Mr.

26 / Mr. 9 2019 WIE IS MARIANNE HIRSCH BALLIN? Marianne Francisca Henrica Hirsch Ballin (1983) stu- deerde Nederlands recht in Utrecht, met als speciali- satie (internationaal) strafrecht. In 2012 promoveerde ze in Utrecht op het proefschrift Anticipative Criminal In- vestigation. Theory and Counterterrorism Practice in the Nether- lands and the United States . Vlak daarvoor ging ze aan de slag als advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever For- tuijn. In januari 2018 werd Hirsch Ballin benoemd tot hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit. Op 12 oktober 2018 sprak ze haar oratie uit, Over grenzen bij bewijsvergaring: Grondslagen voor geïnte- greerde normering van strafrechtelijke bewijsvergaring . Verder is ze bestuurslid van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, lid van de Commissie Implementatie nieuw Wetboek van Strafvordering, rechter-plaatsvervan- ger en adviseur bij Pels Rijcken. Marianne Hirsch Ballin is getrouwd en heeft twee zoons, Frederik en Pieter, van 4 en 2. INTERVIEW H et is een aantal weken na de liquidatie van de Am- sterdamse advocaat Derk Wiersum als we Marian- ne Hirsch Ballin (ex-advocaat) vragen wat haar eer- ste gedachten daarbij waren. Ze had die ochtend vroeg gesport, kwam thuis en haar man vertelde wat hij net had gehoord. “Wat een vreselijk drama voor zijn gezin”, dacht Hirsch Ballin, jonge moeder. En ook: “Het zegt wat over de onvoorstelbare geweldda- digheid van de georganiseerde criminaliteit hier in Am- sterdam. Het gaat zover dat het raakt aan onze rechts- staat. Het is een poging om een concreet strafproces te beïnvloeden en om ons strafrechtsysteem te ontwrichten zodat mensen hun werk niet meer durven te doen. Heel ernstig. Beangstigend.” Hirsch Ballin, strafrechtjurist. Jazeker, zeg ‘Hirsch Ballin’ en het woord ‘jurist’ volgt bij- na automatisch. Nu had de bal in Marianne Hirsch Bal- lins geval ook anders kúnnen rollen, maar deed dat niet. Toen ze op de basisschool zat was haar vader Ernst minis- ter van Justitie (Lubbers III) en kreeg ze aan de keukenta- fel al iets mee van politieke, maatschappelijke en juridi- sche gesprekken. Was het logisch dat u ook rechten ging studeren? “Zonder enkele dwang. Integendeel. Ik herinner me dat mijn ouders me op een andere route wilden zetten, omdat ik op de middelbare school goed was in de bètavakken, vooral wiskunde. Maar uiteindelijk koos ik toch voor de rechtenstudie. Ook met het idee: wat kan ik zelf doen aan iets dat ik belangrijk vind, en dat is een steentje bijdra- gen aan een rechtvaardige samenleving. Ik verwachtte dat dat het beste zou kunnen met de rechtenstudie.” Toen uw vader voor het eerst minister was … “… was ik zes. Voor mij was dat gewoon zijn baan. Ik zou mijn keuze voor het juridische vak ook niet willen verbin- den met mijn vaders ministerschap. Hij heeft verschil- lende functies gehad en dat had thuis altijd een vergelijk- bare impact. Voor mijn eigen vorming is van belang hoe mijn ouders in het leven staan. En dat betekent nog steeds niet dat daarbij een rechtenstudie hoort, mijn broer is bijvoorbeeld audio- en televisieproducent.” MOEILIJKE AFWEGINGEN Hoewel de rechtenstudie Hirsch Ballins eigen keuze was (“en uit overtuiging”), kreeg ze zoals velen tijdens haar eerste jaar in Utrecht ook wel wat twijfels. Daarom volgde ze de studierichting diplomatieke betrekkingen ernaast – maar ging nadien toch door met alleen rechten. Ze deed uiteindelijk de tweejarige masteropleiding rechtsweten- schappelijk onderzoek, met een focus op het internatio- naal strafrecht. “Die richting interesseert me omdat het de belangen van mensen zo direct raakt. Van verdachten, slachtoffers en van de samenleving in z’n geheel. Strafrecht komt om de hoek kijken op het moment dat mensen het meest kwets- baar zijn. Het hebben van een strafrechtspleging die op een rechtsstatelijke manier functioneert, maakt ook dat we kunnen leven in vrijheid en veiligheid. Dat wij zo kun- nen leven is geen vanzelfsprekendheid – kijk naar de ge- schiedenis van de vorige eeuw. Daarom is het zo belangrijk dat we de democratische rechtsstaat blijven onderhouden, met het strafrecht als belangrijk onderdeel daarvan. Ik zie het in mijn huidige positie als mijn verantwoordelijkheid om bij te dragen aan die rechtvaardige strafrechtspleging en het belang ervan over te brengen aan anderen.” Rechten was zeker een makkelijke studie voor u. “Ik ben met goede cijfers afgestudeerd. Dat wil niet zeg- gen dat het strafrecht, of de rechtenstudie, makkelijk is. Als jurist heb je doorgaans te maken met lastige vraag- stukken. Het gaat dus niet alleen om kennis van het posi- tieve recht, maar vooral: hoe pas ik dat recht toe om tot een antwoord te komen voor die lastige vraagstukken. Ik zeg het nu ook tegen mijn studenten: het is niet de kunst om van a tot z te onthouden wat er in een boek staat, je moet begrijpen welke belangen op het spel staan en welke juridische afwegingen je moet maken. Dat zijn vaak moeilijke afwegingen.” Vond u de hele studie interessant? “Burgerlijk procesrecht was niet mijn favoriete vak, maar

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=