Stuitend

De Hoge Raad verschaft duidelijkheid over de stuiting van verjaring indien vorderingen betrekking hebben op een vof en op de vennoten van die vof.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Foto: Depositphotos

Een adviesbureau (‘Bureau Prutsers’) heeft voor een cliënte een levensverzekering aangevraagd. Na de medische keuring is bij cliënte baarmoederhalskanker geconstateerd. Bureau Prutsers heeft geadviseerd dat niet te melden aan de verzekeraar. De nieuwe verzekering is ingegaan. Cliënte overlijdt. De verzekeraar weigert uit te betalen. De oude levensverzekering is op aanraden van Bureau Prutsers beëindigd.

In 2005 en 2008 zijn namens de partner van cliënte aansprakelijkstellingen gezonden naar ‘Bureau Prutsers t.a.v. de directie’. Bureau Prutsers werd gedreven in de vorm van een vennootschap onder firma (vof). In 2013 is een van de gewezen vennoten aansprakelijk gesteld voor de geleden schade. Rechtbank en hof wijzen de vordering af. Die zou namelijk verjaard zijn.

In zijn arrest van 17 juli 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1315) overweegt de Hoge Raad dat een schuldeiser van een vof zijn vordering zowel geldend kan maken tegen de gezamenlijke vennoten (de vof), als tegen iedere vennoot afzonderlijk. Een vennootschapscrediteur heeft aldus twee samenlopende vorderingsrechten. Een jegens de gezamenlijke vennoten (verhaalbaar op het afgescheiden vermogen van de vof). Een jegens de vennoot persoonlijk (verhaalbaar op het privévermogen van die vennoot). Daaruit volgt dat de daarmee verbonden rechtsvorderingen elk afzonderlijk verjaren. Derhalve dient volgens de Hoge Raad ook voor elk van die rechtsvorderingen afzonderlijk te worden nagegaan of de verjaring tijdig is gestuit.

Vervolgens gaat de Hoge Raad in op de vraag wanneer een schriftelijke mededeling een verjaring van een rechtsvordering stuit (artikel 3:317 BW). Daarbij komt het erop aan of de mededeling een voldoende duidelijke waarschuwing aan de schuldenaar inhoudt dat hij rekening moet houden met de mogelijkheid dat de vordering nog geldend wordt gemaakt. Verklaringen ‘jegens de vof’ zijn verklaringen gericht tot de gezamenlijke vennoten. Een stuitingsverklaring ‘jegens de vof’ moet volgens de Hoge Raad in beginsel aldus worden uitgelegd dat deze ook als stuitingsverklaring is bedoeld met betrekking tot de vorderingen op de individuele vennoten. De individuele vennoten zullen een tot de vof gerichte en door de vof ontvangen stuitingsverklaring in het algemeen aldus moeten begrijpen dat deze mede ziet op de vorderingen jegens ieder van hen persoonlijk. Daarmee is voldaan aan de hiervoor vermelde strekking van de stuitingverklaring. Voor een andere uitleg van die verklaring is slechts plaats op grond van bijzondere omstandigheden. Te denken valt bijvoorbeeld aan het geval waarin de stuitingsverklaring uitdrukkelijk beperkt is tot bepaalde vennoten. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof.

Dit is de tweede keer in relatief korte tijd dat de Hoge Raad duidelijkheid verschaft over de vof. Ditmaal in het kader van stuiting. In ECLI:NL:HR:2019:649 in het kader van werkgeverschap. Over duidelijkheid gesproken: die mag er na al die jaren procederen ook wel eens komen voor de partner van de overledene.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Ook interessant:

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten.

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top