Juridisch nieuws Rechtspraak Europees recht

Eigengereide rechters frustreren prejudiciële procedure

Is de prejudiciële procedure bij het Europese Hof van Justitie het kroonjuweel van de Europese juridische samenwerking? De belichaming van de voortdurende ‘rechterlijke dialoog’ in Europa? Vergeet het maar. Deze procedure wordt vaak gebruikt waar ze niet voor bedoeld is, en niet gebruikt waar ze wel voor gemaakt is.

Dat blijkt uit onderzoek door de hoogleraren Jurgen de Poorter (bestuursrecht) en Rob van Gestel (privaatrecht) van de Universiteit Tilburg die interviews afnamen met hoogste administratieve rechters in tien lidstaten en rechters van het Hof van Justitie zelf.  Ze publiceerden daarover hun boek ‘In the Court We Trust. Cooperation, Coordination and Collaboration between the ECJ and Supreme Administrative Courts’, waarvan de samenvatting is te lezen op de opiniesectie van mr-online.

Raad van State

Nederlandse rechters kunnen – evenals die in andere EU-lidstaten – een vraag over de uitleg of geldigheid van het EU-recht voorleggen aan het Hof van Justitie (EHvJ) in Luxemburg. Hoogste rechters, zoals onze Hoge Raad en Raad van State móéten dat zelfs doen als de uitleg van het Europese recht voor hen onduidelijk is. Bij deze ‘prejudiciële procedure’ wordt de beslissing in het nationale geschil aangehouden totdat het Europees Hof uitspraak heeft gedaan.

De Poorter en Van Gestel schetsen een weinig rooskleurig  beeld van de rechterlijke dialoog. Ze zien bijvoorbeeld dat het Europees Hof zich soms weinig aantrekt van de vragen die gesteld zijn en deze eigenhandig en zonder overleg herformuleert.

Over de Luxemburgse schutting

Dat het EHvJ niet zichtbaar iets doet met de schoten voor de boeg van de nationale rechter (wat de nationale rechter denkt dat het antwoord van het EHvJ zou moeten zijn) is evenmin erg hoopgevend. Ook zien de onderzoekers dat nationale rechters regelmatig vragen over de verenigbaarheid van nationaal recht met EU-recht over de Luxemburgse schutting gooien, hoewel de procedure daarvoor niet bedoeld is.

Eigengereide rechters

De hoogleraren constateren verder dat het EHvJ veel doet om voorkomen dat vragen worden achtergehouden door eigengereide hoogste nationale rechters. Dit is volgens de auteurs een van de redenen waarom het EHvJ iedere poging tot stroomlijning van vragen van lagere rechters door hun eigen hoogste rechter tegenhoudt. Zo houdt het Hof voldoende (toe)zicht op nationale hoogste rechters. Immers, als zij bepaalde zaken niet aanbrengen zullen lagere rechters dat wel doen.

Daarentegen hebben de Luxemburgse rechters weinig aandacht voor de achterkant van het proces. Of alle Luxemburgse beslissingen netjes worden toegepast door nationale rechters in geschillen? Daar bestaat weinig zicht op. Nationale rechters sturen hun eindbeslissing in de zaak die aanleiding gaf tot het stellen van prejudiciële vragen ook niet altijd door naar Luxemburg. “En als het al gebeurt, dan is het vaak de beslissing in de eigen landstaal waarvan vertalers in Luxemburg een samenvattinkje hebben gemaakt. Daaruit valt lang niet altijd af te leiden valt of de beslissing van het EHvJ geaccepteerd is.”

‘Bent u wel zeker?’

Dat laatste is volgens de onderzoekers zeker niet altijd het geval. “Zo zien we met enige regelmaat zaken waarin nationale rechters dezelfde vraag nogmaals aan Luxemburg stellen onder het motto: ‘Bent u wel zeker dat dit het antwoord is?’ Daarbij is het soms helder dat de nationale rechter het oneens was met de oorspronkelijke beslissing.”

Daarnaast zijn er zaken waarbij beslissingen van het EHvJ serieuze weerstand van nationale rechters of van het bedrijfsleven ontmoet. Een voorbeeld daarvan is het veto van het Luxemburgse hof over het plan om de A15 te verlengen. Een enkele keer is er zelfs openlijke rebellie, zoals in de Deense Ajos-zaak. Daarin weigerde de hoogste Deense rechter de eigen pensioenwetgeving opzij te zetten op grond van een door het EHvJ ontwikkeld beginsel dat leeftijdsdiscriminatie verbiedt.

Een echte dialoog

“Dit is schadelijk voor het aanzien van de rechter,” vinden de hoogleraren. Ze vinden het belangrijk dat de prejudiciële procedure een echte dialoog wordt, waarin nationale rechters ruimte krijgen om eigen verantwoordelijkheid te nemen. Er zijn verschillende scenario’s om dit te bevorderen. In de lichtste variant kan het gaan om betere informatie-uitwisseling en betrouwbare databases die het EHvJ zicht bieden op het nationale recht. Een iets zwaardere variant zou kunnen inhouden dat nationale rechters standaard hun eigen voorlopige antwoord geven op de prejudiciële vragen die ze zelf stellen, waarbij het EHvJ gemotiveerd van kan afwijken.

In de meest vergaande samenwerkingsvariant kan gedacht worden aan het inschakelen van hoogste nationale rechters bij het filteren van vragen die door lagere rechters aan het EHvJ worden voorgelegd.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

redactie Mr.

redactie Mr.

Recente vacatures

Recente vacatures