Uit de Monitor Discriminatiezaken blijkt dat het College afgelopen jaar 2478 meldingen binnenkreeg. In 2024 waren dat er 1847. Waardoor deze stijging wordt veroorzaakt is niet duidelijk. Het kan zijn dat discriminatie in de samenleving toeneemt, maar het is ook mogelijk dat mensen het College beter weten te vinden.
Signalen
De meeste meldingen gaan over discriminatie op grond van geslacht (881), ras (705) en handicap/chronische ziekte (481). De meldingen worden niet individueel onderzocht door het College, maar anoniem verwerkt als ‘signalen’. Op basis hiervan adviseert het College de overheid over beleid en wetgeving. Ook worden de signalen gebruikt voor rapportages voor internationale mensenrechteninstituten, zoals de Verenigde Naties en de Raad van Europa.
Stap verder
Wie een stap verder wil gaan dan alleen melding doen, kan een oordeel vragen aan het College. Dat onderzoekt dan of daadwerkelijk sprake is van discriminatie, en vraagt de betrokken organisatie om een reactie. Ook organisaties kunnen een oordeel aanvragen, bijvoorbeeld om te toetsen of hun beleid of werkwijze discriminerend is.
Steeds meer gegrond
In 2025 werden 853 verzoeken om een oordeel gedaan. De meeste daarvan gingen over de discriminatiegronden handicap/chronische ziekte, gevolgd door geslacht en ras. Het College sprak afgelopen jaar (vaak na een zitting) 139 oordelen uit. In 63 procent daarvan werd discriminatie vastgesteld. De afgelopen jaren worden steeds vaker zaken gegrond verklaard: in 2021 gebeurde dat in een derde van de zaken, nu is dat bijna het dubbele.
Maatregelen
Zo’n oordeel is niet juridisch bindend, maar 77 procent van de organisaties waar volgens het College sprake was van discriminatie, nam vervolgens maatregelen gericht op het voorkomen en bestrijden van discriminatie. Daarbij valt te denken aan het aanbieden van excuses of een schadevergoeding aan de benadeelde, of aan het aanpassen van het beleid of werkwijze binnen de organisatie.
