SCHIJN BEDRIEGT

Een onderaannemer stelt de bestuurder van de aannemer aansprakelijk. Die bestuurder zou de schijn van kredietwaardigheid hebben gewekt. Het hof gaat in op het peilmoment bij de toets of voldaan is aan de Beklamel-norm.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
SCHIJN BEDRIEGT

HKL Bouw heeft opdracht een appartementencomplex te realiseren voor DCIJ. HKL Bouw schakelt Spindler in als onderaannemer. In de loop van 2011 beginnen de betalingen van DCIJ aan HKL Bouw te haperen. Uiteindelijk stoppen die betalingen geheel. In november 2011 staakt HKL Bouw de betalingen aan Spindler. Laatstgenoemde spreekt de bestuurder van HKL Bouw aan voor de schade die zij heeft geleden. Zij baseert haar vordering op bestuurdersaansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad. In zijn arrest van 12 mei 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:3679 buigt het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zich over deze bestuurdersaansprakelijkheidsvraag.

Spindler stelt dat de bestuurder van HKL Bouw bij het aangaan en voortzetten van de overeenkomst met haar wist of behoorde te begrijpen dat HKL Bouw de betalingsverplichtingen niet na kon komen. Volgens Spindler wist de bestuurder of behoorde hij te weten dat HKL Bouw geen verhaal zou bieden voor de schade. Spindler beroept zich in dat kader op de ‘Beklamel-norm’. Die norm houdt in dat een bestuurder van een vennootschap onrechtmatig handelt jegens een schuldeiser, als hij namens die vennootschap verplichtingen is aangegaan, terwijl hij wist of redelijkerwijze moest begrijpen dat de vennootschap (i) niet of niet binnen een redelijke termijn aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en (ii) geen verhaal zou bieden voor de schade die de schuldeiser op grond daarvan zou lijden. Met andere woorden de betreffende bestuurder wekt de schijn van kredietwaardigheid.

Het hof gaat in op de belangrijkste jurisprudentie op het gebied van bestuurdersaansprakelijkheid. Volgens het hof is het peilmoment bij de toets aan de Beklamel-norm het moment van het aangaan van de overeenkomst. HKL Bouw is in de loop van 2009 de overeenkomsten met Spindler en DCIJ aangegaan. Spindler onderbouwt volgens het hof op geen enkele wijze dat de bestuurder van HKL Bouw toen wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat HKL Bouw niet aan haar verplichtingen uit de overeenkomst met Spindler zou kunnen voldoen. Spindler heeft volgens het hof dan ook niet aan de op haar rustende stelplicht voldaan.

Dingen kunnen minder mooi blijken te zijn dan ze aanvankelijk lijken te zijn. Wekt een opdrachtgever de schijn van kredietwaardigheid, dan lijkt sprake te zijn van een kredietwaardige opdrachtgever. In werkelijkheid blijkt die opdrachtgever dan wellicht praktisch failliet te zijn. Een enkele keer blijken dingen niet noodzakelijkerwijs mooier, maar wel anders te zijn dan ze aanvankelijk leken te zijn. Een opdrachtgever die als onbetrouwbaar wordt afgeschilderd, blijkt niet (zo) onbetrouwbaar te zijn. Die blijkt dan eenvoudigweg het slachtoffer te zijn van een in betalingsproblemen verkerende klant. Van zo’n situatie is sprake in de HKL Bouw-situatie. HKL Bouw heeft de schijn tegen. Een tot bestuurdersaansprakelijkheid leidende schijn van kredietwaardigheid heeft zij echter niet gewekt. Schijn bedriegt. Dat geldt ook voor de schijn van kredietwaardigheid.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Ook interessant:

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten.

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top