Mr.

Mr. 9 2019 / 27 INTERVIEW toen ik advocaat was kreeg ik er wel veel mee te maken. En dan wordt dat ook interessant. Ook ondernemings- recht boeide me minder, het staats- en bestuursrecht en goederenrecht weer wel.” ZAKEN DIE ERTOE DOEN Maar het werd strafrecht. In 2007 studeerde Hirsch Ballin af op de masterscriptie Preventing terrorism through criminal law en trad ze bij de Universiteit Utrecht in dienst als assis- tent-in-opleiding. In 2012 promoveerde ze op een terroris- me-onderwerp. Een vervolg als docent aan de universiteit zat er niet in. Ze wilde de ‘praktijk’ in, lees: de advoca- tuur. Pels Rijcken werd haar kantoor. Dat staat niet bekend als een strafrechtkantoor. “Er is wel een sectie strafrecht. Ik was daaraan verbonden, net als aan de sectie bestuursrecht. Het gaat niet om regu- liere strafzaken, maar vooral civiele procedures over bij- voorbeeld aansprakelijkheid voor strafvorderlijk overheids- optreden, op het gebied van het penitentiair recht of uitleverings- of overleveringskwesties. Het kantoor heeft ook te maken met veel kort gedingen over een breed scala aan strafrechtelijke onderwerpen, zoals bijvoorbeeld de raadsman bij politieverhoor. Het Nederlandse beleid stond onder invloed van het Europese recht – de Salduz-jurispru- dentie van het EHRM en EU-richtlijnen hierover – onder druk en de veranderingen in dat beleid gingen voor Neder- landse strafrechtadvocaten niet snel of ver genoeg. De NVSA (Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten, red.) spande een kort geding aan tegen de Staat, Pels Rijc- ken stond als landsadvocaat de Staat bij. Andere zaken die we toen deden waren procedures over de levenslange ge- vangenisstraf en over de bewaring van gegevens voor op- sporingsdoeleinden. Veel beleidsmatige veranderingen op het terrein van het strafrecht, vaak onder invloed van het Europese recht, komen aan de orde in civiele procedures tegen de Staat. Dat maakt de strafrechtspraktijk van Pels Rijcken juist erg interessant. Ook in mijn huidige werk, in het onderwijs en onderzoek, kom ik de relevantie van de zaken die ik daar heb gezien geregeld tegen.” Wat deed u zoal bij de sectie bestuursrecht? “Daar hield ik me bezig met het handhavend en punitief bestuursrecht, waar het vaak gaat om de vertaling van strafrechtelijke leerstukken naar het bestuursrecht. Dat zijn ook echt zaken die ertoe doen en waardoor de praktijk kan veranderen. Je zit zo als jonge advocaat in het voor- front van allerlei juridische ontwikkelingen. Als stagiair kon je al naar kort gedingen over strafrechtelijke ontrui- mingen van kraakpanden, of over de tenuitvoerlegging van een schadevergoedingsmaatregel. Zo doe je snel pro- ceservaring op.” VERBINDING Na bijna zesenhalf jaar Pels Rijcken kwam een nieuwe kans voorbij: de leerstoel straf- en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit kwam vrij. “Bij Pels Rijcken had ik het echt naar mijn zin. Ik hield ook van die zaken in het poli- tiek-maatschappelijke speelveld. Maar de kans om hoog- leraar te worden en vanuit de wetenschap bij te dragen aan de ontwikkeling van het strafrecht is prachtig en wilde ik niet voorbij laten gaan. In de academische we- reld wordt ervaring uit de praktijk steeds belangrijker ge- vonden. Ook in mijn jaren bij Pels Rijcken ben ik zoveel mogelijk de verbinding met de wetenschap blijven zoe- ken, door te publiceren en gastcolleges te geven. Nu pro- beer ik juist vanuit de wetenschap de verbinding met de praktijk te blijven zoeken.” Een grote vakgroep strafrecht is die aan de VU niet. Er zijn twee kernhoogleraren, naast Hirsch Ballin is dat Lon- neke Stevens. En er zijn twee bijzonder hoogleraren: Roan Lamp (financieel strafrecht, tevens advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek) en Martin Kuijer (mensen- rechten; wordt per 1 januari raadsheer in de Hoge Raad). Jaarlijks studeren er zo’n zestig studenten in de strafrech- telijke master af.

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=