In de media is er veel aandacht geweest voor de arrestatie van Joanna van der Hoek en Hans Maessen van het Nieuw Republikeins Genootschap op 30 april tijdens de abdicatie in Amsterdam. De vraag die daarbij steeds werd gesteld was hoe het zover heeft kunnen komen. Was het een vooropgezet plan om de demonstranten hun recht van vrije meningsuiting te ontzeggen of een simpele vergissing? De verantwoordelijke autoriteiten houden vol dat het een foutje was, terwijl de republikeinen ervan overtuigd zijn dat ze met opzet monddood zijn gemaakt.
Het is misschien nog te vroeg om te speculeren over de ware toedracht van de arrestatie. Maar het is vaker gebleken dat bij dit soort gelegenheden weinig sympathie, laat staan tolerantie, wordt getoond voor dissidente geluiden. Zo kreeg Joanna van der Hoek landelijke bekendheid door haar ‘het is 2013’-actie. Op 4 februari werd ze bij de Jaarbeurs in Utrecht weggeleid omdat ze een bord omhoog hield met de tekst: ‘Weg met de monarchie, het is 2013.’ Toen ze de agenten wilde herinneren aan haar recht op vrije meningsuiting kreeg ze het advies om ‘op een onbewoond eiland’ te gaan wonen als ze geen zin heeft in de monarchie. Een ander voorbeeld is de onrechtmatige en uiterst gewelddadige aanhouding van Quinsy Gario en Kno’ledge Cesare, twee vreedzame actievoerders die bij de intocht van Sinterklaas in november 2011 een T-Shirt droegen met de tekst ‘Zwarte Piet is racisme’. Deze activisten werden tegen de grond geslagen en kregen zelfs pepperspray in hun ogen gespoten bij hun aanhouding. Op dit moment loopt er een klachtprocedure tegen de politie vanwege de onrechtmatige aanhouding en het hardhandig optreden.
Wat deze voorbeelden vooral laten zien is de minachtende houding van de autoriteiten ten opzichte van de grondrechten van burgers. Oliver Wendell Holmes waarschuwde ooit dat we voortdurend waakzaam (‘eternally vigilant’) moeten zijn voor iedere poging om uitingen van zelfs de meest afschuwwekkende meningen te beperken. Er zijn natuurlijk omstandigheden denkbaar waarin het noodzakelijk is om op te treden – bijvoorbeeld bij een onmiddellijke dreiging van geweld of iets dergelijks – maar daarvan was in bovengenoemde gevallen geen sprake. In al deze gevallen ging het om een willekeurige beperking van het uiten van een mening omdat die mening niet strookte met de officiële, van bovenaf opgelegde mening. Iedereen die de vrijheid van meningsuiting serieus neemt zou onmiddellijk erkennen dat dit recht vooral bedoeld is voor hen die de van bovenaf opgelegde meningen ter discussie stellen en aandacht vragen voor een afwijkende mening. Dit soort burgermoed (‘civic courage’) was voor Louis D. Brandeis, een andere befaamde rechter van het Amerikaanse Hooggerechtshof uit de eerste helft van de 20ste eeuw, het meest wezenlijke aspect van de vrijheid. De Amerikaanse rechtswetenschapper Samuel Walker heeft betoogd dat de vrijheid van meningsuiting een cruciale voorwaarde is voor burgerschap. Het recht hebben om te spreken betekent de erkenning dat de spreker erbij hoort en zodoende een actief lid wordt van de gemeenschap. Iemand het zwijgen opleggen betekent dan dat hem of haar het meest elementaire aspect van burgerschap wordt ontnomen.
Het zou de autoriteiten daarom sieren om de enorme diversiteit aan opvattingen die ons land rijk is niet alleen te tolereren maar actief te faciliteren en alle ruimte te geven, juist bij gelegenheden waarbij we massaal de neiging hebben om een illusie van eenheid en nationale identiteit uit te stralen. Het is tijd om te erkennen dat de kracht van een democratie schuilt in de mogelijkheid voor de dissidente geluiden om zich te laten horen. Dit voor de hand liggende feit wordt door niemand over het hoofd gezien als het over andere landen gaat. Zo gunnen we alle ruimte en vrijheid voor bijvoorbeeld de Chinese, Russische en Iraanse dissidenten. Het wordt misschien tijd om onze eigen dissidenten dezelfde mate van vrijheid en bescherming te gunnen als die van andere landen.
Khaibar Sarghandoy studeerde af in de rechtswetenschap aan de Universiteit Leiden en werkt nu aan zijn promotiestudie over conflicten in de multireligieuze samenleving aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
