In mijn eerdere blog De AI-schaamte voorbij stelde ik dat waarschuwen voor AI zonder mensen te leren hoe zij er zorgvuldig mee kunnen werken, averechts werkt. De afgelopen tijd klinkt de kritiek op AI steeds luider en dat is deels terecht. Ook ik zie dat technologie ons niet automatisch efficiënter of beter heeft laten werken, maar ik denk wel dat het kán. Technologie kan het recht toegankelijker maken.
Het huidige AI-debat draagt daar echter weinig aan bij. Het versmalt een complexe werkelijkheid tot voor- en tegenstanders van AI en zet juristen tegenover elkaar. Wat het AI-debat in mijn optiek vooral zichtbaar maakt, is hoe juristen hun werk organiseren en dat we toe zijn aan een collectieve update. Kunnen we het debat verdiepen en verdere polarisatie voorkomen? Laat de discussie over AI een spiegel zijn, voor alles wat we in de juridische praktijk al te lang normaal zijn gaan vinden en reflecteren op onze rol als jurist.
Het probleem zit niet in de techniek, maar in de probleemdefinitie
Veel juridische legal tech-toepassingen zijn het antwoord op verkeerd gestelde vragen. Niet de technologie faalt, maar de probleemdefinitie: oplossingen richten zich op marginale issues, terwijl structurele knelpunten in werkprocessen buiten beeld blijven.
Wat we ‘AI’ noemen, zegt veel over hoe we werken
Daar komt bij dat ‘AI’ regelmatig wordt gebruikt als containerbegrip voor alles wat digitaal of automatisch is. Zoals ook mijn collega-columnist Elgar Weijtmans benadrukt, is het essentieel om onder de motorkap van de techniek te kijken: om betere vragen te leren stellen over technologie en de antwoorden te kunnen begrijpen. De technologie zelf is dan vaak niet het probleem. Legal tech-toepassingen laten vooral zien hoe juridisch werk momenteel georganiseerd is en welke oude aannames daaronder liggen.
Een beroepsmodel dat innovatie in de weg zit
Als het probleem niet primair in de technologie zit, maar in de manier waarop juridisch werk is georganiseerd, dan moeten we ook daarnaar durven kijken. Het klassieke model waarin juristen bij een advocatenkantoor van junior naar partner doorgroeien bijvoorbeeld, terwijl er voor lang niet iedereen plek is, knelt al vrij lang. Niet alleen omdat het weinig ruimte laat voor divers talent, maar ook omdat het innovatie eerder afremt dan stimuleert. Junioren leren het vak vaak door bestaande werkwijzen te reproduceren, niet door gezamenlijk te reflecteren op hoe het werk anders of beter kan.
Wat de legal tech community anders doet
In de legal tech community lijkt het veel minder belangrijk hoe lang je ergens werkt. Of je nou junior, senior of partner bent: het gaat er vooral om wat je weet, wat je aan het leren bent en wat je nog zou willen leren. Collega-columnist Mark Zijlstra geeft aan dat het open delen van ervaringen en inzichten een strategische keuze is waar de hele juridische sector baat bij heeft. Ik sluit mij daarbij aan en ik denk dat juist deze open manier van werken de sleutel is tot het opnieuw uitvinden van het nut en de noodzaak van de jurist.
Van moeilijkdoener naar mogelijkmaker
Dat vraagt wel iets van ons. Want laten we eerlijk zijn: veel mensen zitten niet te wachten op juristen die vooral uitleggen wat niet kan, risico’s stapelen en pas in beeld komen als het al misgaat. Hoe creëren we dan ruimte voor juristen die durven experimenteren, fouten maken, daarvan leren en hun kennis breed delen? En durven we onszelf vaker de ongemakkelijke vraag te stellen: ben je als jurist een ‘moeilijkdoener’ of een ‘mogelijkmaker’? (een vraag die ik leen van Mr. van de week en lector Responsieve Rechtspraktijk Arnt Mein).
AI vraagt om gedeelde kennis en gezamenlijke verantwoordelijkheid
Om zorgvuldig werken met AI in de juridische praktijk mogelijk te maken, is het volgende nodig: goed georganiseerde data, heldere en gedeelde werkprocessen en transparantie over hoe werk wordt gedaan en wie waarvoor verantwoordelijk is. Precies daar wringt het vaak. Veel juridisch werk is nog hiërarchisch georganiseerd, gebaseerd op individuele expertise in plaats van op breed gedeelde kennis. Werkprocessen kunnen per partner/jurist verschillen, kennis zit in hoofden of persoonlijke schijven en is te weinig collectief geborgd. Die versnippering zien we niet alleen in de praktijk, maar ook in opleidingen, waar onderwijs sterk afhankelijk is van individuele docenten of hoogleraren.
Tot slot: AI als spiegel
AI dwingt ons om kritischer naar onze manier van werken te kijken. Zolang kennis versnipperd blijft, werkprocessen persoonsafhankelijk zijn en kritisch zijn gelijkstaat aan moeilijk doen, zal technologie weinig toevoegen. Maar als we bereid zijn om kennis open te delen, werk anders te organiseren en ons vak opnieuw te doordenken, kan technologie juist helpen om de jurist weer relevant te maken: niet als risicomijder, maar als mogelijkmaker.
