Website voor juristen

Ageren tegen media een goed idee?

Op 29 januari 2007 deed zich in het normaal gesproken zo leuke Scheveningen een vreselijk incident voor. Een jong mens kwam om het leven, vermoedelijk door geweld. Vlak voor zijn overlijden was het slachtoffer van een dakje van een schuur afgevallen. Daarna stond hij op, liep iets verder en viel uiteindelijk neer. Terwijl dit gebeurde stond een tweetal personen op het genoemde dakje. Nadat het vermoedelijke geweld jegens het slachtoffer was gepleegd en hij van het dakje afgevallen was is er door een buurtbewoner een filmopname gemaakt. Hierop is het slachtoffer te zien, alsmede de twee genoemde personen op het dakje.

Het genoemde filmmateriaal is in eerste instantie via Het AD op het internet verspreid. Hierdoor kreeg deze zaak als de "dakmoord" veel aandacht in de media.

De Haagse burgemeester Deetman en een woordvoerder van het Openbaar Ministerie lieten in de media weten in beginsel niet erg enthousiast te zijn over de verspreiding van dergelijke opnames. De moeder van het slachtoffer vond het wel een goede zaak, zo berichtte Het AD.

Nadat een tweetal verdachten een aantal weken in voorarrest had verbleven benaderde de 45-jarige verdachte mij met het verzoek hem bij te staan. Alhoewel hij het vreselijk vond wat er gebeurd was ontkende hij verantwoordelijk te zijn voor de dood van het slachtoffer. Op 10 mei 2007 honoreerde de rechtbank het verzoek om opheffing van zijn voorlopige hechtenis.

Een ander probleem waar mijn cliënt mee zat was de eenzijdige berichtgeving in de media, hetgeen als gevolg van het filmpje een grote vlucht had genomen. Hij vond dit niet in de eerste plaats erg voor zichzelf, maar vooral voor zijn minderjarige zoon die in beeld was gebracht en nimmer in voorarrest voor deze zaak werd genomen. Desondanks werd deze jongen tezamen met mijn cliënt in diverse media in verband gebracht met het gepleegde geweld. In het bijzonder gebeurde dat doordat een aantal websites, waaronder ad.nl en geenstijl.nl, mensen in de gelegenheid stelden anoniem de meest vreemde dingen te spuien. Die reacties waren veelal niet alleen smakeloos, maar ook beledigend of nog erger ronduit bedreigend.

Tegen deze berichtgeving hebben mijn cliënt zelf en ik namens hem geageerd. Anders dan uit het grootste deel van de berichtgeving blijkt is niet slechts een standpunt ingenomen tegen de verspreiding van het filmpje, maar juist tegen de combinatie van dit beeldmateriaal en het feit dat de genoemde websites de gelegenheid bieden tot het doen van de bedoelde uitlatingen.

Er zijn klachten ingediend bij de Raad voor de Journalistiek tegen Het AD en Geenstijl.nl. Tegen deze instanties is inmiddels tevens aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie. Deze acties hebben opnieuw geleid tot media-aandacht. Aan mij werd de vraag gesteld of het om deze reden niet beter zou zijn geweest het maar op zijn beloop te laten en te wachten tot het zou overwaaien. Mijn antwoord is ontkennend.

In de eerste plaats bood al die aandacht ook de mogelijkheid om het eenzijdige beeld in de media, zoals dat tot dat moment gold bij te stellen. Dat was nu precies waar mijn cliënt behoefte aan had. Weliswaar bleek het Openbaar Ministerie niet gecharmeerd te zijn van de verspreiding van de beeldopname, maar nergens heb ik van die zijde enige waarschuwing kunnen ontdekken dat het publiek niet nu al de conclusie mocht trekken dat eventuele geweldplegers op de film te zien zijn. Dit is namelijk niet het geval. Mijn cliënt en zijn zoon die eveneens waarneembaar was stonden er alleen voor. Ze hadden een gerechtvaardigd belang hun kant van het verhaal te vertellen.

In de tweede plaats is er een principieel argument. Als het grote aantal reacties op diverse sites wordt bekeken dan rijst de vraag in hoeverre de maatschappij dat goed moet vinden. De aard en de hoeveelheid van de reacties maken dat er sprake is van een soort modern middeleeuwse schandpaal waaraan mensen worden genageld waarvan nog geenszins vaststaat wat hun rol in het geheel is geweest. Naar mijn idee moeten we willen dat de rechtbank haar oordeel geeft. Er moet geen ruimte zijn voor virtuele lynchpartijen. Het voeren van een discussie hierover vindt niet plaats als alle betrokkenen zich afzijdig houden. Deze discussie is ook van waarde omdat niet alleen sites als geenstijl.nl zich vergrijpen aan de bedoelde gedragingen, maar ook meer serieuze media zoals Het AD.

Geenstijl.nl heeft op haar eigenzinnige wijze laten weten De Raad voor de Journalistiek niet te erkennen. Dat wordt ter kennisname aangenomen, maar niet als echt relevant bestempeld. Mijn cliënt en ik stellen prijs op een inhoudelijk oordeel. Aan de andere kant zal met interesse de reactie van Het AD worden bekeken. De tot op heden ten toon gespreide argumenten worden dezerzijds als serieus, maar niet als overtuigend bestempeld. Hierbij speelt een rol dat vooralsnog slechts is gereageerd op de bezwaren tegen de verspreiding van het gewraakte filmpje, maar zoals gesteld is dat slechts een deel van de klacht.

Reactie (0)


Schrijf reactie. Reacties worden eerst door de webmeester van Mr. gecontroleerd alvorens deze geplaatst worden. Anonieme reacties worden niet geplaatst.

busy