Website voor juristen

De hand van justitie schiet steeds vaker uit

In het advocatenblad van oktober 2008 publiceerden de advocaten Jan-Jesse Lieftink en Simeon Burmeister een uiterst lezenswaardig artikel over de problemen in het tbs-stelsel. Het enige nadeel was dat de publicatie niet plaatsvond in tijdschrift voor een nog groter leespubliek.

Lieftink en Burmeister betoogden terecht onder andere dat tbs te vaak en te makkelijk wordt opgelegd.

Recentelijk ben ik benaderd door een tbs-er die een probleem had. Zijn zoveelste behandeling dreigt vast te lopen en de kliniek dreigt met plaatsing op een long stay afdeling. Dat is een verkapte vorm van levenslang. De nieuwe client vertelde dat het niet zijn eerste tbs was. Dat is natuurlijk geen gunstig aspect, maar toen hij me vertelde dat beide tbs-maatregelen waren opgelegd voor bedreigingen, waarbij dus geen mensen fysiek geweld was aangedaan, moest ik mijn best doen om niet mijn woede een plek te geven in de taktiek.

Op 31 oktober 2008 wees het hof Den Haag arrest in de zaak van Anton. Aanvankelijk was hij in mei 2007 aangehouden wegens verdenking van een doodslag in de Haagse binnenstad. Hiervan werd Anton glansrijk vrijgesproken. Wel werd hij veroordeeld voor een aantal relatief lichtere vergrijpen. Uiteindelijk kreeg hij voor twee verbale bedreigingen toch tbs met dwangverpleging opgelegd. Nadat Anton in hoger beroep was gegaan vroeg hij mij of ik hem wilde bijstaan. Het OM ging niet in appel zodat de vrijspraak voor de doodslag vaststond. De inzet zou de tbs-oplegging worden.

Alles wat ik kon bedenken trok ik uit de kast. Onder andere schakelde ik een psychiater in. Hij rapporteerde en verklaarde ter terechtzitting dat er geen ruimte was voor tbs. Anton zou de delicten niet vanuit een stoornis hebben gepleegd. Het hof legde deze mening naast zich neer en haakte aan bij de door het OM ingeschakelde rapporteurs. Zij hadden, toen Anton nog verdacht werd van de doodslag, geconcludeerd dat tbs noodzakelijk was. Toen duidelijk werd dat Anton niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor het levensdelict rapporteerden zij aanvullend, daarbij stellend dat deze nieuwe situatie geen invloed had op hun advies. Inhoudelijk waren de aanvullende rapporten niet veel meer dan samenvattingen van de eerdere rapportages, zo bepleitte ik. Ook was ik van mening dat in de concrete omstandigheden van het onderhavig geval oplegging van de tbs-maatregel niet subsidiar en proportioneel was. En als dan toch tbs moet worden opgelegd bepaal dan dat het gaat om een gemaximaliseerde tbs, zo luidde een andere wens mijnerzijds. Ik vroeg met andere woorden of het hof wilde vaststellen dat de tbs maximaal vier jaar zou kunnen duren. Dit is het geval als het niet gaat om een misdrijf gericht tegen of dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Of dit het geval is hangt volgens de rechtspraak af van de concrete omstandigheden van het geval.

Alle formele verweren, de bewijsverweren, een beroep op noodweer(exces) en de vragen om geen tbs op te leggen werden verworpen. En tsja, ik ben ook net een mens. Het is leuker als verweren worden gehonoreerd. Mijn client was niet blij en ik ook niet. Het ene verweer werd wat breder gemotiveerd verworpen dan het andere, maar de motivatie om niet te beslissen dat het ging om een gemaximaliseerde tbs kon ik nergens vinden. Ondanks dat dit wel moet op straffe van nietigheid volgens de wet (artikel 359 lid 7 en 8 sv).

Alhoewel het een groot nadeel is dat een cassatieprocedure lang duurt wilde Anton dit wel en ik was dat met hem eens. Bovendien staat er veel op het spel. Long stay plaatsing voor dit soort delicten is vooralsnog niet uit te sluiten, getuige ook het verhaal van mijn eerder genoemde nieuwe client. Ook nu moet daar al naar worden gekeken. Burmeister en Lieftink hebben niets geks geschreven toen ze stelden dat het niet goed gaat met tbs-behandelingen. Mogelijk waren ze hier en daar zelfs mild.

Het hof verwees bij de motivering van de oplegging van de tbs naar de rapportages van het NIFP, naar het strafblad van Anton, naar de mening van mijn client dat hij geen behandeling behoeft en naar de wet. Die maakt het immers domweg mogelijk dat voor relatief lichte vergrijpen waarbij niets of niemand fysiek iets is aangedaan tbs kan krijgen. Nu ja met die wet moeten we het dan maar doen. In het huidige politieke klimaat maak ik me geen illusie dat op dit punt de wetgever wakker wordt. Wel vind ik dat de rechter veel kritischer moet zijn bij de oplegging van tbs als het gaat om delicten als bedreiging. Een advocaat als waakhond is leuk, maar blaffende honden bijten niet. In mijn ogen is het de rechter die er veel meer voor zou moeten waken dat de hand van justitie niet uitschiet. Advocaten moeten proberen die rechter daartoe aan te sporen, maar wij hebben niet het laatste woord. De zaak van Anton is interessant genoeg om de Hoge Raad haar controle-taak te laten uitoefenen. Ik houd u op de hoogte.

Reactie (0)


Schrijf reactie. Reacties worden eerst door de webmeester van Mr. gecontroleerd alvorens deze geplaatst worden. Anonieme reacties worden niet geplaatst.

busy