“Als het maar niemand is van D66”, verzucht iemand op de LinkedIn-pagina van Mr., op de vraag wie de nieuwe vicepresident van de Raad van State zou kunnen worden. Hij stelt voor: iemand van Forum voor Democratie, PVV, BBB of SGP. Daar haakte Paul Cliteur handig op in. De Leidse emeritus hoogleraar encyclopedie van de rechtswetenschap en voormalige fractievoorzitter van Forum in de Eerste Kamer nomineerde Fleur Agema. “Het lijkt me dat de PVV enigszins is ondervertegenwoordigd bij de Raad van State. D66 is oververtegenwoordigd. Dus laten we kiezen voor een vrouw van de PVV. Fleur Agema is vast beschikbaar.” Die reactie levert twee duimpjes op, waaronder van een bestuursrechtjurist.
Sybrand van Haersma Buma

In de wandelgangen werden meer namen genoemd. Woensdag 4 maart bracht De Telegraaf het nieuws naar buiten dat Sybrand van Haersma Buma ‘in beeld is’. Hij is jurist, was politiek leider van het CDA, is sinds 2019 burgemeester van Leeuwarden en was tijdens de laatste kabinetsformatie informateur. Van Haersma Buma geldt als een serieuze kandidaat. Andere burgemeesters die werden getipt zijn Femke Halsema (Amsterdam) en Sharon Dijksma (Utrecht).
Ex-Kamerleden
Maar het vragenrondje leverde meer op. Zoals twee PvdA’ers die beiden ook jurist zijn: Aleid Wolfsen (ex-Kamerlid en sinds 2016 voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens) en Lodewijk Asscher (ex-minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Die laatste is gepromoveerd op communicatiegrondrechten en bezit dus voldoende constitutionele kennis. Een andere ex-minister van Sociale Zaken werd ook genoemd: Wouter Koolmees, evenals voormalig Kamerlid (ChristenUnie) Gert-Jan Segers. Deze tips kwamen bij Mr. binnen van mensen die anoniem wilden blijven – ook degene die Mona Keijzer nomineerde.
Grapperhaus?
Verder vingen we de namen op van Wim Voermans (hoogleraar staatsrecht in Leiden), Ferdinand Grapperhaus (voormalig minister van Justitie), Jonathan Soeharno (hoogleraar rechtspleging in rechtsfilosofisch perspectief aan de UvA) en Kees van der Staaij (ex-fractievoorzitter van de SGP in de Tweede Kamer en tegenwoordig staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State).
Juristen

Allemaal juristen – is dat echt van belang? Sam Maasbommel, universitair docent staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen vindt ‘juridische kennis toch wel een harde voorwaarde’. “Maar we hoeven ons niet blind te staren op een rechtendiploma. Als een bestuurskundige of filosoof ruime ervaring heeft met het wetgevingsambacht – bijvoorbeeld als parlementariër – is die mogelijk beter ingevoerd dan iemand die in een vorige eeuw rechten heeft gestudeerd maar daarna een heel ander carrièrepad heeft bewandeld. Wetskwaliteit is je kerntaak: met rechtspraak heb je in beginsel minder te maken, want de Afdeling bestuursrechtspraak heeft een eigen voorzitter.”
Econoom of wiskundige
Maasbommel verwijst naar Jeroen Dijsselbloem wiens naam in 2018 werd genoemd als mogelijke vicepresident van de Raad van State – Dijsselbloem is econoom. Toen Piet Hein Donner in 2012 vicepresident werd, werd ook een andere kandidaat genoemd: Alexander Rinnooy Kan, een wiskundige. En toen Herman Tjeenk Willink in 1997 Willem Scholten opvolgde, gingen de namen rond van de voormalige ministers van Justitie Frits Korthals Altes, Ernst Hirsch Ballin en Aad Kosto.

Moet de vicepresident Den Haag goed kennen?Maasbommel, tevens coauteur van de rubriek Legisprudentie in het tijdschrift RegelMaat, over de wetgevingsadvisering van de Raad van State: “Het is een pre als iemand weet hoe de Haagse hazen lopen. Dat kan vanuit politiek-bestuurlijke ervaring, maar ook de (hogere) ambtenarij kan een uitstekende basis zijn. Je opereert niet in een vacuüm en moet weten hoe de worst wordt gemaakt. De vicepresident is toch het publieke gezicht van ‘s lands wetgevingsadviseur. Het is goed om dan met autoriteit te kunnen spreken: de Afdeling advisering trok vorig jaar – terecht – nogal fel van leer over de wijze waarop de Tweede Kamer bij amendement in een achternamiddag nog even illegaliteit strafbaar stelde in de Asielnoodmaatregelenwet. De persoon moet dan op z’n minst geen afbreuk doen aan het gezag.”
Je kunt ook zeggen: de vicepresident moet juist op afstand staan, vanwege diens onafhankelijke positie.
“Wetten zijn het product van een politiek proces en je moet toch enig gevoel hebben voor de afwegingen die zijn gemaakt. Soms moet je streng zijn: ‘dit kan zo niet’, maar meestal is er niet een binair antwoord te geven. Dan is het juist ook de kunst om het juridische van het beleidsmatige te kunnen onderscheiden. De staatsraden vormen wat betreft cv’s een divers gezelschap: met verledens bij partijen van SGP tot GroenLinks, maar ook apolitieke mensen met een lange academische loopbaan.”
In hoeverre speelt de politieke kleur een rol?
“Het zou mooi zijn als de benoeming van de ‘onderkoning’ nu eens niet partijpolitiek zou zijn. De afgelopen twee keer – Donner, De Graaf – werd de indruk gewekt dat er over de post was onderhandeld in de kabinetsformatie. Dat is sowieso niet zo’n fraai beeld. Zeker nu het minderheidskabinet-Jetten de mond vol heeft van ‘samenwerking’, staat het beter als het geen D66’er, VVD’er of CDA’er wordt. Met alle waardering voor Van Haersma Buma – die verder ruimschoots aan het functieprofiel voldoet: het oogt dan toch alsof men binnen de coalitie elkaar de bal toespeelt. Hij zat nota bene als informateur aan tafel. Liever iemand van een andere of zonder politieke kleur… en misschien eens een vrouw.”
Wat niet zal veranderen: het blijft een black box.
“Het is inderdaad wenselijk als de procedure zich wat minder achter de schermen afspeelt. In 2012 zaten ook de namen van Ernst Hirsch Ballin en Job Cohen in de tombola; in 2018 werd er gesproken met Jeroen Dijsselbloem. Het ‘poppetje-noemen’ moet geen nationaal gezelschapsspel worden, maar het lijkt me heilzaam als duidelijk is waarom iemand de baan heeft gekregen.”
