Het Hof heeft het standpunt van AVR gevolgd en verduidelijkt dat wanneer een overheid een opdracht rechtstreeks (zonder aanbestedingsprocedure) gunt aan een eigen gecontroleerde entiteit niet alleen naar de activiteiten en omzet van die ene entiteit moet worden gekeken, maar óók naar de activiteiten en omzet van de andere vennootschappen die behoren tot dezelfde groep. Een kunstmatige opsplitsing of verschuiving van activiteiten binnen de groep is dus geen manier om de aanbestedingsregels te omzeilen. Dit sluit aan bij het doel van het aanbestedingsrecht: het voorkomen van concurrentievervalsing en het borgen dat alleen in echte inhouse-situaties zonder aanbesteding mag worden gegund.
Deze uitkomst is belangrijk voor overheden en (semi)publieke uitvoeringsorganisaties, maar ook voor private partijen (zoals AVR) die nadeel van de onderhandse gunningen ondervinden. Het Hof bevestigt dat voor een onderhandse gunning aan strikte voorwaarden moet worden voldaan en dat daarbij de economische werkelijkheid van de hele groep doorslaggevend is.
Bekijk de uitspraak: InfoCuria – Cour de justice de l’Union européenne

.png)