Mr.

MR. 5 2023 / 29 rechtspraak “OOK BEDRIJVEN HEBBEN RECHT OP EEN PROCEDURE DIE PAST BIJ HUN GESCHILLEN” duur van een zaak beschikbaar worden gesteld. De NCC heeft veel ruchtbaarheid gegeven aan het eigen bestaan. Bom: “We hebben een folder laten drukken in het Engels en die verstuurd naar geïnteresseerden. We hebben commerciële advocatenkantoren bezocht, en ook via digitale kanalen mensen ingelicht. Heel incidenteel bezoeken we wel eens een congres in het buitenland waarvan we denken dat onze doelgroep daar komt. En we krijgen veel aanvragen van advocatenkantoren die met een buitenlandse delegatie het hof in Amsterdam bezoeken en dan soms vragen of we een presentatie kunnen houden over de NCC. Als het kan, doen we dat.” UITWEDSTRIJD Vanuit de advocatuur klinken kritische geluiden. Advocaat Tim de Greve (Stibbe) vroeg zich in een interview in het vorige nummer van Mr. af waarom hij zijn belangrijkste gereedschap (taal) uit handen zou geven. Geen sterk argument, vindt Bom: “Ik heb 27 jaar in het bedrijfsleven gewerkt als bedrijfsjurist en daar is gewoon alles in het Engels. De internationale handelspraktijk is daar aan gewend. Als je die taal onvoldoende beheerst, is het de vraag of je in het goede vak zit.” Bom voegt daaraan toe dat de advocaat van de tegenpartij ook in het Engels procedeert, en die is vaak evenmin een native speaker. “En het zijn vooral altijd Nederlandse procesadvocaten die bij ons procederen, want zij kennen het Nederlandse procesrecht.” Advocaat Marnix Leijten (De Brauw Blackstone Westbroek) voorspelde in februari 2019 op Mr. Online nog dat buitenlandse bedrijven er weleens huiverig voor zouden kunnen zijn om in Amsterdam een uitwedstrijd te spelen. Het uitwedstrijd-argument? “Dat is altijd een discussie”, stelt Bom. “De een wil niet naar het land van de ander en vice versa. En als bedrijven dat gevoel hebben, komen ze niet bij ons.” ACHTERSTANDEN Een ander veelgehoord kritiekpunt van advocaten is dat het krom is om rechters vrij te maken voor handelsgeschillen terwijl er achterstanden zijn in de reguliere rechtspraak. “Zelfs als we die honderd zaken per jaar zouden hebben, hoeveel extra belasting geeft dat voor de rechterlijke macht?”, reageert Bom. “De meeste van die zaken zouden sowieso al bij ons binnen zijn gekomen.” Hoogleraar Privaatrecht en rechtspleging Eddy Bauw (Universiteit Utrecht) vindt evenmin dat dit bezwaar hout snijdt. “Dat gaat uit van een beperkte visie op rechtspraak. De achtergrond van de NCC is ook dat je dit soort spannende zaken binnen de Rechtspraak wilt houden, dus niet naar arbitrage of het buitenland laat gaan. Rechtspraak moet aantrekkelijk blijven, en als je alleen huis-, tuin- en keukenzaken krijgt ben je niet aantrekkelijk voor juristen.” Bauw voert ook aan dat rechtspraak steeds meer maatwerk aan het worden is. “De maatschappelijk effectieve rechtspraak is daar een uitwerking van. Ingewikkelde handelszaken en burenruzies werden vroeger volgens hetzelfde format behandeld, maar nu heb je schuldenrechter, wijkrechtspraak, noem maar op. Als je dat aan de onderkant van de rechtspraak doet, moet je dat aan de bovenkant ook doen, en precies dat doet de NCC. Ook bedrijven hebben recht op een procedure die past bij hun geschillen.” Procesadvocaat Daan Beenders (hoofd litigation bij Van Doorne) denkt niet dat de rechtspraak zwaarder wordt belast door NCC-zaken. “Nee, want dat veronderstelt dat geschillen worden aangetrokken die anders niet in Nederland zouden zijn terechtgekomen. Mijn ervaring is een andere”, aldus Beenders. “De zaken die ik ken zouden sowieso bij de Nederlandse rechter zijn gekomen. Men kiest voor Nederland, en vervolgens prefereert men de NCC boven de gewone rechtbank. Bovendien verlopen de procedures bij de NCC in de regel sneller dan bij de normale rechtbank. Daardoor komen bij gewone rechtbanken sneller ervaren rechters beschikbaar.” Beenders voegt daaraan toe dat je achterstanden ook op andere manier kunt oplossen, bijvoorbeeld door vaker rechter-plaatsvervangers in te zetten. FORUMKEUZE Hoogleraar Bauw is grosso modo positief over de animo voor de NCC. “Het probleem met zo’n nieuw orgaan is dat je de default (standaardkeuze) moet doorbreken. In heel veel contracten staan de gebruikelijke keuzes: London Commercial Court of arbitrage. Maar omdat de keuze voor Londen minder vanzelfsprekend is geworden door de Brexit − het Verenigd Koninkrijk zit niet meer in het Europese stelsel van erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen − denken bedrijven vaker aan Amsterdam.” Dat gaat echter niet van vandaag op morgen. “Je moet eerst in die keuzes in de contracten komen, en vervolgens moeten daar geschillen over ontstaan. Dat kan wel een paar jaar duren. Het heeft dus een lange aanloop nodig. En je moet bij de keuzes serieus worden genomen. Mensen moeten weten dat je bestaat. Mijn verwachting was dat het wel een jaar of zes zou duren voordat het op gang zou komen. Als ze al 32 zaken hebben binnengekregen, waarvan zestien Daan Beenders (Van Doorne)

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=