September: de maand van de platformmedewerker

September 2021 kan de boeken ingaan als de maand van de platformmedewerker. Recent kwam het Hof Amsterdam tot de slotsom dat de platformmedewerkers die werkzaam zijn via het schoonmaakplatform Helpling de bescherming van een uitzendovereenkomst toekomt. Een week eerder oordeelden drie kantonrechters in Amsterdam dat de overeenkomsten tussen Uber-chauffeurs en Uber gekwalificeerd moeten worden als een arbeidsovereenkomst. In deze blog wordt nader ingegaan op de Uber-zaak: hoe kwamen de kantonrechters tot hun conclusie?

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Uber maakt gebruik van een app waar chauffeurs zich voor kunnen aanmelden. Daartoe dienen zij zich aan te melden op de website of de app en akkoord te gaan met de door Uber gehanteerde voorwaarden. Vervolgens biedt Uber door middel van een algoritme taxiritten aan. De rit wordt toebedeeld aan de chauffeur die de rit als eerste accepteert. Een deel van de door de passagier betaalde prijs wordt vervolgens wekelijks door Uber uitbetaald aan de chauffeurs.

Arbeidsovereenkomst

De vraag die zich in de Uber-zaak voordeed was of Uber de cao Taxivervoer op haar chauffeurs moest toepassen. In het verlengde daarvan moest vastgesteld worden of de overeenkomsten van de platformmedewerkers van Uber kwalificeerden als arbeidsovereenkomst. In X./Gemeente Amsterdam heeft de Hoge Raad benadrukt dat deze vaststelling dient te geschieden aan de hand van een uitlegfase en een kwalificatiefase. In de uitlegfase worden met behulp van de Haviltex-maatstaf de overeengekomen rechten en verplichtingen vastgesteld: hierbij kan onder meer de partijbedoeling van belang zijn. In de kwalificatiefase wordt beoordeeld of de overeenkomst in kwestie de kenmerken heeft van een arbeidsovereenkomst. Ingevolge artikel 7:610 BW kan een overeenkomst gekwalificeerd worden als een arbeidsovereenkomst indien de arbeidskracht (i) een verplichting tot het persoonlijk verrichten van arbeid aangaat, (ii) tegen betaling van loon en (iii) in dienst van de werkgever (oftewel: er is een gezagsverhouding).

Oordeel

De kantonrechters stellen in de eerste plaats vast dat het geen twijfel lijdt dat de chauffeurs arbeid verrichten voor Uber. Via de Uberapp vervoeren zij immers passagiers en een deel van de ritprijs komt vervolgens aan Uber toe. Het verweer van Uber dat zij slechts een platform aanbiedt waarop gebruikers met elkaar in contact kunnen komen wordt verworpen. In dit kader is het van belang dat de chauffeurs akkoord moeten gaan met de voorwaarden van Uber. Bovendien moet de arbeid persoonlijk door de chauffeurs worden verricht en dit wordt ook door Uber gecontroleerd. Aan het vereiste van het persoonlijk verrichten van arbeid is derhalve voldaan.

Vervolgens wordt onderzocht of sprake is van betaling van loon. Uber ontvangt na de rit de ritprijs en betaalt deze uit aan de chauffeur (minus de servicekosten). De ritprijs vormt derhalve de beloning voor het vervoer van de passagiers: de benaming van het loon en de vorm van uitbetaling zijn daarbij niet van belang. Ook aan dit vereiste is derhalve voldaan.

De vaststelling van het bestaan van een gezagsverhouding (het laatste vereiste) heeft enige voeten in de aarde. Uber heeft in dit kader onder meer aangevoerd dat de chauffeurs volledig vrij zijn om zelf te bepalen wanneer zij werken. Zij mogen bovendien onbeperkt ritten weigeren en mogen ook nog een percentage van de ritten na acceptatie annuleren. Bovendien moeten chauffeurs zich inschrijven bij de KvK.

De kantonrechters overwegen in de eerste plaats dat het criterium “gezag” in het hedendaagse, technologische tijdperk een van het klassieke model afwijkende invulling heeft gekregen. Dit brengt met zich dat werknemers zelfstandiger zijn geworden en hun werk veelal op zelfgekozen tijden kunnen verrichten. De kantonrechters wijzen er in dit kader op dat de chauffeurs zich alleen via de Uberapp bij Uber kunnen aanmelden en dat de voorwaarden waaronder zij deze app kunnen gebruiken niet onderhandelbaar zijn. Deze voorwaarden worden eenzijdig door Uber bepaalt en ook regelmatig gewijzigd. De chauffeurs moeten de gewijzigde voorwaarden vervolgens accepteren als ze weer op de Uberapp willen inloggen. Ook wordt erop gewezen dat Uber in beginsel de ritprijs vaststelt en dat Uber bepaalt welke chauffeur de rit als eerste krijgt aangeboden. Daar komt bij dat de Uberapp een disciplinerende werking heeft: de chauffeurs worden immers beoordeeld en als hun rating ondermaats is kunnen zij geweigerd worden van het platform. Het regelmatig annuleren van een reeds geaccepteerde rit leidt bovendien tot uitsluiting van het gebruik van de Uberapp. Ten slotte beslist Uber bij klachten van klanten eenzijdig over een eventuele oplossing, zoals bijvoorbeeld een verlaging van de ritprijs.

De kantonrechters concluderen dan ook dat de chauffeurs – zodra zij inloggen op de Uberapp – onderworpen zijn aan het “modern werkgeversgezag” van Uber. Hiermee is aan alle elementen van artikel 7:610 BW voldaan.

Conclusie

Het samenstel van het door Uber opgetuigde systeem leidt ertoe dat de feitelijke uitvoering van de overeenkomsten tussen Uber en haar chauffeurs alle kenmerken van een arbeidsovereenkomst bevat. In dat geval gaat ‘wezen’ voor ‘schijn.’ Het feit dat sommige chauffeurs wellicht daadwerkelijk de bedoeling hadden om als zelfstandig ondernemer werkzaam te zijn, maakt dit niet anders. De overeenkomsten tussen Uber en de chauffeurs moeten gekwalificeerd worden als een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW. Het gevolg hiervan is dat de cao Taxivervoer op de arbeidsrelatie van Uber en de chauffeurs van toepassing is.

Vond je dit interessant? Dan is dit Snelrecht-artikel op Mr. Online wellicht ook interessant voor jou: Over de platformoorlog en de platformmedewerker 

 

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top