Verbintenissenrecht

Hoge Raad beschermt slachtoffers: relativiteit aangenomen

Acht jaar na dato gaf de Hoge Raad dit najaar slachtoffers van het Alphense schietincident zicht op schadevergoeding (ECLI:NL:HR:2019:1409). Zoals in cassatie niet meer ter discussie stond, pleegde de (voorheen) Politieregio Hollands Midden een onrechtmatige daad door bij verlening van het verlof aan de latere schutter om een vuurwapen voorhanden te hebben geen acht te slaan op (alle) antecedenten. Op grond van de Wet Wapens en Munitie (WMM) had de verlofaanvraag moeten worden afgewezen.

Wat partijen in cassatie nog verdeeld hield was of de geschonden norm strekte ter bescherming tegen de geleden schade, dus of was voldaan aan het relativiteitsvereiste van art. 6:163 BW. Dit is het geval, zo overwoog de Hoge Raad, nu de door de Politieregio Hollands Midden niet-nageleefde voorschriften uit de WMM niet slechts beogen de veiligheid van de samenleving in algemene zin te waarborgen, zoals in het arrest Duwbak Linda, maar bovendien ertoe strekken om individuele burgerslachtoffers als gevolg van onterechte afgifte van een vuurwapenvergunning te vermijden, en daarmee om individuele burgers te beschermen. Deze protectie strekt zich niet alleen uit tot letsel- en overlijdensschade; ook andere posten kunnen voor vergoeding in aanmerking komen. Gelet op de aard van de geschonden norm mogen bovendien aan de voorzienbaarheid van de schade geen hoge eisen worden gesteld; ruime toerekening ex art. 6:98 BW is op zijn plaats. Dit geldt vooral voor letsel- en overlijdensschade. Andere schade staat – zo overwoog de Hoge Raad – sneller in te ver verwijderd verband tot de normschending.

Laat de Hoge Raad daarmee doorschemeren voor toerekening van andere soorten schade niet veel ruimte te zien? Ik zou het arrest niet op die manier willen begrijpen. Serieuze schotwonden hebben evenals ander ernstig letsel veelal voor slachtoffers meer repercussies, zoals voor de verdiencapaciteit. Als het leven van een slachtoffer van een schietpartij in diverse opzichten wordt geraakt, mag dit geen verwondering wekken. De Hoge Raad heeft denkelijk slechts met het oog op de verdere beoordeling van de vordering tot schadevergoeding aan de rechter het signaal willen afgeven dat, hoewel een ruime toerekening vooropstaat, in elk afzonderlijk geval per post kritisch moet worden blijven nagegaan wat nog ex art. 6:98 BW aan de normschending kan worden toegeschreven. Nu moet de omvang van de schade die de slachtoffers in Alphen aan den Rijn hebben geleden nog worden vastgesteld.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Johan den Hoed

Johan den Hoed

Johan den Hoed is cassatieadvocaat bij Köster Advocaten.

Recente vacatures

Recente vacatures