Website voor juristen

Ook na de Schiedammer parkmoord blijft het NFI informatie achterhouden

Eén van mijn cliënten, Anton, moest in november 2008 verschijnen voor de rechtbank te Den Haag omdat hij ervan werd verdacht samen met twee anderen een poging doodslag gepleegd te hebben. Een man bleek in de Haagse binnenstad te zijn mishandeld doordat hij zou zijn geschopt, geslagen en met een mes in zijn rug zou zijn gestoken.

Anton verklaarde vrij snel na zijn aanhouding betrokken te zijn geweest bij het incident. Zijn verhaal was dat hij ruzie had gekregen met een tweetal mannen op straat. Anton was bang geworden en belde een vriend. Ondertussen was een van de twee mannen met wie Anton ruzie had vertrokken. Kort daarna kwamen twee vrienden naar beneden aangestormd. Er werd direct op het latere slachtoffer ingeslagen. Anton zag dat hij werd geslagen en geschopt. Anton vertelde ook zelf een schop uitgedeeld te hebben.

Nadat de vechtpartij was afgelopen hoorde Anton boven in de woning dat er iets over een mes werd gezegd. Toen hij door de politie werd aangehouden, bleek inderdaad dat het slachtoffer was neergestoken.

De twee medeverdachten hadden een heel ander verhaal. Zij vertelden zeker te zijn dat zij geen mes hadden meegenomen. Anton zou naar huis zijn gegaan. Hierbij zou hij in zijn hand een groot vleesmes hebben gehad.

Namens Anton is betoogd dat de twee medeverdachten zodanig wisselende verklaringen hebben afgelegd, dat zij niet konden worden vertrouwd. Ook de officier van justitie kwam overigens tot die conclusie. Bovendien leek het niet erg waarschijnlijk dat Anton op weg naar huis een vleesmes zou meenemen. Veel logischer leek het dat de medeverdachten, nadat zij een hulpverzoek kregen, uit de woning iets ter bewapening zouden hebben meegenomen. De rechtbank heeft dit ook overwogen.

In de woning van één van de medeverdachten werd een mes aangetroffen. Uiteindelijk zou blijken dat op dit mes bloed van het slachtoffer is aangetroffen. Namens Anton is verzocht ook het heft, waarmee een mes wordt vastgehouden, te bemonsteren op dna. De hoop was dat degene die het mes had vastgehouden hierop kracht had uitgeoefend en daardoor dna had achtergelaten. Het NFI (Nederlands Forensisch Instituut) rapporteerde dat er sprake was van ‘een onvolledig verkregen dna-mengprofiel'. Dit betekent dat dna van meer dan één persoon was gevonden, maar dat het aangetroffen celmateriaal onvoldoende was om tot degelijke conclusies te komen.

Om een dna -profiel tastbaar te maken voor de niet-deskundigen, zou je het dna -profiel kunnen uitdrukken in een unieke rij met getallen. Denk bijvoorbeeld aan een nummerbord, maar dan met twee of drie keer zoveel getallen als de gegevens op uw auto. Met dat in het achterhoofd, wilde ik van het NFI weten of kenmerken uit het onvolledige mengprofiel zouden terugkomen in het dna -profiel van Anton. Wanneer dit immers niet het geval zou zijn zou dit in ieder geval betekenen dat Anton geen dna op het heft van het mes had achtergelaten. Daarnaast is betoogd dat wanneer van alle verdachten dna -kenmerken worden vergeleken met het onvolledige mengprofiel mogelijk zelfs twee personen zouden kunnen worden uitgesloten. Aldus zou kunnen worden vastgesteld wie dan wél het mes gehad zou moeten hebben. De rechtbank besloot uiteindelijk dat het NFI inderdaad een nader vergelijkend onderzoek moest doen. Het aanvullende rapport van het NFI was voor mij geen verrassing: ze weigerden. Het NFI rapporteerde dat geen betrouwbaar onderzoek zou kunnen worden verricht.

In de Schiedammer parkmoord had het NFI iets soortgelijks gedaan. Ook toen had men wel dna -kenmerken gevonden, maar daarvan was geen volledig profiel te maken. Om die reden had men domweg maar niet beschreven wat de onvolledige dna -kenmerken waren. Mede als gevolg hiervan is uiteindelijk de verkeerde persoon veroordeeld.

Aangezien ik er nog altijd niet op vertrouw dat het NFI heeft geleerd van Schiedam, is de IFS (Independent Forensic Services), waar Richard en Selma Eikelenboom werkzaam zijn, verzocht na te gaan of zij een contra-expertise konden opmaken. IFS kwam tot de conclusie dat ook wanneer er een onvolledig dna -profiel is verkregen er in ieder geval dna -kenmerken zijn die kunnen worden vergeleken met het dna van alle verdachten. Reeds hierom was nader onderzoek naar mijn idee van belang. Bovendien stelt het IFS op andere wijze onderzoek te doen dan het NFI, waardoor zij meer kenmerken zouden kunnen verkrijgen, zodat mogelijk achteraf alsnog een volledig dna -profiel kon worden verkregen.

De rechtbank sneed haar vingers niet aan de twee ingewikkelde dna -rapporten. Zij stelde domweg dat drie personen betrokken waren bij een vechtpartij waarbij een mes is gehanteerd. Het kan niet anders, aldus de rechtbank in haar vonnis van 10 december 2008, dan dat ook Anton gezien moet hebben dat er een mes was gebruikt. Aangezien Anton ook heeft meegevochten maakt het in de ogen van de rechtbank niet uit wie het mes heeft gehanteerd. Iedereen was hiervoor verantwoordelijk. Deze motivering is één van een aantal redenen om hoger beroep in te stellen. Dit is inmiddels ook gedaan.

Het meest schokkende - of noem het zelfs bizarre - feit dat mij in deze zaak trof was dat het NFI nog altijd niet bereid is alles wat zij uit onderzoek vinden te delen met alle betrokkenen in het strafproces. De conclusie hiervan kan niet anders zijn dan dat er nog altijd onschuldigen zullen worden veroordeeld, maar ook dat schuldigen vrij zullen blijven.

Reactie (0)


Schrijf reactie. Reacties worden eerst door de webmeester van Mr. gecontroleerd alvorens deze geplaatst worden. Anonieme reacties worden niet geplaatst.

busy