronnen over dit tijdperk, waaronder 'L'histoire de la société française pendant la Révolution' van de gebroeders Goncourt. In 1982 – 'two hundred years after the fall of the Bastille and the French revolution' - stuit de schrijver in het nationaal archief tussen de 'Documents inédits', behorend tot de serie 'Section Judiciaire', op de volgende bewijzen van bestaan van Popier:
1. Popier is volgens het Chancelly staff register van het Palais de Justice op 29 Germinal (Maart-April) 1793 – Germinal was de zevende maand van de Franse Republikeinse kalender - te werk gesteld als gerechtssecretaris bij het Tribunaal van de Revolutie (op voorstel van Danton opgericht op 10 Germinal).
2. Een lijst met stafleden werkzaam bij deze rechtbank, gedateerd 9 Thermidor (27 juli) 1794, waaruit blijkt dat Popier werd geboren in Lyon in 1744, volgens de registers, als het derde kind van gemeentesecretaris Jean-Paul Popier en zijn vrouw Charlotte.
Maar wat deed Popier in deze rechtbank precies? Op dit punt dient te schrijver te varen op 'an oral legend, dating from the days of the Restoration', die claimt dat Popier een 'sainte personne' was: 'his name and his deed always assume different forms, but however the particulars may change, they never bring into doubt the reason why the saintliness is merited.' Van daaruit vertrekkend richt de schrijver de aandacht op Popier's 'deed', waarbij hij de waarheid voor zich laat spreken: 'By truth, of course, we mean everything that, in the absence of verified facts, we had to assume in order to extract the story from the impasse it had reached for lack of the former. Without this kind of liberty, the whole of human history would have been stalled, halted on the stairs of the Tower of Babylon, and so we do not feel guilty.' Vermoedelijk kwam Popier – voorheen werkzaam voor een advocaat – in de rechtbank terecht op grond van zijn handschrift. Dat handschrift had alles – de schrijver heeft daarvoor bewijs opgeduikeld in de vorm van een door Popier opgestelde 'promissory note' – wat de Revolutie nodig had: 'puritanical sharpness, Roman clarity, patriotic legibility, with none of the flamboyant digressions that char acterized royalist charters. His penmanship was like a Gothic church, deconstructed to its spiked stereometric form, most reminiscent of the sans culotte spear, which, during the nights of the September massacres, bore the head of the Princess de Lamballe, and on the day the Bastille fell, the head of her governor, M. de Launay...' Ongetwijfeld was Popier verplicht om de functie van gerechtssecretaris te aanvaarden, want een weigering zou ook hem slechts hebben gevoerd naar de Place de la Révolution om zelf 'to sneeze into the bag', zoals een populaire frase toen kennelijk luidde. Er werd gedoeld op het moment dat een hoofd na onthoofding het stro raakte dat zich onder de guillotine bevond. In zijn functie van gerechtssecretaris bevond Popier zich 'at the magic crossroads between ideas and reality, Philosophy and History, Draft and Deed, and inevitably, seen with the writer's hindsight, between Revolution and Counter-Revolution, at a watershed which at the time lay in the light-filled stone corridors of the Revolutionary Court, whence the parths forked: one leading to J.-J. Rousseau's "Social Compact", "La Nouvelle Heloïse" and heaven; the other descending to the dark dungeons of the Conciergerie and following the rue Saint-Honoré, arriving at the guillotine at the Place de la Révolution and from there below ground.'
De taak van Popier was simpel: het noteren van de vonnissen zodra ze werden uitgesproken in het Protocol en overhandigen van de vonnissen aan de griffier, belast met het bijhouden van de executielijst. Op dezelfde dag nog werd deze overhandigd aan de rechter van dienst van het Tribunaal, die zich daarmee naar de Conciergerie begaf om de namen van de ongelukkigen te scanderen, de supervisie houdend over de voorbereidingen van hun executie, het begeleiden van het vervoer naar de plaats van executie, en het na onthoofding, plaatsen van een handtekening onder het doodvonnis, dat tevens fungeerde als certificaat van overlijden.
