Website voor juristen

Voorlichtende journalistiek?

De laatste jaren is er steeds meer aandacht van media voor strafrecht gekomen. Dat kan negatieve effecten hebben. Voor slachtoffers en verdachten kan de aandacht onnodig belastend zijn. Bovendien kan die extra aandacht ertoe leiden dat een te gekleurd beeld van de verharding in de maatschappij ontstaat. Voor zover mij bekend is nog nooit wetenschappelijk onderzocht of er heden ten dage daadwerkelijk meer geweld is dan vroeger, of dat dit zo lijkt door meer en modernere berichtgeving. Zo nu en dan hoop ik wel eens dat een dergelijk onderzoek tot de conclusie noopt dat dit niet het geval is waardoor wellicht politici zich minder met individuele strafzaken gaan bemoeien.

Er zijn ook positieve kanten aan de interesse van journalisten voor strafzaken. Zo vermoed ik dat de grotere publiciteit er mede aan heeft bijgedragen dat rechters hun beslissingen beter motiveren. Het kan nog altijd beter, maar toch zit er een stijgende lijn in. Ook draagt de aanwezigheid van journalisten eraan bij dat beter gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om via openbare zittingen de rechtspraak te controleren.

Op de media rust echter wel een zware verantwoordelijkheid. Het door hen verspreide woord kan verstrekkende gevolgen hebben, terwijl het voor velen moeilijk is zich goed tegen berichtgeving te verdedigen waar dit in voorkomende gevallen aangewezen lijkt.

Op 4 oktober 2007 behandelde de rechtbank te Den Haag strafzaken tegen 2 verdachten naar aanleiding van een dodelijk incident zoals zich dat op 29 januari 2007 in Scheveningen voordeed. Deze zaak kreeg van het begin af aan veel aandacht doordat het slachtoffer vlak voor zijn overlijden is gefilmd, terwijl dit beeldmateriaal via het Algemeen Dagblad op het internet terecht kwam. Als raadsman van een van de verdachten heb ik van meet af aan geageerd tegen de verspreiding van het desbetreffende beeldmateriaal omdat de vrees bestond dat de verdachten mede hierdoor door het grote publiek reeds zouden worden veroordeeld voordat überhaupt een rechter in beeld kwam. Deze vrees is helaas niet geheel onterecht gebleken.

Ten aanzien van mijn cliënt, de vader van de mede- en hoofdverdachte heb ik vrijspraak voor alle hem verweten feiten bepleit. Het OM vond dat mijn cliënt zich niet schuldig had gemaakt aan moord of doodslag, doch aan dood door schuld waarop een maximale gevangenisstraf van 2 jaar staat. Een gevangenisstraf van anderhalf jaar werd geëist. Gezien de maximumstraf valt dat een stevige eis te noemen. Tegen de minderjarige verdachte is wegens doodslag de zwaarst mogelijke straf en maatregel geëist: 2 jaar jeugddetentie en de oplegging van de maatregel tot zijn plaatsing in een jeugdinrichting. Die laatste maatregel kan uiteindelijk maximaal 6 jaar duren. Nu in het jeugdrecht niet de regeling geldt dat een veroordeelde vervroegd in vrijheid wordt gesteld zou een en ander kunnen betekenen dat de jeugdige hoofdverdachte van net 16 jaar 8 jaar vastzit of onder toezicht van justitie staat. Als rekening wordt gehouden met de regeling voor volwassenen dat zij tweederde van hun straf uitzitten, staat 8 jaar "zitten" gelijk aan een straf voor volwassenen van 12 jaar. Een stevige straf voor doodslag wanneer dat wordt gespiegeld aan de rechtspraak.

In diverse media uitte het sociale netwerk van het slachtoffer kritiek op de straffen die zijn geëist. Zeker wanneer met de emoties rekening wordt gehouden kan daar begrip voor worden opgebracht. Toch kan deze (emotionele) kritiek een probleem vormen wanneer verslaggevers volstaan met het uitgebreid optekenen van de mening van direct betrokkenen. Vele anderen nemen die kritiek kritiekloos tot zich. Velen zullen dientengevolge de kritiek over nemen. Als men erover na heeft gedacht en daadwerkelijk een andere mening heeft dan ik en vindt dat in Nederland zwaarder moet worden gestraft kan en mag dat. Echter wel zal een ieder goed moeten worden voorgelicht om zijn mening te kunnen vormen. In vrijwel iedere berichtgeving ontbrak de nuance dat mijn cliënt volgens het OM aan "niet meer" schuldig was dan dood door schuld. Geen enkel medium kon ik erop betrappen dat de eis voor de minderjarige effectief wel eens opgeslotenheid van 8 jaar zou kunnen betekenen. Het beeld dat is geschetst is een boos beeld: de strafeisen waren veel te laag. Het hoogte- of dieptepunt van de verslaglegging betrof het moment waarop vrienden van de overledene op straat op Scheveningen met meedraaiende camera s een handtekeningenactie begonnen voor zwaardere straffen. Wederom was vrijwel nergens ruimte voor iets anders dan de mening dat de eisen veel te laag waren.

Is het de taak van een journalist om voor te lichten? In mijn ogen soms wel. Daar waar dat in bepaalde gevallen zoals in de beschreven zaak niet gebeurt dient de vraag zich aan of de journalist een spreekbuis dreigt te worden. Hierbij helpt het niet dat nuances in de berichtgeving überhaupt zo nu en dan al te veel gekleurd waren. Om een voorbeeld te noemen: daar waar mijn cliënt de rechtbank vertelde dat het latere slachtoffer erg agressief was kopte de telegraaf dat hij lastig was. Daar waar mijn cliënt graag zijn verhaal bij de rechtbank tijdens een uitgebreide behandeling wilde doen, tekende het AD op dat hij niet veel te vertellen had.

Wat wil ik nu? Zeuren? Nou ja, in ieder geval mijn hart luchten. Dat ik via deze blog het gewenste resultaat behaal dat de journalistiek geprikkeld en kritischer wordt denk ik niet, laat staan dat een discussie zal ontstaan. Daarvoor zal ik iets anders moeten bedenken vrees ik.

Reactie (0)


Schrijf reactie. Reacties worden eerst door de webmeester van Mr. gecontroleerd alvorens deze geplaatst worden. Anonieme reacties worden niet geplaatst.

busy