Het businessmodel binnen de advocatuur staat investeringen in de weg. Daardoor vernieuwt de branche niet snel genoeg en krijgen nieuwe spelers kansen op deze markt. Dat was een van de conclusies die werd getrokken op het NRC Carrière Café dat woensdag 11 juni werd georganiseerd in samenwerking met werving- en selectiebureau Legal People.
Aanleidingen voor de bijeenkomst waren de talloze veranderingen en vernieuwingen waaraan de juridische markt op dit moment onderhevig is: nieuwe toetreders, meer concurrentie, verbrokkeling maar ook schaalvergroting en consolidatie, een nieuw soort werknemers, de grotere rol van technologie. Het waren allemaal thema’s die de revue passeerden.
Volgens Arnold Croiset van Uchelen, managing partner bij Allen & Overy Amsterdam, zijn investeringen een probleem inherent aan de wijze waarop de advocatuur georganiseerd is. “Investeringen is iets voor de langere termijn. En dat is eigenlijk strijdig met de gedachte dat je aan het eind van het jaar de winst met je compagnons wilt verdelen. Want waarom zou je een stuk van die winst inleveren, waar alleen je opvolgers van gaan profiteren? Alleen de hele grote clubs hebben daar door hun schaalgrootte minder last van. Maar hoe kleiner je kantoor is, hoe moeilijker het wordt te investeren. Dus als je dan niet oppast kom je in een vicieuze cirkel.”
Frans Stibbe, voormalig DLA Piper en tegenwoordig managing partner van Deloitte Legal, een van die nieuwe spelers op de juridische adviesmarkt, beaamde deze constatering. “Bij ons is er de ambitie om een grote speler te worden. Mondiaal hebben we al 1300 juristen in dienst. En als het leveren van meer diensten op dat terrein een speerpunt wordt, en dat gepaard met de nodige investeringen, dan kan het hard gaan. Het inbedden van juridisch advies in een totaalpakket zal volgens ons een voor het bedrijfsleven zeer aantrekkelijke propositie worden.” Volgens Stibbe is de advocatuur ook om andere redenen weinig genegen tot innovatie. “De advocatuur is vanouds georganiseerd volgens een gildesysteem met een patroon en stagiaires. Opgebouwd vanuit een hele traditionele gedachte. Die op gespannen voet staat met veranderingsgezindheid. Ik zie dat de advocatuur het daarmee moeilijk heeft.”
Veel aandacht was er voor de rol die technologie kan spelen bij beter en efficiënter werken. Frank Vrancken Peeters, CEO van Wolters Kluwer Nederland, maakte in dat verband onderscheid tussen de ‘practive of law’ en de ‘business of law’. “Ik opereer in een internationaal concern, dus krijg ik heel veel vergelijkingsmateriaal over hoe het elders gaat. In Nederland is men erg bezig met de inhoud van het werk en vaak veel minder met het optimaliseren van de business. Wij proberen we daar oplossingen voor te bedenken. Maar ook daar lopen wij aan tegen grote aarzelingen te investeren in dat soort mogelijkheden. Ik heb een broer die advocaat is en die vraagt me waarom hij zou moeten investeren in een product waardoor hij een klant minder in rekening hoeft te brengen. Zolang dat soort redenaties gangbaar zijn, blijft het een moeilijke zaak.”
