Pennino geeft de essentie van zijn ervaringen weer zonder borstklopperij. Zo werd hij als jonge advocaat bijna door een rechter uit de rechtszaal verwijderd, reed met zijn aftandse Peugeot tegen de splinternieuwe luxewagen van een van de broers Moszkowicz (inderdaad: de Cadillac uit de titel), zat beschaamd in een stinkende leentoga in de rechtszaal en moest aan een schaderegelaar uitleggen welke handelingen zijn cliënte – een prostituee – na een ongeval met letselschade allemaal niet meer kon uitvoeren. Over successen vertellen is gemakkelijk, maar Pennino ontziet zichzelf allerminst. Hij vertelt over foute inschattingen (drink nooit onder werktijd, ook niet onder druk van je cliënt) en over hoe de eigen emoties belemmerend kunnen werken bij de beoordeling van een zaak.
David’s Cadillac gaat over gebeurtenissen achter de schermen, binnen de muren van kantoren en rechtbanken waar Pennino heeft gewerkt of die hij heeft bezocht, plekken waar buitenstaanders niet snel komen. Hij beschrijft de ervaringen die hij opdeed toen hij bij het kantoor Moszkowicz in Maastricht en Amsterdam werkzaam was. Ook vertelt hij wat hij meemaakte tijdens zijn stagetijd in de Italiaanse rechtspraktijk en over toen hij in Tennessee met een Amerikaanse strafrechtadvocaat gevangenen bezocht.
Met ‘Italië 1982’, ‘Onsterfelijk Torino’, ‘Bellen met Baggio’ en de biografie ‘Alles op gevoel’ over Pierre Vermeulen heeft Roberto Pennino (1971) een stevige reputatie opgebouwd als schrijver. Daarnaast dook hij voor ‘Siciliaanse Toestanden’ in de bijzondere geschiedenis en cultuur van het geboorte-eiland van zijn vader.
