Het is echter geen dagvaarding naar modern Nederlands recht, meer een politieke aanklacht. Hugo de Groot wordt niet één los feit verweten. Hij zou tijdens het Twaalfjarig Bestand de religieuze en politieke verdeeldheid hebben aangewakkerd, op drie fronten tegelijk: religie, staatsrecht en militair bestuur. Verder zou hij de bevoegdheden van de Staten-Generaal en prins Maurits van Oranje hebben ondergraven, de waardgelders hebben helpen handhaven en in Utrecht zelfs verzet tegen de afdanking en tegen het gezag van de Generaliteit hebben bevorderd. De drie aanklagers zijn ‘Hoogmogende Heren Staten-Generaal’.
Hoogverraad
Het is een feitenrelaas, aldus Boorsma op LinkedIn, dat moet overtuigen dat De Groot hoogverraad heeft gepleegd. “Er staan wel rechtsbronnen en bevoegdheidsargumenten in de tekst, bijvoorbeeld verwijzingen naar de Unie en concrete artikelen, maar niet in de vorm van een moderne tenlastelegging met een expliciet slot. Het heeft geen uitgewerkte kwalificatie in modern juridische zin. In moderne termen zou het een combinatie zijn van openbare-orde- en staatsveiligheidsdelicten, opruiing en criminele organisatie, afhankelijk van bewijs van geweldsoogmerk of staatsomverwerping.”
Lange aanklacht
De aanklacht is lang: verzet tegen de gereformeerde staatsgodsdienst, samenzwering tegen de staat, misbruik van bevoegdheid, samenzwering met buitenlandse mogendheden, medeplegen van voorbereiding van een opstand, opruiing van bestuurders van de provincie Utrecht en poging tot uitlokking van een gewapende opstand in Utrecht.
Levenslang
Na de machtsgreep van Maurits in augustus 1618 werden Oldenbarnevelt, De Groot en anderen gearresteerd; De Groot werd in 1619 tot levenslange gevangenschap veroordeeld. Op 22 maart 1621 ontsnapte hij in een boekenkist uit Slot Loevestein. Hij overleed in 1645 op 58-jarige leeftijd.
