Al vier en een half jaar is een persoon (‘eiser’) bezig om te achterhalen wat er precies is gezegd in openbare ledenraadsvergaderingen van de KNB die na 23 maart 2022 zijn gehouden. Hij wil openbaarmaking van de geluidsopnamen van die vergaderingen en procedeert daar over, met een beroep op de Wet open overheid. Uiteindelijk lukt dat ook, maar sommige fragmenten wil de KNB niet vrijgeven. Het bestuur van de KNB heeft gemotiveerd waarom dit is gebeurd.
Eigen rekening en risico
Toch is de eiser niet tevreden. Weggelaten gedeeltes van het transcript van de vergadering van 17 mei 2023 zijn ten onrechte niet gemotiveerd, stelt hij. Die vergadering was openbaar en dan kunnen achteraf niet alsnog gedeeltes worden weggelaten. Als ‘besloten’ onderwerpen ten onrechte in de openbare vergadering zijn besproken, komt dat voor rekening en risico van het bestuur van de KNB. Hij wil het ongeredigeerde transcript van die vergadering, en specifiek het derde weggelaten fragment, van regel 1196 tot en met regel 1681 van dat transcript.
Wettelijke geheimhoudingsplicht
De rechtbank Den Haag stelt vast dat het transcript van de vergadering van 17 mei 2023 geen tabblad bevat met motiveringen van de ontbrekende fragmenten. Het besluit om delen van het transcript niet vrij te geven is dus niet gemotiveerd. Maar dit deel van de vergadering was, zo stelt het KNB-bestuur, besloten verklaard omdat daarin is gesproken over onderhandelingen met het pensioenfonds. En hiervoor geldt een wettelijke geheimhoudingsplicht, zoals neergelegd in artikel 204 Pensioenwet. Maar volgens de rechtbank zijn – zo staat het in de bijlage bij artikel 8.8 van de Woo – is juist dat artikel uitgezonderd van artikel 4.1. van de Woo.
Nieuw besluit
De enkele omstandigheid dat over pensioenen is gesproken in een besloten deel van de vergadering betekent nog niet dat wat is besproken onder artikel 204 Pensioenwet valt en dus onder de geheimhoudingsplicht. De KNB moet een nieuw besluit nemen en daarbij motiveren waarom fragmenten uit dat transcript zijn weggelaten en geheim moeten blijven.
Lees hier de uitspraak: ECLI:NL:RBDHA:2026:27654
