Non-conformiteit van een onderneming

Snelrechter Camiel Hanegraaf besteedt aandacht aan een uitspraak van gerechtshof Den Haag. Het hof gaat hierin in op non-conformiteit van een onderneming.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Non-conformiteit van een onderneming

Ook bij de koop van een onderneming kan getoetst worden aan het bepaalde in artikel 7:17 BW (non-conformiteit). In zijn Holle Bolle Gijs-arrest (ECLI:NL:HR:2011:BQ5068) ging de Hoge Raad nader in op non-conformiteit van een onderneming. In de betreffende kwestie hadden partijen voor de bepaling van de koopprijs rekening gehouden met aan de onderneming verbonden goodwill. Partijen hadden aan de onderneming een waarde toegekend die uitging boven de som van de individueel gewaardeerde activa en passiva. In een zodanig geval kan een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst ook bestaan indien de overgedragen onderneming wat betreft de goodwill niet beantwoordt aan hetgeen de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De goodwill zelf kan niet aangemerkt worden als een zaak of vermogensrecht in de zin van artikelen 7:1 en 7:47 BW. Dat staat volgens de Hoge Raad echter niet aan toepassing van artikel 7:17 BW in de weg. De onderneming bestaat uit het geheel van activa en passiva zoals bij de koopovereenkomst omschreven. Het gaat bij artikel 7:17 BW om de vraag of de verkochte onderneming een bepaalde eigenschap mist die partijen tot uitdrukking hebben gebracht in de goodwill als aan de onderneming toegekende meerwaarde.

Het hof Den Haag sluit in ECLI:NL:GHDHA:2020:985 aan bij voormeld arrest. Partijen in die zaak hebben voor de bepaling van de koopprijs van een onderneming in de koopovereenkomst expliciet rekening gehouden met aan de betreffende onderneming verbonden goodwill. Een overgenomen onderneming moet volgens het hof in zijn totaliteit aan de overeenkomst beantwoorden. Niet alleen wat betreft de afzonderlijke activa, maar ook wat betreft de goodwill.

Verkoper heeft op verzoek van koper financiële garanties verleend. Onder meer om die reden moest verkoper volgens het hof begrijpen dat koper belang hechtte aan de winst die kon worden gerealiseerd. Bij de beoordeling of aan het bepaalde in artikel 7:17 lid 2 BW is voldaan, staat het gerechtvaardigde verwachtingspatroon van koper centraal. De verwachtingen van koper worden gevormd door onder meer de inhoud van de koopovereenkomst. Verkoper heeft koper gegarandeerd dat de aangeleverde documenten, cijfers en informatie juist zijn en daarmee in voldoende mate representatief voor de winstgevendheid van de bedrijfsactiviteiten. Daarmee hebben partijen volgens het hof in de koopovereenkomst zelf een contractuele invulling gegeven aan hetgeen koper aan bijzondere eigenschappen mocht verwachten ten aanzien van de goodwill. Verkoper heeft van enkele bijzonderheden geen melding gemaakt. Daarom oordeelt het hof dat verkoper de betreffende garantie heeft geschonden.

De in artikel 7:17 BW gebruikte term ‘zaak’ en de in artikel 7:47 BW gebruikte term ‘vermogensrecht’ staan niet alleen voor afzonderlijke zaken en vermogensrechten. Deze termen staan ook voor ‘de onderneming’ als collectief van onder meer zaken, vermogensrechten én goodwill.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top