Een man vraagt een advocatenkantoor hem bij te staan in een echtscheidingsprocedure. Hij krijgt een afspraakbevestiging, met de van toepassing verklaarde algemene voorwaarden. De cliënt betaalt enkele deelfacturen maar als zijn bedrijf failliet gaat, stopt hij met betalen van de laatste declaraties. Het kantoor heeft nog € 4.235 tegoed en probeert dit via de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland alsnog te krijgen.
Ambtshalve toetsing
Op de overeenkomst die is gesloten tussen het kantoor (een professionele partij, handelend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf) en de cliënt (een consument) zijn consumentenbeschermende bepalingen van toepassing. De kantonrechter toetst ambtshalve of de algemene voorwaarden geen bepalingen (‘bedingen’) bevat die voor consumenten onredelijk bezwarend (oneerlijk) zijn. Zo’n bepaling is vernietigbaar. Ook beoordeelt de kantonrechter of informatieplichten zijn nageleefd.
Kosteninschatting
In de opdrachtbevestiging staat dat het honorarium € 200 per uur bedraagt, exclusief 6% kantoorkosten en 21% btw. Hoewel dit kostenbeding een kernbeding is (geen algemene voorwaarde), moet de kantonrechter toch beoordelen of het al dan niet onredelijk bezwarend of oneerlijk is, in het geval het beding niet voldoende duidelijk en begrijpelijk (transparant) is geformuleerd. Het beding van dit kantoor is niet transparant, vindt de kantonrechter. Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelde in 2023 dat enkel het noemen van het uurtarief door de advocaat de gemiddelde, normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende consument niet in staat stelt om alle financiële consequenties in te schatten die voor hem uit het beding voortvloeien. Het advocatenkantoor had de cliënt dus informatie moeten verstrekken met voldoende aanwijzingen om de totale kosten bij benadering te ramen. Dat de cliënt gedurende de rit een kosteninschatting kon maken doordat er met regelmaat werd gedeclareerd en hij zodoende inzicht had in de (oplopende) advocaatkosten, maakt het beding niet alsnog transparant. De advocaat moet die informatie aan de consument verstrekken voordat de overeenkomst wordt gesloten.
Beding niet transparant
Een niet transparant beding is niet per se oneerlijk, maar het gebrek aan transparantie weegt wel mee bij de beoordeling van de (on)eerlijkheid. Zelfs als een advocaat erop mag vertrouwen dat een cliënt bewust een overeenkomst sluit (met een bepaald uurtarief) en hij daarvan de consequenties aanvaardt, moet de advocaat zijn cliënt goed voorlichten over de financiële gevolgen van zijn werk, zeker als de financiële omstandigheden van de cliënt zich wijzigen. Toen cliënt failliet was gegaan had het advocatenkantoor haar cliënt dus deugdelijk moeten informeren over wat hem nog te wachten stond én had het kantoor moeten nagaan of hij de kosten wel kon betalen. Het kantoor mocht er in ieder geval niet zonder nader onderzoek vanuit gaan dat wat bij aanvang was afgesproken voor de cliënt, na diens faillissement, nog acceptabel of haalbaar was. In dat geval had de advocaat de cliënt moeten doorverwijzen naar een advocaat die een lager uurtarief hanteert of naar een advocaat die op toevoeging werkt.
Niet tijdig en niet duidelijk
Deze cliënt vroeg steeds dringender aandacht voor zijn benarde financiële situatie. Het kantoor deed niet meer dan een betalingsregeling treffen en drong aan op naleving daarvan. Toen bleek dat de cliënt niet kon betalen, heeft hij op advies van het kantoor bepaalde vorderingen op zijn ex laten vallen. De cliënt dacht dat hem daarmee verdere kosten bespaard zouden blijven, maar kreeg alsnog drie facturen die voor hem als een verrassing kwamen. De informatie die het advocatenkantoor gaf was daarmee niet tijdig en duidelijk, met vergaande financiële consequenties voor cliënt.
Honorarium verlaagd
De kantonrechter vindt een gedeeltelijke vernietiging op zijn plaats. Volgens de Richtlijn voor sanctionering van schending van essentiële informatieplichten wordt de prijs bij één tot drie voldoende ernstige schendingen van de essentiële informatieplichten met 20 procent verminderd. In dit geval is sprake van één (ernstige) schending. De kantonrechter verlaagt het honorarium met 20 procent, die cliënt moet nog € 3.388 betalen. Daarmee bespaart de cliënt € 847, maar moet wel € 1.734 aan buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten afrekenen.