Het waren drukke tijden voor Popier. Alhoewel de mensen met wat hulp van J.J. Rousseau en de Encyclopedisten – na een lange en zware strijd – eindelijk (enkele) grondrechten hadden verworven, werden er nu in krap twee jaar tijd meer mensen ter dood veroordeeld dan gedurende de eeuwen monarchie die er aan voorafgingen. Schier oneindig was het aantal anti-revolutionaire daden waarop straf stond. De werkdruk die het opschrijven daarvan in het - daarvoor ongeschikte - Protocol met zich bracht, werd door een versimpeling van de procedure aanzienlijk verlicht: bij wet van 10 juni 1794 werd verdachten eenvoudigweg het recht op verweer ontnomen, omdat dit werd beschouwd als een contra-revolutionair wantrouwen ten opzichte van het Tribunaal. Onder het adagium dat je het goede niet van het kwade kan scheiden resteerden nog slechts twee opties: vrijspraak of de doodstraf. En om het 'natural process of compressing court procedure' helemaal af te maken, werden alle in Parijs aangehouden beschuldigden aangemerkt als 'enemies du peuple' (waarbij hun strafbare daden konden variëren van prostitutie tot samenzwering, en van verdachte herkomst tot het tonen van zure blikken op straat tijdens het vieren van het zoveelste feest van de revolutie). Een zucht van werkverlichting zou Popier hebben kunnen slaken, ware het niet dat hij 'already become deeply immersed in an act which, in the eyes of Homerians of the Restoration, made him a saint, and in my colder eyes, made him the subject of this story.' Alhoewel Popier met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid in de Chancellery een aantal 'movers of history' voorbij heeft zien komen – waaronder Maximilien Robespierre – heeft hij dat zeker niet zo ervaren. Popier 'merely listened to history' en één van de historische geluiden die hij in dat verband opving, was de naam van Charlotte Corday, ter dood veroordeeld wegens de moord op de revolutionaire politicus Jean-Paul Marat, mede-instigator van omvangrijke moordpartijen in het begin van de Revolutie. Met Corday nog in het gehoor, staat Popier zich bij hoge uitzondering toe, om de doodvonnisen niet direct te registreren (de rechter van dienst zal later zijn gekomen dan gewoonlijk), maar een stuk brood te eten met een harde Normandische kaas. Hij heeft echter het brood en de kaas nog niet op tafel of Couthon – architect van het Tribunale procesrecht – en aanklager Fouquier-Tinville komen binnengerold (Couthon was aan een rolstoel gekluisterd) c.q. gewandeld. Popier grist het eerste het beste papier van tafel om zijn lunch in zijn zakken te stoppen en weer aan het werk te gaan, ondertussen het gekibbel van Couthon en Fouquier-Tinville beluisterend over de zware werkdruk: 'The guillotine is slow.' 'It can't be any faster, citizen Couthon.' Zo snel als mogelijk daarna rondt Popier de lijst met doodvonnissen van die dag af, net op tijd, want daar komt rechter van dienst Vileté al binnen gestormd, die de lijst zonder blikken of blozen van Popier's bureau pakt en er mee vandoor gaat. Aan het eind van de dag haalt Popier zijn onderbroken lunch uit zijn zak om er een diner van te maken: 'They were wrapped up in a piece of paper. It looked familiar to him. He smoothed out the crumpled sheet which was greasy from the cheese. Leaning toward the candle, he read: "In the name of the French people..."' . Het blijkt het doodvonnis te zijn van een arme oude vrijster (Germaine Chutier) die in aanwezigheid van patriottische getuigen had verklaard dat wat zij het meest mistte in haar leven 'le roi' was. Haar verweer voor het Tribunaal dat ze 'le rouet' (het spinnewiel) had gezegd, werd genadeloos gepasseerd: 'The Court took the view that a spinner needed a king more than a spindle and condemned her to death.' Popier beseft dan dat mevrouw Chutier niet onder de guillotine ligt, maar op het stro van de Conciergerie, 'far down below her unwilling savior, citizen Popier, asleep and dreaming of the spindle that would mean more to her life than a king.'
Indachtig het spreekwoord geen woorden, maar daden, slaapt Popier die nacht niet: 'He stayed awake all night so that, hidden underneath the blanket, he could tear up the judgement and eat it peace by piece.' En zo kwam het, literatuurvrienden, dat 'Jean-Louis Popier, scribe of the Revolutionary Tribunal, ate his first death.' Het vervolg van het verhaal ga ik u niet verklappen, want u kunt het lezen in de bijlage en wie dat niet kan moet maar eens op zoek naar het werk van Pekić (zie ook www.borislavpekic.blogspot.com, waarnaar ik graag verwijs).
Op more men who ate death!
BANNING N.V.
Gino van Roeyen
Reactie (0)
| < Vorige | Volgende > |
|---|



