Mr.

Mr. 9 2019 / 29 DRIE GENERATIES, ALLE GROTE RECHTSGEBIEDEN, ALLE STAATSMACHTEN Met kleindochter Marianne Hirsch Ballin heeft de familie alle grote rechtsgebieden afgedekt. Grootvader Ernst Denny zat in het privaatrecht (hij was tussen 1958 en 1969 hoogleraar nationaal en internationaal auteurs- en uitgeversrecht aan de Universiteit van Amsterdam), vader Ernst zit in het staats- en bestuurs- recht (onder meer als hoogleraar staats- en bestuurs- recht, later als hoogleraar internationaal recht en nog later als hoogleraar constitutioneel recht in Tilburg, en nu hoogleraar rechten van de mens aan de UvA). (Klein)dochter zit in het strafrecht. Voor alle generaties was de internationale component van hun vakgebied(en) van grote betekenis. Ook bekleedden de Hirsch Ballins alle staatsmachten: vader Ernst was minister van Justitie (1989-1994 en 2006- 2010), hij zat in de Tweede Kamer (1994-1995) en de Eerste Kamer (1995-2000), en was voorzitter van de Afdeling Be- stuursrechtspraak van de Raad van State. Dochter Mari- anne is rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Gelder- land. Zowel grootvader als kleindochter was advocaat. INTERVIEW Hirsch Ballin richt zich vooral op het strafprocesrecht, maar daarbinnen zijn de onderwerpen breed: internatio- nale samenwerking en opsporing, de invloed van het Eu- ropese recht, de wisselwerking met het bestuursrecht, het nationale veiligheidsrecht en de men- senrechten. Binnenkort gaat ze een nieuw vak geven in de Engelstalige bacheloroplei- ding ‘Law in Society’: Terrorism and Coun- terterrorism. Het vakgebied is uitgebreid, zegt Hirsch Bal- lin. “Neem digitale opsporing. Er is tegen- woordig veel mogelijk maar onduidelijk is wat de grenzen zijn. Of de samenwerking tussen meerdere autoriteiten bij de aanpak van ondermijning: hoe normeren we dat in eigen land? En hoe verbeteren we de opsporingsmogelijk- heden als het gaat om data die zich niet in Nederland be- vinden? Hoe ga je ommet territorialiteit? Mag je vanaf een computer in Nederland bewijzen halen die op een computer in een ander land staan? Hoe bereik je daarover internationale consensus? Dat heeft weer te maken met gedeelde beginselen die je kunt relateren aan de democra- tische rechtsstaat. Dat vind ik interessant.” GEMISTE KANS Met haar achtergrond in wetenschap en praktijk is Hirsch Ballin gevraagd om zitting te nemen in de Commissie im- plementatie nieuw Wetboek van Strafvordering. Dat wet- boek is in concept gereed, maar vóórdat dit concept aan het parlement kan worden voorgelegd, moet een commis- sie onderzoeken wat de kosten zijn van de invoering. “Ie- dereen wil weten welke inspanningen de ketenpartners moeten leveren om de wet te implementeren en welke kosten daarmee zijn gemoeid.” Want? “Dit nieuwe wetboek kent een andere opzet en deels ook inhoud en daar moet iedereen vertrouwd mee raken. Een belangrijke vernieuwing is de techniek-onafhankelijk- heid van bevoegdheden. Ook zijn er veranderingen in de wijze waarop het proces wordt ingericht, waarbij meer nadruk wordt gelegd op volledigheid van het vooronder- zoek voordat een zaak op zitting komt. Dat leidt tot een andere rol van de verschillende procesdeelnemers. Dat alles moet zorgen voor minder stagnaties en kortere doorloop- tijden. Ook komen er nieuwe bevoegdheden op het terrein van digitale opsporing. Dat zijn allemaal best grote wijzigingen waar- mee politie, bijzondere opsporingsdiensten, OM en rechterlijke macht moeten leren om- gaan. Dat vergt opleiding, aanpassing van ict-systemen en nieuwe werkprocessen. Over de volle breedte gaan we in kaart brengen wat de kosten daarvan zijn en welke implementatiestrategie het beste werkt.” Over het algemeen bestaat er consensus over het nieuwe Wetboek van Strafvordering. U schikt zich daar ook in? “Het is zeker een flinke verbetering, waar in de praktijk ook behoefte aan is. Een gemiste kans vind ik dat er niet voor is gekozen tegelijkertijd ook de Wet politiegegevens en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens te her- zien. Onder invloed van het EU-recht staat ook deze her- ziening op de planning; dit moet leiden tot één nieuwe wet. Deze wetten regelen de privacyrechtelijke aspecten van met name het bewaren en delen van politiegegevens en strafvorderlijke gegevens. De regeling van deze priva- cyrechtelijke aspecten heeft een directe relatie met de re- geling van de strafvorderlijke bevoegdheden in het Wet- boek van Strafvordering. Door er twee aparte trajecten van te maken, wordt het risico genomen dat deze logische relatie wordt gemist. Dat is jammer. Kijk naar de digitale opsporing, waarbij die wisselwerking in de normering heel belangrijk is. Strafvordering gaat bijvoorbeeld over de vraag wanneer je toegang kunt krijgen tot een gege- “ER KAN VEEL OP HET GEBIED VAN DIGITALE OPSPORING, MAAR DE GRENZEN ZIJN ONDUIDELIJK”

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=