Website voor juristen

Een dagje bij het OM

En toen viel er ineens een mailtje van Hoofdofficier van justitie Gerrit van der Burg (parket Den Bosch) in de bus. Hij had met belangstelling wat recente commentaren van me gelezen in Mr. over hoe vreselijk het wel niet moest zijn om in deze tijden bij het OM te werken. Maar, zo schreef hij me, hij kon me verzekeren dat het nog steeds heel erg leuk is om bij het OM te werken en om mijzelf daarvan te vergewissen werd ik van harte uitgenodigd om eens een dagje te komen kijken in De Bosch. Dus stapte ik vorige week binnen in de wereld die Openbaar Ministerie heet. Na een welkomstgesprek en het tekenen van de geheimhoudingsverklaring werd ik tussen 9 en 5 bezighouden met achtereenvolgens het meelopen met de weekdienst, een gesprek met de persofficier, een lunchgesprek met maar liefst drie officieren en twee parketsecretarissen, een zitting van de politierechter, weer een gesprek met een officier en tenslotte mocht ik nog even kennismaken met Van der Burg.

Een mooie, en tegelijk ook wel wat vermoeiende dag. Bij alle gesprekspartners lagen mijn commentaren gekopieerd en wel op het bureau dus mocht ik af en toe even spitsroeden lopen over mijn kritische opmerkingen. Die overigens meer gingen over hoe het OM met de eigen communicatie omgaat dan over de misslagen.

Eigenlijk komt het er op neer dat het er maar aan ligt vanuit welk perspectief iemand de zaak bekijkt: is het glas half vol of half leeg. Bij het OM wordt (niet onbegrijpelijk overigens) wat verongelijkt gereageerd op de maatschappelijke discussie die woedt rond de uitglijers van de afgelopen jaren. In het juninummer van Opportuun, zeg maar het personeelskrantje van het OM (zie www.om.nl) , haalt PG Harm Brouwer nog maar eens uit naar critici die zich alleen maar fixeren op dat wat fout gaat: ruim 93% van de zaken loopt immers goed af. Het verhaal van Brouwer komt er op neer dat in verreweg de meeste gevallen successen worden geboekt, en ja, dat er soms ook wel eens wat fout gaat.

"Het zou wel eens leuk te zijn de credits te krijgen", verzuchtte een van mijn gesprekspartners. En dat is natuurlijk waar. Het OM kan zich moeilijk op de borst kloppen als er een mooie veroordeling wordt uitgesproken, maar anderzijds, als er dingen misgaan, kan er ook weinig inhoudelijk tegengas worden gegeven, zeker niet zolang er zaken nog onder de rechter zijn en dat is zo in verreweg de meeste gevallen. Het OM zit in een glazen huis en kan zich niet of slecht verweren tegen kritiek van buiten. Wat je dan krijgt, en dat is ook wat ik in mijn eerdere commentaren beschreef, is een enigszins in zichzelf gekeerde organisatie waarvan de leden onderling weten dat ze het goed doen, maar grote problemen hebben om dat naar de buitenwereld toe voor het voetlicht te krijgen. Komt bij dat het OM natuurlijk bij uitstek een hiërarchische organisatie is. Officieren die al dan niet op persoonlijke titel hun bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat, die bestaan niet. Als er al iets naar buiten komt, dan komt dat van het PAG (parket generaal). Toch is het intern natuurlijk niet alleen pais en vree. Bureucratie (zie hieronder) wordt als probleem gezien. Maar ook de snelle doorstroming leidt tot problemen in de gebiedsteams waar relatief veel onervaren officieren opereren. "Als je blijk geeft van bepaalde kwaliteiten, dan schuif je al snel op binnen deze organisatie. Terwijl het elke keer weer blijkt dat je in de gebiedsteams beter functioneert naarmate je er langer zit en de mensen beter leert kennen."

Wat zijn mijn indrukken na een dagje OM? Een veelheid. In de eerste plaats heb ik mijn mening ten aanzien van reikwijdte van het werk van het OM behoorlijk moeten bijstellen. Natuurlijk weet je hoe het formeel zit met de verdeling van de verantwoordelijkheden. Maar als je een uurtje meeloopt met zeg maar de piketdienst, dan besef je weer hoe ver de macht van het OM reikt. De politie moet werkelijk voor ogenschijnlijk elk wissewasje toestemming vragen aan het OM. Als er een meisje op school iemand heeft bedreigd en die wordt twee maal telefonisch benaderd met het verzoek eens langs te komen op het bureau, en ze reageert niet, dan moet aan het OM toestemming worden gevraagd de persoon in kwestie voor verhoor op te halen. Het is ook een heel aparte ervaring met de officier naar het cellenblok onderin het justitiepaleis te gaan en haar een verdachte te zien ondervragen in de deur van diens cel. Het OM heeft echt heel veel macht, meer dan menigeen, inclusief ondergetekende, zich normaliter realiseert.

