Een positief effect

In zijn column besteedt snelrechter Camiel Hanegraaf aandacht aan een arrest van de Hoge Raad waarin het positieve aspect van de devolutieve (afwentelende) werking van het hoger beroep centraal staat.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Een positief effect

Vennootschappen A en B zijn overeengekomen dat A op voorschotbasis een distributievergoeding betaalt aan B. B dient de ontvangen bedragen terug te betalen aan A indien zij geen overeenstemming bereiken over een licentieovereenkomst. Partijen bereiken daarover geen overeenstemming. A vordert het betaalde bedrag terug. B betaalt echter niets. Daarop dagvaardt A niet alleen B, maar ook de bestuurder van B (‘Bestuurder’). De rechtbank wijst de vorderingen van A af. A gaat in hoger beroep. B dient geen memorie van antwoord (‘verweerschrift’) in.

Het hof veroordeelt B tot terugbetaling. Volgens het hof is ook Bestuurder aansprakelijk. Een bestuurder kan aansprakelijk zijn in geval van benadeling van een schuldeiser door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van diens vordering. Dat is het geval indien de bestuurder heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt. De bestuurder moet een voldoende ernstig verwijt kunnen worden gemaakt. Van een dergelijk verwijt kan sprake zijn indien de bestuurder wist of moest begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap ertoe zou leiden dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden. Volgens het hof is in dit geval sprake van een dergelijke frustratie van betaling en verhaal. Bestuurder wist dat B bij het niet tot stand komen van de licentieovereenkomst de voorschotten aan A moest terugbetalen. Hij kan geen verklaring geven voor het feit dat het banksaldo van B nihil bedraagt. Bestuurder zou hebben bewerkstelligd of toegelaten dat B haar contractuele verplichtingen niet kon nakomen door gelden van haar bankrekening weg te sluizen.

De Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2020:984) overweegt dat Bestuurder bij de rechtbank enkele stellingen heeft aangevoerd waarin hij toelicht wat met de voorschotten is gedaan en waarom. In die stellingen ligt besloten dat zij mede strekken ter betwisting van een aan Bestuurder te maken verwijt. De Hoge Raad overweegt dat het hof deze betwisting van Bestuurder had moeten betrekken bij de beoordeling van de bestuurdersaansprakelijkheid. Dit op grond van de devolutieve werking van het hoger beroep. Bepaalde stellingen die Bestuurder voor het eerst in hoger beroep heeft aangevoerd komen enkel neer op een nadere uitwerking of precisering van de in eerste aanleg in het kader van die betwisting aangevoerde stellingen. Het hof had ook die stellingen in zijn beoordeling moeten betrekken. De Hoge Raad vernietigt het arrest.

A werkt pas in hoger beroep de grondslag voor bestuurdersaansprakelijkheid uit. Gevolg van de devolutieve werking van het hoger beroep is dat het hof alle in dat kader relevante stellingen die partijen in eerste aanleg hebben aangevoerd dient te behandelen. Het hof heeft dat nagelaten. Dit (voor Bestuurder) positieve effect van de devolutieve werking werkt voor A negatief uit.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top