De defense attorney’s fallacy

Enige tijd terug schreef ik een blog over de prosecutor’s fallacy; een statistische denkfout die in het verleden tot verschillende justitiële dwalingen heeft geleid. In deze blog ga ik in op de tegenhanger van deze redeneerfout die (je raadt het al) de defense attorney’s fallacy wordt genoemd.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
(foto: Depositphotos-Halabala)

De defense attorney’s fallacy wordt vaak geïllustreerd aan de hand van argumenten die werden aangevoerd door de verdediging in een wereldberoemde zaak die de boeken is ingegaan als de O.J. Simpson murder case. O.J. Simpson is een voormalig voetballer, die in 1994 werd beschuldigd van het vermoorden van zijn ex-vrouw en een vriend van haar. De bloedsporen die de politie op de plaats delict aantrof wezen op de mogelijke betrokkenheid van Simpson. Het bloed kwam immers overeen met dat van Simpson, met kenmerken die slechts bij 1 op de 400 mensen voorkomen. Bovendien was Simpson in het verleden beschuldigd van het plegen van huiselijk geweld jegens zijn ex-vrouw.

Prosecutor’s fallacy

Op het door de aanklager aangevoerde argument dat Simpson al eerder was beschuldigd van het plegen van huiselijk geweld, reageerde het advocatenteam van Simpson door te beweren dat slechts 1 op de 2500 vrouwen die te maken krijgen met huiselijk geweld, uiteindelijk door hun partner worden vermoord. De verdediging achtte eventuele eerdere veroordelingen voor huiselijk geweld dan ook irrelevant.

Volgens onder anderen de Duitse psycholoog Gerd Gigerenzer klopte deze redenering niet, aangezien hiermee de context (namelijk het feit dat de vrouw in kwestie al was vermoord) werd genegeerd. In plaats van het berekenen van de kans dat een huiselijk geweldpleger zijn vrouw heeft vermoord, gegeven dat zij inderdaad is vermoord (volgens Gigerenzer bedroeg deze kans zo’n negentig procent), noemde de verdediging immers de kans dat een vrouw door haar partner zal worden vermoord, gegeven dat sprake is van huiselijk geweld. In feite maakte de verdediging zich hiermee schuldig aan de prosecutor’s fallacy.

Defense attorney’s fallacy

Daarnaast stelde de verdediging dat het aantal inwoners van Los Angeles met bloedkenmerken die overeenkwamen met de bloedsporen op de plaats delict groot genoeg was om een volledig voetbalstadion te vullen. Het bewijs van de bloedmatch werd derhalve bestempeld als insignificant. Hiermee werd een tweede redeneerfout begaan, te weten de defense attorney’s fallacy.

Net als de prosecutor’s fallacy is de defense attorney’s fallacy in de kern gelegen in de misinterpretatie van de voorafkans (a priori kans) op schuld van de verdachte. De defense attorney’s fallacy heeft echter betrekking op een situatie waarin al ander belastend bewijs is geïntroduceerd, dat vervolgens ten onrechte buiten beschouwing wordt gelaten. Een voorbeeld: er is een moord gepleegd op een cruiseschip. De politie beschikt over de volgende gegevens:

  • Het cruiseschip heeft 900 passagiers en 100 medewerkers.
  • Het bloed van de dader is gevonden op de plaats delict. Slechts vijf procent van de bevolking heeft dezelfde bloedgroep als de dader. Er wordt dan ook geschat dat er op het cruiseschip ongeveer vijftig mensen zijn met deze bloedgroep.
  • Doordat de moord is gepleegd op een plek die alleen toegankelijk is voor medewerkers, is het bijna zeker dat de moord door een medewerker is gepleegd.
  • De politie begint met het uitvoeren van een bloedgroeponderzoek bij alle medewerkers. De eerste persoon die wordt getest, heeft een match met de bloedgroep van de dader.

Iemand die de defense attorney’s fallacy begaat, zou het volgende concluderen:

  • Er zijn ongeveer 50 mensen op het cruiseschip met dezelfde bloedgroep als de dader.
  • De kans dat de persoon met een match de dader is, is daarom 1/50 = 2%.

Bij deze redenatie wordt over het hoofd gezien dat de eerste persoon die werd getest een medewerker is. Gegeven dat de moord naar alle waarschijnlijkheid is gepleegd door een medewerker en dat tijdens de moord ongeveer vijf medewerkers met deze bloedgroep op het cruiseschip aanwezig waren (5% van de 100), neemt de kans dat deze persoon schuldig is toe tot circa 1/5 = 20%. Met andere woorden, het feit dat de verdachte een medewerker is verhoogt zijn a priori kans op schuld in vergelijking met de passagiers met dezelfde bloedgroep.

Toegepast op de Simpson-zaak achtten verschillende statistici de a priori kans dat Simpson schuldig was groter dan de a priori kans dat een willekeurige andere inwoner van Los Angeles met dezelfde bloedkenmerken schuldig was. Zo had alleen al het feit dat Simpson eerder was beschuldigd van huiselijk geweld een verhogend effect op de a priori kans van zijn schuld: de overeenkomst tussen het bloed van Simpson en het bloed op de plaats delict kon derhalve niet zomaar terzijde worden gesteld.

Toch heeft het peperdure advocatenteam van Simpson zijn vruchten afgeworpen: hij werd op 3 oktober 1995 vrijgesproken.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meest gelezen berichten

Van onze kennispartners

Juridische vacatures

Rijksoverheid zoekt een

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top