Van rechtszaal naar boek
De Clerck heeft ruim tien jaar ervaring in het strafrecht en merkte naar eigen zeggen hoe snel mensen stevige oordelen klaar hebben, zowel in de samenleving als in haar eigen omgeving. Juist omdat zij dagelijks “achter de schermen” van zedenzaken kijkt, ziet ze hoe complex de werkelijkheid kan zijn. Een boek biedt volgens haar de mogelijkheid om die complexiteit uit te leggen: in een procedure sta je per definitie in de rol van belangenbehartiger, en in een debat of mediaoptreden ontbreekt vaak de tijd om te nuanceren. In een boek kun je stilstaan, uitleggen en duiden.
Media-aandacht en het snelle oordeel
Zedenzaken trekken steevast veel aandacht. De Clerck ziet als advocaat zedenzaken dat dossiers in de media snel een eigen leven gaan leiden en dat iemand al vlug aan de schandpaal kan worden genageld, zonder dat het publiek zicht heeft op feiten en omstandigheden. Ze beschrijft dat als een soort dagelijkse “moral workout”: we lezen gretig over zedenzaken, klikken massaal op die berichten en spiegelen ons aan de fouten van anderen. Dat mechanisme kan, aldus De Clerck, leiden tot snelle veroordelingen. Haar pleidooi is daarom voorzichtigheid: oordelen lijken eenvoudig, tot het dichtbij komt.
Strafrecht in de praktijk: dader én slachtoffer
Hoewel haar naam vaak in verband wordt gebracht met zedenzaken, vormen die volgens haar ongeveer de helft van haar praktijk. De Clerck werkt binnen het strafrecht breed en gevarieerd: ze staat zowel daders als slachtoffers bij en behandelt ook andere soorten dossiers, waaronder veel drugszaken. Ze benadrukt dat ze het individu verdedigt, niet de feiten. Dat betekent: geen misdrijf goedpraten, maar wel juridisch en menselijk kijken naar de persoon die voor haar zit.
‘U bent de eerste aan wie ik dit vertel’
De titel van het boek komt uit een zin die De Clerck naar eigen zeggen regelmatig hoort in haar kantoor. Het eerste gesprek met een cliënt is vaak “meer psychologisch dan juridisch”: mensen komen binnen in paniek, met vragen als wat hen te wachten staat. Ze vertelt dat cliënten soms voor het eerst spreken over wat ze deden of meemaakten. Dat vraagt om vertrouwen, maar ook om scherpte: De Clerck noemt zichzelf in dat eerste contact “de eerste rechter” die kritische, soms confronterende vragen stelt — met het besef dat cliënten later in de rechtszaal nog intensiever bevraagd zullen worden.
Preventie, begeleiding en terugkeer in de maatschappij
In het boek staat De Clerck ook stil bij begeleiding en therapie, zowel in de context van daderschap als bij terugkeer in de samenleving. Ze benadrukt dat voorgeschiedenis en trauma’s zedenmisdrijven niet verklaren of verontschuldigen, maar dat inzicht in die achtergrond wél relevant kan zijn om gedrag te begrijpen en herhaling te voorkomen. Daders tot meer inzicht en schuldbesef brengen ziet ze daarbij als een belangrijke taak.
Onderrapportage en grijze zones
Een ander thema is de drempel om aangifte te doen en de onderrapportage bij zedenzaken. De Clerck wijst op het belang van het veiligstellen van bewijs en noemt de Zorgcentra Seksueel Geweld, verbonden aan universitaire ziekenhuizen, als een plek waar slachtoffers in een veilige omgeving terechtkunnen met gespecialiseerde ondersteuning. Daarnaast bespreekt ze de “grijze zones” rond toestemming, bijvoorbeeld bij alcoholgebruik: het recht verlangt helderheid, maar de realiteit is niet altijd zwart-wit. Volgens haar is het noodzakelijk dat dit maatschappelijke debat zorgvuldig wordt gevoerd.
Achtergrond van auteur Sanne De Clerck
Sanne De Clerck wordt in Belgische media vaak omschreven als één van de beste strafrechtadvocaten in België. Sinds 2021 leidt zij haar eigen nichekantoor SUE Advocaten gespecialiseerd in strafrecht. In 2015 won zij de eerste prijs op de internationale strafpleitwedstrijd in ’s Hertogenbosch en zij treedt regelmatig op bij het Hof van Assisen bij spraakmakende strafzaken. Daarnaast is zij actief als spreker en publicist in strafrechtelijke fora en is zij lid van de Commissie van Toezicht en Klachtencommissie van de gevangenis van Antwerpen.
