Mr.

34 / Mr. 4 2021 rechtbank Den Haag ‘NOOIT EEN TELEFOONTJE UIT HET TORENTJE GEHAD’ Spraakmakende zaken over Urgenda, het opheffen van de avondklok of de executies in Zuid-Sulawesi: ze worden allemaal behandeld door de rechtbank Den Haag. Die staat daardoor, meer dan andere rechtbanken, volop in de schijnwerpers. Wat betekent dat voor de rechtbank? door Peter Louwerse foto Janne Tuijnman DE BEHANDELING VAN STAATSZAKEN WIJKT INHOUDELIJK NIET AF VAN ANDERE ZAKEN T oen Maarten van de Laarschot in 2013 president werd van de rechtbank Den Haag, vroeg hij zich af of hij voorafgaand aan grote overheidszaken mis- schien een telefoontje (“bij wijze van spreken uit het Torentje”) zou krijgen. Bijvoorbeeld met de vraag aan welke rechters een spraakmakende zaak is toe- gewezen. “Ik wist natuurlijk dat de rechtbank Den Haag spannende zaken doet, met de Staat als gedaagde en met grote maatschappelijke gevolgen. Als er grote belangen op het spel staan, kun je je voorstellen dat de uitvoerende macht in de verleiding komt om invloed uit te oefenen op wie zo’n zaak gaat behande- len. Dat je een hint krijgt als: we hopen dat deze zaak niet door dezelfde rechters wordt gedaan als die de Staat de vorige keer in het ongelijk stelden.” Dat is nooit gebeurd. “Ik kan je met de hand op het hart vertellen dat ik nooit zo’n telefoontje heb gekregen. Ik heb aan mijn voorgangers Frits Bakker en Hans Hofhuis gevraagd of het hun ooit is overkomen. Het antwoord was nee. Ik vind dat een groot compliment voor de andere staatsmachten. Ik heb best wel eens wat te mopperen op ze, zeker als het gaat om de financiering, maar ik heb niks te mopperen over dit onderwerp.” CODE ZAAKSTOEDELING Als bestuurder mag Van de Laarschot zich helemaal niet bemoeien met de be- oordeling van een individuele zaak. “Dat staat expliciet in de wet, en de Hoge Raad heeft dat herhaaldelijk bevestigd.” De gerechten doen de toedeling van za- ken zelf, op basis van de landelijke Code Zaakstoedeling. Alle gerechten hebben de code als uitgangspunt genomen voor hun bestuursreglementen. Van de Laar- schot: “Het belangrijkste van die code is dat de rechtbank transparant en zonder enige invloed van buitenaf zaken dient toe te delen. Niemand mag zich bemoei- en met welke rechters wij aanwijzen voor de behandeling van een zaak en welke kamers wij inrichten, en wie daar in zitten.” Zaken tegen de Staat, zoals over Syri, fipronil, de vliegramp in Faro of de uit- stoot van stikstof door de veehouderij worden altijd door de rechtbank Den Haag behandeld, omdat de vestigings- plaats van de gedaagde partij bepalend is voor de relatieve rechtsmacht. De Staat was in 2020 als procespartij betrokken bij zo’n tien procent van de civiele bo- demzaken die dat jaar bij de rechtbank Den Haag aanhangig zijn gemaakt. Bij de kort gedingen ligt dat percentage op ongeveer vijftien procent. Zijn overheidszaken principieel anders dan andere zaken? Ja en nee. “Het zijn vaak grote zaken, die een enorme maat- schappelijke impact kunnen hebben,” stelt teamvoorzitter handel Debby Nobel. “Daardoor krijgen ze meer aandacht dan de gemiddelde rechts- zaak.” Maar de behandeling van ‘Staats- zaken’ wijkt inhoudelijk niet af van andere civiele zaken. “Voor elke zaak gelden dezelfde procedurele regels die zijn vastgelegd in het landelijke rolreglement”, aldus Nobel. GEMIDDELDE ZAAKZWAARTE Op de vraag of grote overheidszaken al- leen worden behandeld door speciaal getrainde en geselecteerde rechters ant- woordt Nobel ontkennend. “Elke rechter wordt geacht elke zaak van gemiddelde zaakzwaarte binnen het eigen rechts- of aandachtsgebied te kunnen behandelen.” Nobel is als teamvoorzitter verantwoor- delijk voor het toedelen van de civiele zaken. Voor specifieke aandachtsgebie- den, zoals overheidszaken, zijn zoge- noemde kennisclusters ingericht. Over- heidszaken komen terecht bij rechters in het kenniscluster overheid. De Code zaakstoedeling is sinds 1 april van kracht. Het uitgangspunt is aselecte verdeling: zaken die geen toedeling op maat vragen, gaan via een rooster “Bij zaken die wel toedeling op maat vergen, wordt naast het aandachtsgebied reke- ning gehouden met verschillende crite- ria, onder meer senioriteit, specialismen en een evenwichtige samenstelling van de combinatie”, zegt Nobel. “Bij bijvoor- beeld een zaak over eiceldonatie wil je liever niet een kamer die alleen uit vrou- welijke of mannelijke rechters bestaat.” De voorzitter van de meervoudige ka- mer is het meest ervaren. “In het geval van een overheidszaak hebben ook de andere rechters in de combinatie een be- hoorlijke civiele ervaring”, verklaart No-

RkJQdWJsaXNoZXIy ODY1MjQ=