Mr.

MR. 6 2020 / 13 nieuws Van bode tot president: bij alle medewerkers van de Rotterdamse rechtbank lag onlangs een exclu - sief mondkapje in de brievenbus. Vergezeld van een kaartje met: “Als het dan toch moet, doen we het in stijl. Pas goed op jezelf en op elkaar.” “Wie weet wordt het wel een collec - tor’s item”, grinnikt Pelle Biesmeijer, voorlichter van de rechtbank Rotter- dam. Het mondkapje – zwart met een wit befje erop − is een aardig - heidje namens het bestuur, maar met een serieuze ondertoon. Sinds begin oktober geldt het dringende advies om in gerechts- gebouwen een mondkapje te dra- gen in alle ‘openbare publieksruim- tes’. Daaronder vallen bijvoorbeeld de hal, wachtruimtes, gangen, liften en trappenhuizen. In de zittingszalen hoeft, als men een- maal zit, geen mondkapje te wor- den gedragen. “We vinden het belangrijk dat men - sen die naar onze rechtbank ko- men zich hier aan houden”, zegt Biesmeijer. “Door ons zelf aan de voorschriften te houden willen we als rechtbank het goede voorbeeld geven. En met dit mondkapje maken we dat onze medewerkers extra makkelijk.” (KR) Om meer externe bestuurlijke ervaring toe te voegen aan de parketleiding, is het Openbaar Ministerie op zoek naar leidinggevenden en bestuurders van buiten de organisatie. Zij zullen tijdelijk deel zullen uitmaken van de parketleiding van een van de arrondissementsparketten en worden in één à twee jaar intern opgeleid. Daarna maken zij kans op een topfunctie binnen het OM. Met deze ‘anders geschool - den’ wil het OM de diversiteit in de parketleiding vergroten. Het OM heeft sinds 1 januari 2019 een nieuw benoemingen - beleid voor topfuncties. Dit moet zorgen voor meer trans- parantie en objectiviteit rond de selectie en benoeming. De afgelopen tijd zijn verschillende nieuwe (plaatsvervangend) hoofdofficieren en directeuren bedrijfsvoering benoemd; bijna alleen de directeuren komen van buiten het OM. OM-topman Gerrit van der Burg nam in een interview met Mr. in augustus al een voorschot op het plan. “We gaan werken met de constructie van ‘toegevoegd lid parketlei- ding’. Mensen van buiten met de relevante ervaring krijgen dan de gelegenheid om als lid van de parketleiding verant- woordelijkheden op te bouwen. Na één of twee jaar kunnen we dan kijken of ze hoofdofficier of plaatsvervangend hoofdofficier kunnen worden.” MONDKAPJE VAN DE BAAS OPENBAAR MINISTERIE ZOEKT BUITENSTAANDERS BARBAPAPA-SCHENKING VAN BOEKEN OVER BESTUURSRECHT De missie van Rens Koenraad: de oprich- ting van een openbaar toegankelijke biblio - theek over meer dan twee eeuwen be - stuursrecht. Zelf heeft de omgevingsrechtjurist al een voor- schot genomen op die oprichting door zijn com - plete verzameling bestuursrechtliteratuur te schenken aan de Academie van Franeker. Dat is een nevenvestiging van de Rijksuniversiteit Gro - ningen, die bezig is met het opbouwen van een openbaar toegankelijke bibliotheek. Maar voorlopig blijft de veertig meter aan boeken nog wel even staan in zijn studeerka - mer in Den Bosch, want Koenraad (56) is vol - op actief als bestuursrechtjurist bij uitgeverij Schulinck, een onderdeel van Wolters Kluwer. Hij heeft de schenking aan de Academie gegoten in de vorm van een ‘Barbapapa- rechtshandeling’. Koenraad schenkt de col- lectie als hij de leeftijd van zeventig bereikt, “of eerder als ik dat wil.” Mocht hij daarvoor overlijden, dan komen de boeken via een le - gaat in bezit van de academie. De collectie van Koenraad bestaat onder meer uit alle handboeken – en alle drukken daarvan – over het Nederlands bestuursrecht die na 1900 zijn verschenen. “Ik voel de ver - antwoordelijkheid om de collectie veilig te stellen voor het nageslacht”, verklaart hij. Dat vindt hij belangrijk, omdat het door digi - talisering steeds moeilijker wordt om te ach - terhalen hoe het bestuursrecht er in de ne- gentiende en de twintigste eeuw uitzag. Koenraad beschikt over enkele zeer zeldza- me boekwerken zoals de Groningse disserta- tie van W.J. Quintus ( Wat verstaan onze con- stituties na 1795 onder uitvoerende magt, Groningen: J.B. Wolters 1863). “Mooi boekje hoor, met goud op snee en een titelpagina met zes lettertypes, waar vind je dat tegen- woordig nog?” Als verzamelobject noemt Koenraad verder de opstellenbundel ter gelegenheid van het eeuwfeest van de Provinciale wet, in 1951, met daarin een handgeschreven brief van het toenmalig staatshoofd koningin Juliana. “Wat anderen beschouwen als oude troep, rubriceer ik als waardevol materiaal, dat niet zomaar de container in mag.” (PL)

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=