In de tweede plaats valt een buitenstaander op dat er een groot ´esprit de corps´ heerst (voor alles wat ik hier als indrukken noteer geldt uiteraard dat ze zijn gebaseerd op een dagje, meer niet, laat deze relativering hier éénmaal gesteld zijn). Mensen zijn eigenlijk zonder uitzondering trots op hun werk en op de organisatie waarvoor ze werken. Opvallend in de gesprekken was dat cynisme onder de mensen die ik sprak niet voorkomt. Terwijl er toch een vrij grote stoelvastheid binnen het OM bestaat. Je kunt rustig je hele leven bij het OM werken. Dat kan omdat er -  zo blijkt  zó veel mogelijkheden zijn om te rouleren en zowel geografisch als inhoudelijk veranderingen te maken, dat saaiheid en routine blijkbaar nooit om de hoek komen. Ik kom toch behoorlijk veel in kringen van juristen, maar ik ben er van overtuigd dat déze mensen hun werk écht leuk vinden en niet graag zouden willen ruilen voor een bestaan als advocaat en rechter. De kreet: "Ik weet 's ochtend niet wat ik die dag ga doen", hoorde ik meermalen. De afwisseling en de spanning van het vak zijn voor velen een veel aantrekkelijker optie dan het toch als wat saai geziene bestaan van een rechter. Over de advocatuur als optie wordt al helemaal vrij weinig gedacht. Geld speelt geen rol in de carrièrekeus, geholpen natuurlijk door het feit dat een officier nu eenmaal zeer behoorlijk wordt betaald. Wel wordt geconstateerd dat het werk vaak inhoudt het roeien tegen de stroom in, of dweilen met de kraan open, of zoals iemand zei: zwemmen door stroop, en metaforen van gelijke strekking.

Arbeidssatisfactie wordt dus niet ontleend aan maatschappelijke erkenning. "Het past het OM niet om zichzelf op de borst te kloppen"zo valt te beluisteren. Anders dan de politie die graag op tv  grote partijen buitgemaakte wapens of drugs toont, kan het OM niet goed pronken met de eigen veren. En de rechters worden eigenlijk door het OM ("terecht") uit de wind gehouden. "Wij knappen het vuile werk toch best vaak voor deze beide partijen op. We steken ons eigen hoofd in de strop en bevinden ons daardoor vaak in een vrij onmogelijke positie, maar dat is nu eenmaal zo", aldus een verzuchting". Bevestiging vindt men in de inhoud van het ("superfantastische") werk zelf. "Je kunt recht doen", "Wat wij doen, doet er toe", "Het is echt heel zinnig," "Ieder van ons draagt zijn steentje bij aan de veiligheid in de breedste zin van het woord". Het is een greep uit de uitspraken die ik hoorde. Ook het contact met slachtoffers van misdrijven wordt als buitengewoon waardevol ervaren. "Daar doe je het voor".

Wel is men zich bewust van de maatschappelijke onrust die er bestaat rond thema's als veiligheid, handhaving, opsporing en vervolging. De reactie hierop varieert. Terwijl de één zich op feestjes bezighoudt met het uitleggen en corrigeren van misvattingen, laat de ander tegenover onbekende derden in het midden dat hij of zij voor het OM werkt. Deels omdat men geen zin heeft in al te grote exposure, deels omdat men niet als het pispaaltje voor de ‘communis opinio' te fungeren. Er is overigens wel begrip voor de maatschappelijke onvrede. Zo constateerde een officier dat het OM dat deels aan zichzelf te danken heeft: "We concentreren ons hier op de etalagezaken. Sommige standaardzaken (zoals rijden onder invloed, rijden zonder verzekering) worden nu landelijk in een soort van worstenfabriek.behandeld. Dan kan iemand de indruk krijgen die in die fabriek terechtkomt, dat het OM gelijkstaat met bureaucratische rompslomp. Wij moeten niet bang zijn om op dat punt de hand in eigen boezem te steken".

De krenten in de pap? Leiding geven aan de opsporing als TGO-officier. Dit zijn de meer ervaren officieren die aan het hoofd staan van een ‘team grootschalige opsporing'. TGO-zaken doen zich maar enkele keren per jaar voor, dus daarvoor geldt een roulatieschema. Enigszins besmuikt geven mijn gesprekspartners toe dat het veelal zo is dat een ramp in iemands persoonlijk leven voor een TGO-officier een beroepsmatig hoogtepunt kan betekenen. Het bij wijze dag en nacht bezig zijn, het leiding geven aan 20 hooggekwalificeerde politiemensen, het samen puzzelen, de groepsgeest, ja dat zijn wel de mooie momenten.

Ach officieren van Justitie, het zijn net mensen

Reactie (0)


Schrijf reactie. Reacties worden eerst door de webmeester van Mr. gecontroleerd alvorens deze geplaatst worden. Anonieme reacties worden niet geplaatst.

busy