Website voor juristen

De omgekeerde wereld

Soms, heel soms, vind ik delen van de doelgroep van Mr. niet meer zo aardig. Als ik weer eens bevestigd word in mijn eerder uitgesproken oordeel dat de advocatuur soms karakterbedervend is. Het leek juist de laatste tijd beter te gaan. Voorheen kregen we wel eens briefjes van ontevreden lezers die zelfs dreigden met een gang naar de hoogste baas van Kluwer als ze hun zin niet kregen, maar dat soort reacties zijn zo langzamerhand (met hun auteurs) een uitstervend verschijnsel.

Vorige week kreeg ik echter weer eens een mailtje waar ik ongelukkig van werd. Aanleiding was de maandelijkse terugkerende Gouden Peer-verkiezing, inmiddels en snel een geaccepteerd en gewaardeerd verschijnsel in de juridische wereld geworden. Elke maand selecteren we zeer zorgvuldig een 25-tal ‘peers' op een bepaald rechtsgebied en die vragen we dan op elkaar te stemmen om de Gouden Peer te bepalen. Af en toe reageert er wel eens iemand dat hij of zij geen keuze wil maken, appels en peren en dat soort dingen. Geen probleem, iedereen krijgt een vriendelijk briefje terug en zo lang gemiddeld 80% van de ‘peers' wel stemt, is er geen probleem voor de representativiteit.

In mei hebben we de Gouden Peer insolventierecht. Vorige week ontvingen we een mailtje in de inbox dat dus niet lekker viel. De schrijver, advocaat bij een top-tienkantoor, meldt dat het criterium beste jurist op het gebied van insolventierecht hem te vaag is om een individuele beoordeling te kunnen geven. Geen probleem, gezien het voorgaande. Echter, de schrijver wil ook zijn naam niet in de lijst van de ‘peers'. Want: "Ik zou willen vermijden dat op enige wijze de indruk wordt gewekt dat ik, (...), de hand heb gehad in de uitverkiezing."

Hier stuiten we op een probleem. Immers de naam van een ‘peer' weghalen kan niet. Dan zou de lijst niet meer volledig (en representatief) zijn. En wat gebeurt er met de op deze persoon uitgebrachte stemmen (niet van toepassing in dit geval). Eerder hadden we een enigszins vergelijkbare zaak. De president en de procureur-generaal van de Hoge Raad verzochten mij iets dergelijks toen het ging om raadsheren en advocaten-generaal. Uiteindelijk konden we elkaar vinden in de vaste vermelding in elke aflevering van de Gouden Peer dat met name rechters terughoudend zijn in het stemmen. Allemaal in goed overleg, zoals dat ook kan en behoort. En gelukkig zijn er ook juristen bij de Hoge Raad die wel meestemmen.

Uitgangspunt van de lijst van ‘peers' is nu eenmaal dat de besten er op staan. En dus niet alleen diegenen die willen. Lijstjes van dit genre bestaan al sinds mensenheugenis (en zeker de advocatuur is er niet vies van) en toestemming van de personen in kwestie is nooit een selectiecriterium geweest en zal dat ook nooit worden. Uiteraard stemt nooit iedereen, maar we houden de stemming zorgvuldig geheim zodat niemand weet wie wel of niet, laat staan op wie, gestemd heeft.

De schrijver van deze mail vond het echter nog niet genoeg. Hij besloot zijn mail met: "Ik ga er dan ook vanuit dat u mijn naam niet in het blad zult vermelden bij de ‘peers'. U kunt deze e-mail desnodig tevens opvatten als een opdracht deze vermelding achterwege te laten."

En toen brak mijn klomp. Niet omdat het woord ‘desnodig' niet in het woordenboek voorkomt, want deformatie leidt tot creatief taalgebruik, dat blijkt weer eens, maar wel om de aanmatigende en imperatieve wijze van het gestelde. Hier wreekt zich de deformatie. Blijkbaar is het niet meer mogelijk in het normale verkeer op andere wijze te communiceren dan via akelige sommaties, iets dat blijkbaar tot het standaardvocabulaire van betrokkenen behoort.

Dus wat te doen. Nou weten we allemaal dat e-mail een gevaarlijk medium is, escalatie is zo bereikt, dus enige rust was geboden. Uiteindelijk besloot ik een mailtje terug te sturen met deze inhoud: "Geachte heer, de volgende vraag houdt me bezig: op grond waarvan denkt u mij iets te kunnen opdragen?"

Eind van het verhaal? Nee. De tamtam in insolventieland werkt prima. Nog geen half uur later ontving ik een mail van een andere ‘peer', ook van een top-tienkantoor, die me op nog hogere toon de les las. Ik citeer: "Uw reactie aan mr. X, waarbij u zich afvraagt op grond waarvan deze meent u iets te kunnen opdragen - terwijl zijn verzoek aan u toch alleszins redelijk was - geeft er blijk van dat u niet beseft waarmee u bezig bent. Bovendien geeft u daarmee er blijk van in een omgekeerde wereld te leven, want getuige uw herhaalde nogal dwingend gestelde verzoeken aan de 'peers' om toch vooral te stemmen - iets dat uitsluitend in uw publicitaire straatje past en niet in dat van de betrokkenen - bent u het die kennelijk meent 'ons' opdrachten te kunnen geven. Indien u de medewerking verlangt van de door u bedoelde groep 'peers' bij een initiatief dat door hen niet is gevraagd en waarmee u primair uw eigen commerciële doel dient, dan zou het u passen bepaald correcter met betrokkenen om te gaan. Op mijn medewerking hoeft u inmiddels niet meer te rekenen."

Een paar dingen: ja, niemand heeft om Mr. gevraagd en het dient een commercieel doel van de uitgever. Toch is het blad een succes, dankzij de waardering van de lezers. En ja, wij trekken er hard aan om zo veel mogelijk reacties binnen te krijgen voor de Gouden Peer. Maar verder dan een schriftelijk verzoek, een reminder per e-mail, en tenslotte een telefoontje, gaan we niet. Opdrachten geven we, zelfs desnodig, niet. Werkelijk bespottelijk is het verwijt dat wij primair een commercieel doel dienen met de Gouden Peer. En ook zo amusant om een dergelijk verwijt te horen uit de mond van een advocaat van het soort kantoren die werkelijk nooit iets doen dat geen commercieel doel dient.

Natuurlijk zijn wij allen in dienst van de Mammon, maar er zijn gradaties. En een topper op nota bene het gebied van insolventierecht, nou niet bepaald een rechtsgebied waarop veel idealisten werkzaam zijn, die een journalist verwijt te commercieel bezig te zijn, kijk, dat gaat te ver en is zelfs lachwekkend. Over een omgekeerde wereld gesproken.

De Gouden Peer is onomstreden. Niet omdat ik dat vind, maar omdat zonder uitzondering alle Gouden Peren tot nu toe, veertien in getal, buitengewoon vereerd (gecoiffeerd mailde mij zelfs eentje) waren met deze eer en zonder uitzondering poseerden voor de verrassende foto's van Geert Snoeijer en meewerkten aan het interview. Hoogleraren, top-advocaten, advocaten-generaal en ja, ook de procureur-generaal bij de nieuws2-gp-foto_gouden_perentaart.jpgHoge Raad zijn de revue gepasseerd het afgelopen jaar. De laatste winnaar (zie nummer 4, komt uit eind april) liet zelfs vijftien taarten bakken met daarop een Gouden Peer van marsepein en zond hem naar zijn relaties. Het verwijt dat de Gouden Peer vooral in mijn publicitaire straatje zou passen is daarmee voldoende weerlegd. De winnaars vinden het leuk, de stemmers valideren middels hun stem deze verkiezing.

Eind vorige week sprak ik een van de andere insolventie-‘peers' over deze zaak. Hij had iets van "Ach ja, dat is een beetje geblaat dat je maar moet laten gaan. Dat hoort er nou eenmaal een bij dit soort mensen". Ik vond het een merkwaardige opvatting, alsof er voor sommige mensen andere normen in de omgang gelden. Ik heb de mail zelf maar onbeantwoord gelaten. Zoals voetballer spreken met hun voeten, spreken journalisten via hun medium, in dit geval dit weblog en later het magazine zelf. De lezer oordele zelf.

Reactie (0)


Schrijf reactie. Reacties worden eerst door de webmeester van Mr. gecontroleerd alvorens deze geplaatst worden. Anonieme reacties worden niet geplaatst.

busy